IN MIJN SCHADUW

Waar drinken nooit een werkwoord werd
rotten zijn wortels zwart
Wat onvoltooid verleden tijdde
spoelde hem aan op land

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Waar liefde nooit persoonsvorm kreeg
werd zijn brein gevuld
Waar leven zich nooit in zinsvorm goot
bloeide hij zijn kracht

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Wat aangehaald door tekens werd
ging dwars langs hem heen
Wie punten tot paaltjes uitriepen
begrensden hem niet

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Vrienden in overleden tijd
draagt hij met zich mee
Zinsnedig geslepen en interpunctdief
onthoudt hij mijn alles

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Waar een komma steeds meer bijzin baarde
stak hij in mijn rug
Een naamval plots, lijdende vorm
en hij verstopt zich vlug

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Ik roep de tekens luid uit
en hij schreeuwt schril mee
Ik bladder grammatikaal
terwijl zijn haardos wappert

Hij loopt in mijn schaduw
met ogen open

Waar nog maar één vraag rest, kijk ik hem
eindelijk eens in de ogen

En zet wat thee voor twee.

Het wordt een lang gesprek.

HET ENKELVOUD VAN ONS

Hier woont nu
het enkelvoud van ons
in een ontzagloos onzige ruimte
met oneindige lengte maar
halfgesleten breedte
en de diepte
geeft hoogtevrees

Hier woont nu
het enkelvoud van ons
en ik kan er niet uit
in een stiller volume waar
een kat geen vloeistof meer wordt
maar het eindelijk weer koud
genoeg is om te leven
dat is een ding dat thermostaat

Hier woont nu
het enkelvoud van ons
ik ken de hoeken, merk mijn muren
sluit en open de ramen, de deuren
blijven dicht, geen spleet die tocht
maar er is wellicht weer
ruimte voor meer fouten.

Worstel

Ik
worstel mij
door de beweging
worstel mij er weer door
Ik ken de stappen
stappen brei

Ik
onwerkelijk mezelf
ontworsteld, blijf een brei
er niet bij, de
worstel niet machtig
weg van mij

Ik scheer me
weg, haar voor haar
waar ik geen weg
mee weet, watert
weg van mij

Wordt dit
ooit weer meer dan worstel
ben ik ooit weer meer
dan brei

Gaan we nu weer door als wij
Of als jou
en wellicht
mij

Plek

Een vreemde leegte, een hol vanbin,
vol van holte, groot gemis erin,
een existentnie, een grof verdriet,
een je ne sais qua, het groot rond niet,
een meer vol minder, een les in more,
een plots ontloren, edoch nooit daarvoor,
een wist niet dat nodig, nu weet ik plots wat,
grof overbrodig, ik wou dat ik had,
een losse waarde, een pak het beet,
een verse spijtigheid, een ledig leed.

Kerf mij weg, in graniet,
lijn voor bocht, gevangen verdriet,
letters en cijfers, al dat mij rest,
leg me te rotten, dat lijkt me nu best,
mijn naam slijt in lijnen, maar zelf eb ik weg,
gewoon langzaam verdwijnen, verder niets dan domme pech,
op- af- en uitgeleefd, klaar met creperen,
wormen hollen mijn kop nu uit, niets meer te leren,
een zinnetje moet mij typeren, ach doe eens gek,
hier lig ik en sta niet meer op, maar wel

op een mooie plek.

That type of day

Now don’t you worry, I’m really okay
I’ve just been having a type of a day
You know the day, you’ve had it as well
The kind of day that can just go to hell

It’s that certain day that starts just off mark
Like sudden drizzle on a picnic in the park
Not worthy of anger, or fury, or rage
More like cutting your finger while turning the page

And nothing goes quite right, but not wrong enough
To make you complain that times sure are tough
Sure, you can handle it, no trouble at all
Just all of the shit, combined, ruins it all

Continue reading “That type of day”