Uit de oude doos

Dat vergeten teveel mensen

Zelden zag ik een zonderlingere ziel dan de oude man ogenschijnlijk die per abuis in mijn tuin beland was. Hoé, dat is en blijft nog een vraag, aangezien een man in een rolstoel zoals hij toch moeilijk over een omheining heen kan klauteren. Rolstoel en al. Maar daar zat hij. Verward, rillend en schuddend, in de blakende en uitdrogende zon. Met zijn wiel precies op mijn prijswinnende kalebasplant geparkeerd. Het moes kleefde aan zijn wielen. Ik wist niet goed of ik kwaad of verbaasd moest zijn. Dus deed ik wat ieder redelijk mens in emotionele dubio doet: ik ging terug naar binnen, greep enkele biertjes, zette mij in de stoel tegenover hem en trok de dop van mijn fles. Zo moeten we daar minstens tien minuten gezeten hebben voor hij iets zei.

“Pijp 38,” sprak hij plechtig. Met een veelbetekenende, statige blik zweeg hij weer en keek me droog aan. Ik nam een slok van mijn bier en keek hem strak terug aan. Zo wederstaarden we zeker nóg vijf minuten voor ik mijn keel schraapte en vroeg: “Wat bedoelt u ?”
Lees meer

Cliché

Lege wijnflessen in de hoek. Uit verveling in een natuurwetten negerende formatie op elkaar gestapeld. Zinfragmenten op het behang geschreven. Rik keek zijn appartement rond en voelde zich thuis.
De brievenbus zinde hem niet. Stomme brievenbus. Enkel rekeningen. Dat is alles wat de brievenbus ooit bracht. Rechthoekige metalen woordvoerder van een eeuwig schuldeisende wereld. Hij twijfelde. Nee, dat was niet mooi. Vieze zin. Vies bah weg.
Witte poederresten op de glazen woonkamertafel. Hoofd in zesde versnelling. En nog niets. Hij zou zo kunnen schrijven nu, als hij wou. Mooie zinnetjes in razend tempo op papier gooien. En de mensen, ze zouden weer oeh en ah doen. Hij misschien zelfs ook heel eventjes, nadat de zinnen geschreven zouden zijn. Bij vlagen vond hij zijn eigen werk briljant. En luttele seconden later liet hij ze weer achter in een mandje bij het grote weeshuis in zijn hoofd.
Lees meer

Allebei dood

“Ja, Van Densen en de striptekenaar zijn hier,” zegt de Opperpater tegen zijn moeder. Zijn moeder belt op steeds onvoorspelbaardere tijdstippen op de avond, maar wel elke. Ze bespreken dan Eastenders. Allebei kijken ze het, en dan bespreken ze het. Al 25 jaar. Bij hoge uitzondering neemt de Opperpater het op, maar dan moet hij het van tevoren weten, en zijn moeder ook.
Lees meer

Date

Ik ben, een tikkeltje nerveus, onderweg naar een date. Er is een kans dat het meisje, waarmee ik een date heb, later deze avond mee zal gaan naar mijn huis. Ik heb daar de hele dag uitvoerige voorbereidingen voor getroffen. Zo heb ik mijn laptop vol met porno gedownload om zo normaal mogelijk over te komen. De contactenlijst in mijn mobiel heb ik gevuld met allemaal vrouwennamen. Achter elke vrouwennaam gaat hetzelfde nummer schuil, dat van mijn moeder, maar dat hoeft het meisje niet te weten.
Lees meer

Granny is a Tranny III

Dat het allemaal nog veel erger kan, bewijst de film Granny is a Tranny III. Ik trof deze documentaire aan op een USB-stick die iemand in de plaatselijke videotheek had laten vallen, en heb met verwondering gekeken. Het onderwerp – dat schijnbaar in een langer lopende reeks behandeld wordt – is oudere dames die blijkbaar, qua geslachtsorganen, anders bedeeld blijken dan men zou verwachten, en hoe zij en hun omgeving daarmee omgaan.
Lees meer

Saxbenefiet


De hele zaal is stampensvol volk. Een massale opkomst bij het saxbenefiet. Het saxbenefiet is georganiseerd omdat een bekende saxofonist na een optreden ineens vaststelde dat zijn saxofoon gestolen was. Hij stond na het optreden nog wat aan de bar met mensen te praten. De saxofoon lag onbewaakt in de gang. En vervolgens niet meer.

Allerlei artiesten spelen op het saxbenefiet. De saxofonist treedt ook vanavond weer op. Hij speelt op een geleende saxofoon. Na zijn optreden ligt de leensax onbewaakt vlakbij de uitgang. De ironie ontgaat hem volledig. Maar ja, in feite is álles uiteindelijk zinloos.
Lees meer