Wie maakt me los van de arbeidsmarkt

Luchtballon

Er zijn van die dagen dat je als een luchtballon door het blauwwit zou willen dobberen. Alles liever dan wachten tot andere mensen de dingen die ze afspreken, nakomen. Jij bent er. Zoals afgesproken. De telefoon ligt binnen handbereik. En ook dat ene pakketje mag vandaag best afgeleverd worden. Maar er gebeurt mooi niks. En je hebt ook nog andere afspraken met jezelf na te komen, dus dat kan je best sjacherijnig stemmen. Dan is het prachtig als je naar dat blauwwit staart en denkt: was ik maar gewoon een ballon.
Lees meer

Borstel

Of anderen ze ook hebben, durf ik niet te zeggen. Ik heb ze, zoveel weet ik. De ochtenden dat ik mijn borstel zoek en niet zie. Hij moet liggen waar hij ligt. Maar er ligt chaos in de weg. De chaos kalmeert me op andere ochtenden, maar vandaag ligt ze er vervelend bij. Het zal er veel mee te maken hebben dat ik de borstel nodig heb. Ik moet me presentabel maken. Daar is de borstel op dit moment zo ongeveer onmisbaar bij. Mijn haar besluit namelijk net deze ochtend met een ‘creatieve’ uitstraling te starten. Met andere woorden: het is een chaos op mijn kop, in alle windrichtingen. En aangezien ik al pakweg een jaar geen kapper meer bezocht heb, is het bereik van de chaos groot. Dit zou niet erg zijn als ik nu een dichtvoordracht had. Lekker gek. Maar ik moet mijn Serieuze Arbeidsmarkt Talenten etaleren teneinde mijn schrijnend gebrek aan cashflow in zijn galop te storen. Ik eet ook komende maand nog graag wat brood.
Lees meer

Schroefje

Ik ben een schroefje. Met vuur en kracht ben ik in deze vorm geperst. Ik heb een nuttige schroefdraad. Een tijdje dien ik een doel. Onvermijdelijk slijt ik eens. En dan moet er een ander schroefje komen. Mijn nut zit er dan op. Het is nog niet zover, maar die tijd komt. Ik kan breken. Mijn kop kan gaardraaien. Ik kan losslijten. Mijn schroefdraad, hoewel sterk, is niet onverwoestbaar. Ik zit nu nog krachtig op mijn plaats en dien mijn doel. Maar niets duurt voorgoed. Ik heb het al gezien bij andere schroeven in mijn buurt.
Lees meer

Geen maandag

Plotseling is er geen maandag. Althans, plotseling: dat klinkt iets teveel alsof dit plotmatig plaatsvindt. Het is meer deus ex machina onverwacht. Althans, deus ex: ook dat is teveel eer. Het is meer alsof iemand even vergeten is waar de maandagen opgeborgen zijn, of even deze dag vergeten is in de rij van komende dagen te plaatsen. Gewoonweg bam, geen maandag. Een rommelig begin van de week, al met al. Je zou hier toch een maandag verwachten, maar ho maar. In geen velden of wegen is er een maandag te bekennen.
Lees meer

Toets

In mijn droom sjok ik door de gangen. Alles lijkt kleiner dan toen ik hier eerst was. Wat ik hier kom doen, weet ik niet goed. De conciërge groet me. Hij zegt dat hij met een boek bezig is. Ik groet terug en zeg dat hij na al die decennia vast veel te vertellen heeft. Eindelijk ben ik bij het klaslokaal. De leraar geeft me een mapje en een afstandsbediening. Daarna verlaat hij het lokaal. Ik ga maar aan een tafeltje zitten, die herinner ik me nog van mijn schooltijd. Ik sla het mapje open. Een gelijnd, leeg papier, waar ik datum en naam en nog wat dingen op kan invullen. Verder niks. Het ziet eruit als het antwoordvel van een toets. Jamaarho, ik kwam hier toch voor les ? Verbaasd kijk ik om me heen, maar geen schoolbord, niks. Enkel die afstandsbediening. Ik druk op een knop en in een muur schiet er plots beeld aan. Een stem én een reeks woorden leggen uit dat ik op het papier telkens twee dingen moet invullen op basis van de toets: een woord en een soort definitie of omschrijving.
Lees meer

Eenmaal andermaal en hoe alles verdwijnt

Voor een hoop dingen in deze wereld ben ik eigenlijk niet helemaal goed in elkaar gestoken. Zo begrijp ik heel veel niet, door mijn onhebbelijke eigenschap ze niet klakkeloos aan te nemen. Over andere zaken wil ik dan weer niet nadenken omdat ze me domweg niet interesseren. Als ik niet kan werken, vreet de frustratie aan me, maar feitelijk vind ik alle arbeid vreselijk. En praat me niet van de vele systemen die andere mensen accepteren als hoe het nu eenmaal werkt. Ja, eenmaal andermaal, denk ik dan. Verkocht.
Lees meer

Goede moed

Omdat er verder niets meer aan mij te plukken valt, besluit de regering mijn goede moed extra te belasten. Elke dag dat ik goede moed erin houd, is het weer kassa. Ze vinden altijd iets. Het is de goede moed die me door de week heensleept, maar dat kan zo’n regering niet schelen. Als ze het netjes betalen van belasting zouden kunnen belasten, zouden ze het nog doen. Licht morrend betaal ik dan ook braaf. Ironisch genoeg kan ik de rotbuien die ik voel tijdens deze belastingpuzzel, dan wel weer aftrekken. Het doel zal wel het nivelleren van de ellendigheidsbeleving onder de burgers zijn. Iedereen moet immers participeren in het zuur, en zonder hoop op zoet. Het komt nooit meer zoet. Dat weet u ook best.
Lees meer

Doosjes

Ik werk de ganse dag met doosjes. Ik stapel ze op. Dan moet ik de doosjes verplaatsen. Iemand anders stapelt ze dan weer af. Vervolgens stapelt weer iemand anders ze weer op. Zelf stapel ik de doosjes ook weer van andere stapels af. We houden elkaar zo de hele dag goed bezig. Overal in het pand vind je dan ook doosjes. Opgestapeld en afgestapeld. Je krijgt er sterke armen van, al hebben veel medewerkers ook inmiddels een tennisarm. Ik vooralsnog niet. Dus stapel ik lustig -op en -af. Ik wil ook een tennisarm. Zonder ooit één keer getennist te hebben.
Lees meer

Krouwt of klauwt of weetikhet

De collega praat met volle mond en zijn woorden schieten kruimels over de tafel. Het is een vurig betoog. Dus wordt er ook fors wat afgekruimeld. Hoe slim ik ben dat ik in deze tijd mijn verhaaltjes op internet schrijf. Dat heeft de toekomst, kruimelt hij. Ik moet in de klauwt, zegt hij. De klauwt heeft de toekomst. Tussen de medeklinkers door zie ik zijn lunch in brokken rond zijn mond tuimelen. Een tikje bedremmeld kijk ik naar mijn nagels. Ze zijn vies. Ik doe weer eens werk waar je nagels vies van worden. Van alle werk worden mijn nagels vies. Behalve als ik schrijf. Dan zijn mijn nagels schoon. Geen idee hoe dat komt. Een kruimel spat op mijn nagel en ik kijk weg, naar de muur.
Lees meer

De goedheid van de mensen

De strip van mijn pijnstillers klinkt als een plastic melkkuipje. Mijn kat is op veel dingen geconditioneerd. Melkkuipjes mag ze normaal gezien uitlikken, dus komt ze toegesneld. Oh. Het zijn pilletjes. Toch even ruiken. Nee, geen koffiemelk. Dan huppelt ze weer springerig de tuin in. Ik heb nog nooit een kat met rugpijn gezien, bedenk ik me. Misschien had ik beter in de gaten moeten houden hoe die dat flikken. Ik zit in de grote leren schrijversstoel en kan me amper bewegen. Als ik wil schrijven, moet ik voorover leunen en strak in die houding blijven zitten. Dan lukt het. Daar wacht ik nog even mee. Ik moet iets te vertellen hebben. De steken in mijn rug leiden af. Geduldig wacht ik tot de pijnstillers werken.
Lees meer