Verhaal door René van DensenDat bleef ze maar herhalen, dat ik haar Charlie moest noemen. Zo heette ze, blijkbaar. Ik vond het best, al werd het bij de zevende keer wel irritant om te horen. Jahaa, dacht ik, nu weet ik het wel, jij bent Charlie, ik ben niet achterlijk. Eigenlijk had ik er daar al helemaal geen zin meer in, in heel die date.

Ik moest ook vanalles van Charlie. Ik moest lachen om haar grappen en ik moest haar volgen in de richting waar zij heen wou. Gelaten sjokte ik maar mee en vroeg me af wat ik aan het doen was. Zo erg was het toch in feite niet, alleen zijn. Ik probeerde me de dagen voor te stellen met Charlie erbij en werd meteen heel, heel moe. Ondertussen schreeuwde zij vanalles. Ze keek me daarbij schuin aan. Blijkbaar moest ik meeschreeuwen. Schor klankte ik wat mee. Wat een kutavond, dacht ik vooral.

Ineens viel het me op dat iedereen rond ons Charlie heette. Althans, dat stond op hun bordjes. Het was een hele Charlie-sekte waar ik heen gesleept was. Het zweet brak mij uit. Straks wilde men dat ik ook Charlie zou worden. Maar ik ben verdomme gewoon René, dacht ik. Haastig glipte ik de menigte uit en rende naar een nabijgelegen café. Ik hoorde Charlie me nog naaschreeuwen. Maar haar woorden kon ik niet meer verstaan.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *