Nog in het duister gaat de wekker aan. De hele dag door gaan er dingen doorlopend aan, en dan weer uit. De waterkoker klikt aan, en als het water klaar is voor koffie, klikt hij uit. Beschaafde mensen doen ‘s ochtends hun kleren aan, en ‘s avonds weer uit. De vuilnisbak moet deze ochtend aan de straat. Vanavond moet hij de straat weer uit. Structuur is een lastig euvel om mee te leren leven. Lees meer
Slaperig en brak kijk ik om me heen. Dus dit zijn ze nou. Ik wist dat ze moesten bestaan, maar nu zie ik ze met mijn eigen ogen. De halfuureerdermensen. De mensen die al op hun bestemming aankomen wanneer ik normaal pas net in mijn trein stap.
Het zijn er veel. Veel halfuureerdermensen. Een aantal van hen kijkt alsof ze iets smerigs gegeten hebben. Anderen hebben een soort gelaten blik die uitstraalt dat ze dit tijdstip als een straf zien die ze uit moeten zitten. Maar waarvoor ze dan gestraft zijn, is me niet duidelijk. Behalve dat iedereen duidelijk een halfuureerderhumeur heeft. Lees meer
Sandra zit in haar bureaustoel en draait rondjes. Lusteloos plant ze haar hak in het zeil en zet nog eens af. De rondjes zijn net zo zinvol als haar werk. Dus nog maar een keer zwaaien. Net niet hard genoeg dat haar haardos aan de zwier zou gaan. Ongeïnteresseerd ratelt de stoel met haar mee.
Het beeldscherm passeert als een onscherpe blur haar zichtveld. Hét beeldscherm, niet het hare. Met hét werk erop, niet het hare. Ze zit op andermans tijd, niet de hare. En ze moet nog vele jaren. Zo’n prins vinden en dan zorgeloos leven, dat wil ook niet echt lukken. Al heeft ze daar ook al jaren geleden vanaf gezien. Allemaal gedoe, zo’n prins. En je wordt er ook geen beter mens van. Lees meer
Ik zeg met een zucht dat ik toch maar geen verhaaltje schrijf. Dagje vrij. Onmiddellijk schiet mijn gezelschap in de lach en roept dat het me wel vergeven zal worden. Het is vandaag een Vergevingsgezinde Dag. Ik lach ook en hef het glas. We klinken. Op 1 januari mag alles, roept iemand een tafel verder. Of dat zo is, wil ik me niet eens afvragen. Vandaag heb ik in ieder geval een dagje vrij. Het mag. Lees meer
Het huis staat vol met verhuisdozen. Ze zijn leeg. De dozen die beneden staan, tenminste. Als ik een verhuisdoos vul, zet ik ‘m boven uit het zicht. Op de andere dozen die al vol zijn. Ik wil de volle dozen niet zien. Als er volle verhuisdozen staan, is het écht. Dan ga ik hier écht weg. Aangezien ik nog geen 100% zeker plan heb waarhéén ik ga verhuizen, wil ik me er niet onnodig druk over lopen maken. Lees meer
Zometeen. Zometéén ga ik echt wat doen. Minstens een broek aan. Eerst nog een koffie. Ik sjok in mijn onderbroek de keuken in. Geen gedoe met filters en weet ik wat: oploskoffie. Waterkoker. Klak, en wachten tot het borrelt. Ik staar uit het raam. Het weer heeft er net zoveel zin in als ik, vandaag. Lees meer
Als plots de wegen woningen worden. Stel u voor. Het is niet vergezocht. Het aantal daklozen is enorm gestegen, en die leven zogezegd toch echt ‘op straat’. Dus zijn de wegen nu woningen. Dan kunt u niet meer rijden. Met uw vroemvroem. Ik ook niet hoor. Met mijn dringdring. We kunnen dan overal misschién nog door als we heel lief kijken. En als we als vervoersmiddel de stapstap kiezen. Lees meer
Vroeg opstaan is toch een beetje alsof je een soort ochtendplaneet bezoekt. De ochtendplaneet is een duistere, koude, onpersoonlijke wereld vol bedrukte gezichten. Ze zeggen niet veel en kijken strak, maar niet krachtig, voor zich uit. Een beetje zoals oorlogsgevangenen kijken in films. Lees meer
In de eerste baan die ik, op een onverstandig moment, ‘serieus’ noemde, had ik een collega die elke dag dezelfde man tegenkwam. Hij heen, de ander weer. Ze zwaaiden en zeiden hoi. Elke ochtend: “Hoi.” Meer niet. Ze wisten elkaars naam niet, waar de ander heen ging, niets. En ze groetten elkaar zo al ruim vijf jaar. Mijn collega legde eens uit: “Dat is mijn hoi-kennis.”
Ik werk inmiddels weer in dezelfde stad als waar dit plaatsvond. Ik wil ook een hoi-kennis. Maar daarvoor is alles nog te pril, blijkbaar. Wel heb ik twee treinvriendjes. Die moeten ook, op ongeveer dezelfde tijdstippen als ik, van dezelfde stad vertrekken en in dezelfde stad uitstappen. Lees meer
Op een ochtend besloot de baas dat de functioneringsgesprekken feitelijk geen zin hadden. Ja, ze boden een legale stok achter de deur bij bezuinigingsronden. En ja, zo kon je besluiten een contractje daar niet te verlengen, een salarisverhoging hier niet door te voeren. Maar het was zo makkelijk. Op elk van zijn medewerkers kon hij wel wat aanmerken. Op zichzelf trouwens natuurlijk ook. Het was té makkelijk, om fouten in een ander te vinden.
Het is mijn bedrijf, bromde hij ‘s ochtends achter het stuur. Ik doe verdomme wat ik wil. En dus stopte hij bij de krantenwinkel om de hoek. Hij haalde een forse stapel verschillende kranten en reed door naar de zaak. Daar stonden, koukleumend, enkele uitslovers al voor de deur te wachten. Zodra hij iedereen binnen had gelaten, repte hij zich naar zijn kantoor en deed de deur op slot. Lees meer