Het is zo’n lieve jongen als hij slaapt

Krak

Mijn avontuurlijke hart klopt in mijn borst, maar toch kruip ik onder de dekens. Vandaag heb ik veel gedaan en voor morgen staat er ook een boel op de planning. Terwijl ik mezelf zo nestel, bruist op loopafstand van mijn woning het nachtleven. Mensen klinken er glazen en lossen er luidkeels de wereldproblemen op. Ik zou er heen kunnen gaan, maar dan kan ik een aantal dingen morgenvroeg echt vergeten. En toch: de stad lonkt.

Morrend trek ik mijn deken over mijn neus. En dan plots krák ! Ligt mijn halve matras scheef. Geschrokken zit ik rechtop, of wat voor rechtop moet doorgaan. In feite tuimel ik vooral half uit mijn bed. Mijn kat heeft zich al bovenop de kast verschanst.
Lees meer

Boeven in de nacht

De wieltjes neigen telkens naar links en ik moet flink bijsturen om hem recht te houden. Mijn huisgenoot trekt aan de voorkant van het karretje. Onze handen zijn smerig, want in deze lading grofvuil zitten ook planken van constructies die ik in onze tuin heb gebouwd. Als ik iets in onze tuin bouwde, dan was het doorgaans voor mijn kat. Het hokje waar deze half rottende planken vanaf komen, was geen uitzondering.
Lees meer

Zangmond

Als ik voor de spiegel gaap, heb ik een zangmond. Echt zo’n halve laadschuur waar een hoge schrilgil uit kan galmen. Minstens bij de eerste gaap. Wanneer ik, amper wakker, naar de badkamer heb gesjokt en voor de spiegel aan mijn buik sta te krabben. Het is de gaap waarbij het half bij me doordringt hoe mijn slaapkapsel oogt. Dat klinkt erger dan het is, want hoewel het soms echt alle kanten kan opsteken, zit mijn haar meestal bij het opstaan al fantastisch. Je moet met sommige dingen maar net geluk hebben.
Lees meer

Moeke

Doordringend kijken de ogen van mijn moeke in de mijne. Ik hou vol dat het goed gaat. “Eindelijk weer, moeke, na al die ellende. Het gaat écht alweer een heel stuk beter.” Ze blijft me aankijken. Zoals een kind dat voor het eerst hoort dat spruitjes heel goed voor je zijn. Die blik van ‘ja hoor, en koeien kunnen vliegen zeker’.

Maar ik houd voet bij stuk. “Ik heb werk, moeke, en ik ga er ook gewoon echt geld voor betaald krijgen. Niet zoals die dichtoptredens en de columns en andere dingen. Daar kreeg ik af en toe wel eens een biertje voor, maar voor dit werk krijg ik dus echt geld. Van dat geld dat in de werkelijkheid geldig is.” Die ongelovige blik is wat verzacht, de verkeerde kant op. Ze kijkt nu ronduit bezorgd.
Lees meer

Dat je leeft

Er waren tijden dat ik nu zou denken dat ik leef. Dat het door mijn kop zou schieten. “Zie je wel,” zou ik denken, “ik lééf, verdomme !” Misschien waren die tijden er nooit écht, maar in mijn herinnering waren ze er. Dat ik, zoals nu, gehurkt, draden uit mijn mond, proestend en hoestend boven de WC-bril, vervuld kon raken van de zin van het bestaan.

Nu niet. Op dit moment wil ik enkel slapen. En daar komt godver alwéér een golf aan, voel ik, en ik zet me schrap. Jawel: nog een stuk avondmaaltijd perst zich antiperistaltisch een baan mijn lijf uit. Kutzooi, is het enige dat ik denk. En dat het verdomme lang duurt. Mijn hele nacht is al zo goed als naar de klote.
Lees meer

Terrasechtgenote (1)

Een blogger zegt me dat ik veel en veel te veel verhaaltjes schrijf. Ik lach en zeg dat ik er meer schrijf dan ik publiceer. Hij zegt dat het nog steeds teveel is.

Later die avond drink ik veel te veel en praat ik met iemand die boos is omdat ik haar al vijftien keer ontmoet heb, haar telkens vergeet. Voor de avond om is, zijn we getrouwd en dragen we beiden een sleutelring aan onze ringvinger.
Lees meer