Doosjes

Verhaal door René van DensenIk werk de ganse dag met doosjes. Ik stapel ze op. Dan moet ik de doosjes verplaatsen. Iemand anders stapelt ze dan weer af. Vervolgens stapelt weer iemand anders ze weer op. Zelf stapel ik de doosjes ook weer van andere stapels af. We houden elkaar zo de hele dag goed bezig. Overal in het pand vind je dan ook doosjes. Opgestapeld en afgestapeld. Je krijgt er sterke armen van, al hebben veel medewerkers ook inmiddels een tennisarm. Ik vooralsnog niet. Dus stapel ik lustig -op en -af. Ik wil ook een tennisarm. Zonder ooit één keer getennist te hebben.

Af en toe mag ik de doosjes rondrijden. Op een elektronisch karretje. De doosjes kirren dan van plezier. Hun flappen wapperen in de wind. Ik rijd altijd wat extra rondjes. Expres. Meer plezier voor de doosjes. De rest van de tijd worden die alleen maar op- en af-. Zelf zou ik er tureluurs van worden. De doosjes blijven er enorm laconiek onder. Zo te zien vinden ze het wel best, dat gestapel. Wellicht weten ze niet beter. Als je heel je leven enkel maar gestapeld wordt, en heel af en toe rondgereden, dan begrijp ik dat je niet naar meer verlangt.

Aan het eind van de dag snijden we alle dozen kapot. Dat was ik nog vergeten te zeggen. Met messen. Alles gaat eraan. Geen doos wordt gespaard. Alle medewerkers keuvelen gezellig wat terwijl ze met hun messen de dozen fileren. De dozen gillen het uit. Het gebeurt allemaal zonder verdoving. De eerste dagen had ik er enorm moeite mee. Maar inmiddels snijdt ook mijn mes fluks door het kartonnenvlees. De schreeuwen deren me niet meer. Wel merk ik de laatste nachten dat ik in mijn kop de dozen mee naar huis neem. Mijn slaapkamer staat inmiddels vol met ingebeelde dozen. Langs alle wanden staan ze opgestapeld en de stapels komen steeds dichter bij het bed. Sinds gisteren slaap ik op de bank. Kijken hoe lang dat goed gaat.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *