Ijdele schrijverheid

Vier tegelijk

De jonge schrijver rolt een joint in mijn woonkamer. Ik drink bier. Cannabis werkt bij mij niet, ook weer zoiets. De jonge schrijver praat honderduit. Over boeken van anderen, over boeken van mij.

Ik knik met een blik waarvan ik hoop dat die vanzelfsprekendheid, zelfs een beetje een blasé houding uitstraalt. De jonge schrijver kijkt naar me op. Geen idee waarom. Soms, vaak wanneer ik dronken ben, vraag, nee, roep ik dat ook. Waaróm, roep ik dan.
Lees meer

Brief aan een organisator

Beste Wim,

Ik noem je hier Wim, maar dat doe ik omdat ik deze brief ook als een verhaal ga plaatsen op mijn site. Alle mensen in mijn leven die in mijn verhalen opgevoerd worden, hou ik anoniem. Dus jij heet nu, in mijn verhaal, Wim.

Dat je écht Wim heet, dat doet er niet toe, dat weten de mensen thuis niet. Die denken na de vorige alinea dat je naam vooral géén Wim is. Allesbehalve Wim. Eens ze daarvan overtuigd zijn, kun je de alinea erop gerust beweren dat je wél Wim heet: niemand zal je meer geloven.

Enfin, Wim, dank voor je aanbod om op te treden. Dat je geen budget hebt om me een vergoeding te betalen, is jammer. Maar ik mag je en herinner me vaag dat je me bij ons vorige treffen straaldronken hebt gevoerd. Of was jij dat niet ? Hoe dan ook, volgens mij ben jij wel een toffe. Ik kom.
Lees meer

De ontzagwekkende vrijheid

Ik heb een week vrij van de schrijverij. Er zijn een boel mensen die schrijver mogen zijn zonder iets te schrijven. De meesten hebben ooit iets heel goeds of heel diks geschreven en hoeven daarna niet meer zo nodig. Die mogen af en toe in een panel komen vertellen hoe het is om schrijver te zijn zonder te schrijven. Het lijkt me eigenlijk wel wat.

Daarom neem ik een week vrij en schrijf ik helemaal niks. Dat is toch mijn voornemen. Natuurlijk ontkom ik er niet aan dat er emails verstuurd, boodschappenlijstjes opgesteld en formulieren ingevuld moeten worden.
Lees meer

Fietsbel

Mijn leven is zo verlopen dat ik nu optreed met een fietsbel. Het is een mooie fietsbel hoor, daar niet van, maar het voelt toch een beetje voor schut. Sta je daar. Met zo’n fietsbel. Ding ding. Hij zegt ook niet echt veel. Ik ratel hele reeksen prachtige woorden af, hij: ding ding. Nou nou. Snel verdiend, denk ik zo. Zo’n fietsbel heeft het maar makkelijk in het leven. Telkens een dingetje of twee en we hebben het weer gehad. Zelfs mijn geïrriteerde gedachten erover bevatten meer woorden. Zou de fietsbel in dingdings denken ?
Lees meer

Schuldig plezier

Het begint al bij de eerste, halfwakkere slentering door de grauwe straten van mijn wijk. Een buurvrouw, vlasblond piekjeshaar en een zichtbaar onvermogen om het bij één pondje meer te houden, rijdt op een brommertje. Ze klemt een envelop in haar rechterhand. De postbus is vijftig meter verderop. Ik wandel erheen als ik geen zin heb in een wandeling. Binnen twintig seconden rijdt ze terug, zonder envelop. Ik meen me te herinneren dat ze twee deuren van me af woont. Oordelen is te gemakkelijk, maar ik heb er wel stiekem een beetje plezier om. Luie mensen zijn ook goede mensen. Ze zijn meestal beter te vertrouwen dan ambitieuze mensen. Ik grinnik stilletjes, en voel direct een soort schuldgevoel. Van buitenaf, uiteraard. Opgelegd. Dit doe je niet.
Lees meer

Snoepwinkel

Meteen als ik haar zie, denk ik: zo’n prachtige jongedame zou zo vroeg op de dag geen snoepwinkel mogen bemannen. Dat ontspoort mij als man direct, de verdere treinreis. Gelukkig loop ik even later naast een bonkige toeriste met een groene pluche kikker uit haar rugzak. Van die aanstellerij: daar ontnuchter ik van. Toch blijft het prachtige gelaat van de dame mij achtervolgen.
Lees meer

Dichtpresentatie

Alle dichters zijn verschrikkelijke mensen, maar meestal enorm gezellig op het terras. Ik ken een paar niet-drinkende dichters. Die blowen. En als ze dát doen, zijn ze ook nog altijd leuk in de omgang. In feite ben ik gedichten gaan schrijven zodat ik kon meedrinken met leuke mensen. Ik ken inmiddels veel dichters via de drank. Ook mooie vrouwelijke, maar zeker ook lelijke mannelijke. Eigenlijk vraag ik me bijna af of zij niet ook allemaal dichten om met de rest mee te kunnen drinken. Dan zijn we allemaal posers. En bestaat de totale dichtkunst uit de wens met elkaar iets te kunnen drinken. Het zou wat zijn. Ik geef deze hypothese niet veel kans. Maar wie weet, wie weet. Ik ben natuurlijk zelf wel enorm gezellig om mee te drinken. Dus ik begrijp het wél.
Lees meer

Geniaal

Op het terras heb ik nog een geniaal verhaal. Uiteráárd heb ik op het terras nog een geniaal verhaal. Ik weet nog hoe ik me voelde: het was het briljantste verhaal dat ik ooit bedacht had. Dat ik dit mooie thema nog nooit eerder had aangekaart ! Zo prachtig, zo elegant, zo verdomde waar. Ik praat met twee vreemden. Eigenlijk weet ik dat als ik met twee vreemden praat, en dat het zelfs een vurig gesprek is, dat ik gewoon dronken ben. Het gaat over iets uitdragen. Of dat nog wel individueel is, of, och, weet ik het. Ik roep vanalles en ik vind het geniaal.
Lees meer