Treinvriendjes

Verhaal door René van DensenIn de eerste baan die ik, op een onverstandig moment, ‘serieus’ noemde, had ik een collega die elke dag dezelfde man tegenkwam. Hij heen, de ander weer. Ze zwaaiden en zeiden hoi. Elke ochtend: “Hoi.” Meer niet. Ze wisten elkaars naam niet, waar de ander heen ging, niets. En ze groetten elkaar zo al ruim vijf jaar. Mijn collega legde eens uit: “Dat is mijn hoi-kennis.”

Ik werk inmiddels weer in dezelfde stad als waar dit plaatsvond. Ik wil ook een hoi-kennis. Maar daarvoor is alles nog te pril, blijkbaar. Wel heb ik twee treinvriendjes. Die moeten ook, op ongeveer dezelfde tijdstippen als ik, van dezelfde stad vertrekken en in dezelfde stad uitstappen.

Sommige dagen tref ik ze heen, andere dagen tref ik ze terug. Ik knik met mijn hoofd naar ze. Maar zij herkennen me nog niet. De vriendschap is nog eenzijdig. Wacht maar, denk ik bij mezelf. Vroeg of laat zijn jullie niet alleen mijn treinvriendjes, maar ben ik die van jullie. En dan zijn we vertrokken.

Ik verheug me er elke dag op. Op die dag. Dat de treinvriendschap wederzijds wordt. Misschien spréken we dan zelfs. En wie weet, meer dan ‘hoi’. Wie weet wisselen we gênante en lollige anekdotes uit. Of worden we nog heel hechte vrienden zelfs.

Als ze nu maar niet hun reden verliezen voor deze treinreis, vrees ik dan ineens. Voor hen, voor mezelf, voor onze toekomstige vriendschap. Ik hou nu mijn hart al vast voor de dag dat ze niet op het perron blijken te staan. Zelfs al zouden ze vakantie hebben. Dan nog.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *