Ijdele schrijverheid

Snelheid

Ik antwoord eerst dat het er natuurlijk niet toe doet, want dat moet je zeggen. Maar toch dringt ze aan en herhaalt de vraag: hoe snel schrijf ik nu zo’n dagelijks verhaaltje. Ik voel me ongemakkelijk want de snelheid zegt niet veel. Als ik er een uur of een halve dag op zou zitten, zou er gewoon meer geschrapt, hergeschreven of toegevoegd worden. Ik pulk wat aan mijn nagels en zij kijkt me scherp aan – ik voel haar ogen branden.
Lees meer

Postpost

Hij merkt niet dat de man naast hem heel stil geworden is. Zo enthousiast zit hij op te schrijven wat in zijn hoofd stormt. Zijn papier kreukt zacht onder het balpengeweld. Wilde avonturen vliegen het vel op. Hij haalt vandaag makkelijk de deadline.

De man schrijft over een familie, verscheurd door een erfenis. Zelf is de man een knipperende cursor op een scherm. Vermoeid wrijft zijn schrijfster in haar ogen. Nog minstens vier pagina’s en dan is ze klaar voor vandaag. In dit tempo is haar tweede roman in kladvorm af aan het eind van deze maand.
Lees meer

Wachtwolk

Wás het maar een file, bij de winkel. Dan kon ik er langs, of doorheen glippen, of omheen. Maar dit is een ware wachtwolk. Het is niet vreemd: in de straat waar een bedrijf mij betaalt om mijn werk te doen, is enkele weken terug een carnavalswinkel neergestreken. In deze provincie kan dat gewoon, zo’n winkel voor enkele weken en dan weer weg. Zeker als het een carnavalswinkel is.
Lees meer

Brengen

Ik staar naar de klok. Die werkt niet. Oud ding, nieuwe batterij, maar toch mooi niets. Geeft niet, ik weet hoe laat het is. Het duurt nu al meer dan een uur. Ik kan dat verdomme sneller, denk ik stilletjes. Een uur – belachelijk.

Sinds mijn oude adres ermee ophield, met brengen, ben ik op dit adres aangewezen. Ik zou natuurlijk naar mijn oude adres kunnen fietsen. Dan zit je daar, in die wachtkamer. Nummertje in je vingers, half verfrommeld. Leesmappen op tafel. Een zekere ironie, dat wel. Natuurlijk zou ik het ook zelf kunnen doen. Het is tenslotte mijn vak. Maar het is net als koken, soms heb je er gewoon geen zin in. En dan bel je gewoon even.
Lees meer

Voeten

Zo zit ik tussen Serieuze Dichters. Enkelen van hen kennen me. Van vorige gelegenheden. Niet de organisator. Die kan ik wel beetpakken met grappen over zijn penislengte – hij heeft eerder vanavond al gegrapt over de mijne.

Ik bedenk mij dat weinig mensen weten hoe het er aan toe gaat tussen dichters. Dus bij deze. De jaren, net als bij eiken, tellen het meeste. Als je een dichter doormidden snijdt, ken je zijn waarde. Tel gewoon zijn ringen en je weet wat je aan hem hebt. Als je bovendien meerdere bomen rondom hem telt met ook meetellende ringen, dan is het een dichter van waarde.
Lees meer

Literatuur of brood

De klok geeft het helder aan: er is geen tijd voor beide. Lastig. Ik moet echt kiezen: literatuur of brood. Ik heb weer enorm getreuzeld en de tijd is op. Lastig. Het wordt óf een verhaaltje schrijven, óf mijn lunch smeren. Ik zeg het tegen de poes: het wordt literatuur of brood, poes. Ik vraag haar niet wat zij zou kiezen. Mijn poes schrijft niet. Jammer, want ze heeft vast talent. Mijn poes kan alles.
Lees meer

Cursor

Wederom heb ik maar een beperkt tijdsraam. En weer staat hij opjutterig te knipperen. Stomme cursor. De cursor heeft honger en wil woorden gevoed worden. Ik heb geen woorden voor de cursor. Ik heb amper woorden voor mezelf. Maar dat kan de cursor niets schelen.

De cursor knippert langs mijn benen en streelt mijn enkels. Vleiend maar dringerig. Ik geef normaal de cursor nu zijn woorden. Maar vandaag blijkbaar niet. Dat zint de cursor helemaal niets. Er moeten zekerheden in het leven overblijven. Anders kun je cursorknipperen wat je wil, maar is alles voor niets.

De cursor stoot een klagerig geluid uit. Ik haal mijn schouders op en kijk hopeloos. Ik kan het niet helpen, cursor. Dat zeg ik de cursor. Ik heb niets voor je. De cursor knippert kwaad en fel. Ik heb de cursor ontstemd.