Ik kijk om me heen. Ik voel de airco. Alles en iedereen is stom. Ze krioelen door elkaar in het station en lopen voor mijn voeten op de stoep. De mensen lachen niet. Iedereen heeft een doel dat ze liever niet nastreven voor ogen. Alsof ze grimmig het ravijn in razen, willens en wetens. Ik vind er geen fuk aan zo.
Reizen, ook al zoiets dat ik niet graag maar wel te veel doe. Ik ben liever ergens, dan ergens naar onderweg. Maar doorlopend moet ik reizen. Soms is het gelukkig maar naar de supermarkt. Dwars door verschillende wijken, dialecten, levensovertuigingen en paspoorten heen. Bij de winkel waar ik het liefst kom, lopen Polen, creatievelingen en pinnige volksbuurtbewoners dwars door elkander binnen en buiten. Ik sjok. Liever was ik op mijn bank blijven liggen. Met mijn kat naast mij. Lees meer
Een lange, maar écht verdomd lange dag. Een kantoor waar het veel te warm is geweest en waar het nu muf en zweterig ruikt. Een verrukkelijke klik van het slot. Een straal in de ogen van de ondergaande zon. Een plaagwindje – toch maar de jas dicht. Een vermoeide tred naar het station.
Een groep lachende toeristen. Een frons. Een setje oortelefoontjes en een prettig muziekje. Een veel te vol hoofd om er ook nog buitenwereld in te laten. Een weerspiegeling in een winkelruit – ben ik dat écht ? Een zucht. Een kromme rug en een ferme vervolgpas. Lees meer
Als ik een kater heb, ga ik ervaringen zeven. Mij amuseert dat wel, maar de lijn is ver te zoeken. Ik proef de wijn nog. De extreem galante gastheer bood mij een uitmuntende wijn aan, die zelfs lekker rook, wat wijn zelden doet. Ik wou per se de vieze. Dat ik een kater zou hebben de volgende dag, stond immers al vast, en daar wil ik geen goede wijn aan verspillen. Dan liever met een vieze nasmaak de afgrond in.
Daar loop je dan, vent. Iets rustiger dan de rest, en beduidend onbekommerder. Onbekommerder ? Ik laat het schieten. Je staat op een roltrap en drie kindjes voor je gillen enthousiast want de roltrap is spannend. Achter mij staat hun moeder en ze zegt: “Tschüß !” Vertwijfeld herhalen de kindjes: “Tschüß”. Het gespeelde vaarwel ontoert me stilletjes. Lees meer
Bijna alle mooie meisjes zijn best stom, en deze twee dus ook. Ze hebben viesvettig ruikend eten bij zich en keuvelen boven mijn muziek uit. Ik prik het volume omhoog maar weiger te vluchten. Ik zat eerder in deze coupé dan zij. Als je niet kunt vluchten, dan kijk je maar uit het raam. Ik zie mezelf gespiegeld. En ik zie een trein langszij. Lees meer
Als een waas, zo verloopt mijn maandag. Ik vloei mezelf de dag door maar het glipt door mijn vingers alsof ik beter in bed was gebleven. Verhalen. Verhalen bij de koffieautomaat. Hoe iedereens weekend was. Ik blaas stilletjes mijn koffie koud en grinnik onopvallend mee. Wanneer mensen vragen naar mijn weekend, doe ik vaag. En zo waas ik mijn dag door. Lees meer
Alsof het bestaat, een typische ochtend, zo typisch gedroeg deze zich. Natuurlijk werd cliché na cliché afgevinkt. Half net-wel-net-niet verslapen. In ondergoed, met één sok aan en een klotsende mok koffie, door het huis hoppen. Een minimum van één kat die halverwege de trap plots stilstaat, de trede over de lengte blokkeert en mij, al struikelend, verwachtingsvol en half bedelend aankijkt om wat aandacht. Het viel me nog reuze mee dat ik geen lekke band had. Lees meer
Omdat het veel goedkoper reist en omdat ik geen ochtendmens ben, reis ik inmiddels met de Latere Trein. Mijn Treinvriendjes van gisteren zijn nu de Halfuureerdermensen geworden. Of, zoals iemand fijntjes opmerkte: ik reis nu met de Directeurstrein.
Er is weinig van te merken. Ook op dit tijdstip kijken de perronbevolkers niet blij. Met als verschil dat er studentjongeren bij zijn. Die waren er op de eerdere tijdstippen niet. Of misschien waren ze er wel, maar niet vocaal. Deze kwetteren er lustig op los. Ik luister een beetje mee, of ik tegen beter weten in iets interessants hoor. Lees meer
Uit het niets staat hij voor mijn deur wanneer ik opendoe. Ik weet niet goed meer waarom ik de deur open. De bel had, dacht ik, niet gerinkeld. Daar staat hij, en hij kijkt me strak aan. Meteen begint hij al: “U ziet er niet bijster wakker uit, meneer.”
Ik denk nog even dat de man een verkooppraatje komt houden. Daar houd ik van, dus open ik de deur iets wijder. Hij glipt direct naar binnen. “Uw gang kan wel een extra laagje witte verf gebruiken,” klinkt het achter me terwijl de man hoorbaar doorloopt naar de woonkamer. Alsof hij hier al jaren woont. Lees meer