Tuin
Het is haar gelukt. Ik wist dat ze het kon. Een tekst waar ik in kan wegkruipen. Een tuin, natuurlijk een tuin. Planten, schaduw, camouflage, organisch.
Lees meer
Het is haar gelukt. Ik wist dat ze het kon. Een tekst waar ik in kan wegkruipen. Een tuin, natuurlijk een tuin. Planten, schaduw, camouflage, organisch.
Lees meer
Vandaag verleng ik mij in regenstralen. Ik rek mij pijpenstelen. In cirkeltjes plof ik in plasjes van mij. Lang was ik wolk, maar vandaag mag ik vallen van mezelf. De wind raast over mijn huid terwijl ik stort.
Lees meer
De knepsen walen weer, dat blijkt wel. Het gnuist dat het een gampe holder is. Je vnoert het aan alles: aan de gliep, aan diens faberaksel en aan de slup. Ik heb er wel een mening over, over walende knepsen, maar die hou ik maar voor mezelf. Je wil de hemsteur niet schuiken, nietwaar.
Lees meer
Zijn vingers strelen het pokdalige huidje. Nog niet rijp. Hij moet wel aanraken, want hij is zo kleurenblind als wat. Ik heb dat van hem. Als hij twijfelt of de aardbeien rijp voor de pluk zijn, vraagt hij het Oma. Want zelf kan Opa het simpelweg niet zien. Niet handig voor een tuinder, zou je zeggen. Maar kleur is niet alles.
Lees meer
Ik ben een jonge koe. Plots ontdek ik een uitgang naar een plek waar ik eerst niet heen kon. Schuchter schuifel ik door de opening. Ik kijk om. Een paar andere jonge koeien kijken nerveus. Mijn beste vrienden komen nieuwsgierig aangelopen. We gaan een voor een het onbekende in. Maar wel samen. Het gras is hier sappiger, valt ons op.
Lees meer
De barman is het nu helemaal beu. Het begon met het grommen. Steeds begonnen de caféklanten vervaarlijk en vals te grommen. Dwars door de muziek en voetbal heen. Dat was irritant, maar tot daaraantoe. Maar zodra ze onder hun tafels op de grond begonnen te plassen, was de maat vol. Hij stak de klanten in een klantencarrier en nam ze naar de klantenarts.
Lees meer
In stilte smijt ik woorden op mijn muur. Die horen daar, vind ik. Maar meteen als ze er plakken, twijfel ik. Had het dat woord wel moeten zijn eigenlijk ? Ik trek de woorden er weer af en ze gaan terug in de doos. Sommige woorden wachten hun lot niet eens af en vallen uit zichzelf op de grond. Bleven niet plakken. Geeft niet, ik moet toch weg, zie ik op de klok. Ik gooi haastig nog één woord op de muur en zie straks wel of dat dan toch de juiste was.
Lees meer
Ongenadig snijdt de wind in zijn gezicht. Wanhopig vecht hij er tegen uit alle macht, maar hij wordt alle kanten op geslingerd. Als een vod. Nietig voelen is er niets bij. Victor verbijt zich en zet door. Even overweegt hij een andere route te nemen, een met windluwte. Beschut achter de gebouwen langs of zo. Maar hij moet via deze weg, er zit niks anders op.
Lees meer
Mopsie loopt ziedend over straat. Jawel hoor, verderop hangt er wéér een. Hij knarst. Ze hangen overal ! Grommend trekt hij ook deze van de lantaarnpaal af. Hopelijk heeft niemand hem gelezen. Vast niet: als het niet op hun beeldschermpje staat, zien mensen niets meer.
Lees meer
Ik spoel het allemaal in swish cirkeltjes swish in mijn hoofd. Ik wil vandaag niet, dus was ik de woorden weg. Swish splash sploddel. Als wespen die per ongeluk de wespenval van een sadist zijn ingevlogen, spartelen de ideeën in mijn ingebeelde spoelwater. Ik gorgel ze in mijn kop en een voor een klotsen ze onschadelijk rond.
Lees meer