Onvindbaar


Verhaal door René van DensenIk ben ineens onvindbaar. Zo was ik er. Zo was ik er niet meer. Ik heb overal gezocht maar vind niks van mezelf terug. Nog geen schim. Geen DNA-restje. Je zou er licht ongerust om kunnen worden, want het duurt nu al meer dan een dag. Straks blijf ik weg. Dat zou erg dol zijn. Maar vooralsnog ben ik niet weg, maar onvindbaar. Vroeger zei men in mijn ouderlijk huis: ‘kwijt kan niet’. Dus ik ben niet kwijt. Ik ben nog ergens. Dat moet haast wel. Maar ja, ga maar eens zoeken. Lastiger dan je denkt. Als je tenminste onvindbaar bent. En ik doe zelden half werk, dus ik ben direct volledig onvindbaar. Ga er maar aan staan. Zowel aan dat onvindbaar zijn, als vervolgens het zoeken. Ik kom mijn dag alvast wel weer door.

Een paar vrienden nemen hun telefoon op en al snel komen ze mee zoeken. We keren eerst het huis binnenstebuiten. Alles optillen, alle laden controleren, ook onder de deurmat zit ik niet. Minitieus wordt mijn tuin uitgekamd, maar ook daar blijk ik me niet te bevinden. Ik vind het wel lang duren, en zwaai met het lang duren in de lucht. Mijn vrienden kijken eens goed. Dat ben jij niet, zegt er eentje. Volgens mij is dat een het lang duren. Oh, zeg ik beteuterd, en plaats de het lang duren terug in de vrije natuur. Hij fladdert.

We krijgen er dorst van en drinken een biertje. Mijn vrienden zeggen dat ik waarschijnlijk vanzelf wel terugkom. Het is zomer, zeggen ze. Dan komt dit wel eens voor. Ik moet me niet te ongerust maken: waarschijnlijk ben ik gewoon een beetje op avontuur. Ik drink mijn bier en mis mezelf.

Piewpiewpiewfilm


Verhaal door René van DensenHet volgende programma is een piewpiewpiewfilm. Ik heb daar geen bezwaar tegen, een piewpiewpiewfilm op mijn beeldscherm. Je zou zelfs kunnen stellen dat als er tenminste een piewpiewpiewfilm op teevee is, ik de wereld een leukere plek vind. Dat, of een voetbalwedstrijd die het bekijken waardig is. De rest van de tijd is de teevee redelijk zinloos. Geef me echt maar een piewpiewpiewfilm of een goede balstrijd of het weerspiegelend zwart. Dan ben ik blij met het bakbeest van nutteloosheid.

Er valt post op de mat. Post is ook weer zoiets. Tenzij je iets besteld hebt, omdat de winkels niet handig waren, is de post zoiets dat vorige eeuw handig was. Meestal brengt het rekeningen. Gelukkig niet meer op maandag. De maandag is er leuker op geworden sinds ze daarmee stopten. De dinsdag is iets kwijtgeraakt. Maar gelukkig heeft nog niemand een liedje geschreven over dinsdag. Komt wel. Geef mensen genoeg tijd en op elke dag die genoeg stoort komt een lied. Ze zingen het vrolijk en graag want die dag wordt kassa.

Ondertussen speelt de piewpiewpiewfilm maar voort. De piewpiewpiewfilm heeft een heleboel piewpiew. De ene man doet piew, de andere man doet piew. Zo vliegen de piews heen en terug, zoals dat hoort in een piewpiewpiewfilm. Iemand neemt dekking. Jamaarho. We gaan geen dekking nemen in de piewpiewpiewfilm. Je moet een realistisch risico lopen om gepiewpiewd te worden, anders slaat de piewpiewpiewfilm nergens op. In het pad van de piewpiew vluchten dus, mensen. Hoppakee. Anders had je net zo goed in een romkom kunnen zitten. Je zit in een piewpiewpiewfilm. Gedraag je ernaar.

Ventilator


Verhaal door René van DensenIk wou alleen maar een ventilator. Een goedkope. Het wordt nog meer zomer deze zomer, en mijn vorige goedkope ventilator is op. Het eerste zomerslachtoffer. Dus ik loop de goedkopespullenwinkelketenwinkel binnen. Even, éven, een ventilator halen. Dat valt vies tegen. Sinds mijn zware concentratieproblemen vorig jaar begonnen, vind ik niet alles meer op dezelfde plek als waar ze horen te staan. Een beetje alsof het universum stukjes mist. Dat is natuurlijk niet zo: ik mis stukjes. Het universum is er nog best okee aan toe. Dat gaat mij wel overleven. Garantie afsluiten niet nodig.

Ik loop rond en rond in de winkel maar ik zie niet wat ik zoek. Geen ventilator. Geen ventilator ? Dat kan niet, beslis ik, en ik loop nog een rondje. De verschrikkelijke muziek schettert rechtstreeks mijn kop in. Een of andere Nederlandstalige rapper met een zoveelste gemakzuchtig, inhoudsloos liedje. Ik begin me er dusdanig aan te storen, dat de verkoopboodschap die het riedeltje onderbreekt, aanvankelijk welkom is. Maar dan zijn er plots ook jengelende kinderen. Een paar maar, maar ze zijn luid. Ze gillen en maken allemaal felle, onvoorspelbare geluiden. De hoek van de winkel waar ze niet zijn en waar ik heenvlucht, staat dan weer vol met mensen met een heel plat, lokaal accent. Ook erg.

Ik probeer me te concentreren. Ventilator, ventilator. Deze hoek van de winkel is de verkeerde. Nergens een ventilator. Maar de kindergeluiden worden luider. En talrijker. Ik durf niet te kijken. De accentmensen kijken wel. Hun ogen worden groter. Ik draai me om. De kinderen vormen inmiddels één grote, dreigende muur die op onze hoek van de winkel af komt. Hun onvoorspelbare geluiden vormen inmiddels een onheilspellende geluidenbrij. Hoog torent de kindermuur nu al boven ons uit. De kinderen kijken heel sinister. Voor hen uit blijkt de rapper te lopen. Hij brult zijn teksten agressief naar ons toe, in een microfoon die hij scheef ondersteboven houdt. Hij zwaait heel breed met zijn vrije arm.

Ik wou alleen maar een ventilator.

De dagen


Verhaal door René van DensenDagen dat je je poriën voelt jeuken. Dat elk woord stroperig uit je vingers druipt. Dat zelfs een kogel niet wil opschieten. De dagen dat de wereld bevolkt lijkt met trage mossels en andere bejaarden die allemaal tegelijkertijd in je weg gaan rijden of lopen. Dat je er niet aan zou moeten denken dat je ooit weer alcohol consumeert. De dagen dat de kat enthousiast miauwend binnen komt rennen en het je totale zelfbeheersing kost om haar geen aframmeling te geven. Ze merkt er natuurlijk niks van. Het is maar een gevoel, een gedachte. Geen daad.

Natuurlijk belijd je uiteindelijk zulke dagen in stilte. In lichte schaamte zelfs. Je hebt het helemaal zelf gedaan. Wéér. Weer ging je te ver. Sukkel. Weer dronk je ver voorbij je limiet. Je leert het nooit. Nee, kom niet aan met je ‘het was gezellig’. Je hebt weer je eigen grenzen niet erkend, herkend, je hebt ze grofweg gemist. Mijlenver gemist. Als je eigen limieten een verkiezing waren, was je nu Miss Universe. Nee, Miss Next Universe. Hoé je er telkens weer in slaagt jezelf zo de puinhoop in te zuipen, ik heb werkelijk geen idee. Maar het is een talentje hoor. Applaus.

En daar lig je nu. Je ontbijt piept in de magnetron. Het piept nog eens, even later. “Heb je me gehoord ? Het eten is klaar en zo. Ik zeg het maar.” En nog eens. “Hee, voor mij is het niet relevant he, maar dat eten van je is warm. Het wordt steeds minder warm.” En nog eens. “joehoe, kom je het nog halen ? Je mag het evenzogoed laten liggen hoor, kan mij echt niet schelen. Maar eh, waarom heb je me dan überhaupt dit laten opwarmen ?” En nog eens. “Pieperdepiep. Is daar iemand ? Is er nog iemand thuis ? Ben ik helemaal alleen ? Ik vind dit maar eng. HELP !” En nog eens.

Mijn Boze Vriend


Verhaal door René van DensenU heeft er ongetwijfeld ook wel eentje, maar deze is helemaal van mij. Mijn Boze Vriend. Misschien wil hij ook met u nog wel vriendjes worden, maar dat betwijfel ik. Mijn Boze Vriend legt niet veel contacten. Hij walgt van vrijwel alle mensen die hij nog niet kent. Heilig is hij ervan overtuigd dat ze de moeite niet waard kunnen zijn. Anders had hij ze inmiddels wel onder zijn schaarse vrienden gevoegd. Er is een reden dat hij u niet kent, en dat ligt helemaal aan u. Vindt mijn Boze Vriend. Hij veracht u, ronduit. Bovendien zal u waarschijnlijk wel stinken. Of geld lenen en nooit meer terugbetalen. Mijn Boze Vriend wil niets met u te maken hebben. U bent allemaal hetzelfde.

Kwaad staart hij om zich heen, naast me op het terras. Van de week was hij nog boos op een voetbalwedstrijd, maar in feite deugt het hele toernooi, sterker, het hele spél niet, vindt hij. Ik en mijn Boze Vriend zitten in de zon en hij weet alvast zeker dat we verschrikkelijke huidkanker zullen krijgen. Het bier is ook niet de juiste temperatuur. En ik had van hem moeten controleren of ik wel genoeg wisselgeld kreeg. Ik ben echt superstom, vindt mijn Boze Vriend. Ik zou meer moeten doen zoals hij. Nu zijn mijn Boze Vriend en ik al zoveel jaar vrienden, en nog heb ik niet door hoe het moet. Mijn Boze vriend wordt wel een beetje moedeloos van me. Ik ben een ronduit hopeloos geval, zegt mijn Boze Vriend.

Dan, heel even, klaart het gezicht van mijn Boze Vriend op. Een opluchting, neigend naar blijdschap, strekt zich uit over zijn gelaat. Het rimpelt sierlijk alle ingesleten kwaadheid weg. Ik zie het verbaasd gebeuren. Mijn Boze Vriend stráált. Ik kijk mijn ogen uit in dit ene, volslagen unieke moment, en vraag me af waar deze historische euforie vandaan komt. Lang hoef ik niet te wachten op het antwoord. Mijn Boze Vriend laat een heel trage, hard toeterende scheet. Even blijft hij in zijn opluchting hangen. Dan wuift hij de lucht weg. Dat was ik niet, zegt mijn Boze Vriend. Dat was u.

Geef maar toe

  • Ja, sorry. Bonen in tomatensaus. (50%, 2 Votes)
  • Nee, u bent abuis. Het was mijn hond. (50%, 2 Votes)

Total Voters: 3

Laden ... Laden ...

Juichloze dag

No Cheer Today


Onwennig loop ik door het huis. Het gemis kluift aan mijn poriën. De kater overigens ook. De juich stroomt nog door mijn bloed, maar vandaag is een juichloze dag. No cheer today. Ik pluk enveloppen uit mijn brievenvak. Ze bevatten rekeningen. De enveloppen zijn geopend, de inhoud is bekeken en daarna terug in de envelop gestoken. Er ligt een stapeltje. Ik voel me toch al kut, dus dan maar wat geld aan de graaiers geven. Met moeite vind ik een pen en begin ik handtekeningen te zetten. Ze schieten in allerlei richtingen het handtekeningvakje uit en lijken in niets op mijn normale handtekening. Deze kater gaat mij geld besparen. Zo toch dit stapeltje maar even posten. Kijken of de bank erin trapt.

Er zit een oud mannetje op het bankje dat ik passeer. Hij staart voor zich uit. Hij ademt, maar daar heb je het wel mee gehad. Ik slof naar de brievenbus maar onderweg terug besluit ik op hetzelfde bankje te gaan zitten. De juichloze dag maakt mijn ledematen zwaar. Ik ontwen. Door het kijkgedrag van mijn huisgenoot heb ik heel wat juichmomenten voor de kiezen gehad. Passief ben ik enorm verwend de afgelopen weken. Maar vandaag is er geen juich. We hebben een dagje vrij van het juichen, maar mij zint het niet. Ik staar in de richting waar ook de pupillen van het bankmannetje heen priemen.

De fietsende moederkloek met haar blonde kind schrikt zich kapot als ik haar plots toejuich. Ik moedig haar aan en schreeuw de longen uit mijn lijf. Ga, ga, ja goed zo, en nou dóór ! Dan zie ik een man zijn hond uitlaten. Wat een káns, roep ik, tussendoor, ja, nu hurken, jaaaaaaaaaaaaaaaaa ! Ik juich de wolken toe dat ze lumineus overdrijven. Wat een hemelbezit ! Ze overheersen het blauw alsof het moeiteloos gaat ! En die boom daar ! Perfect in positie, wat een klasse, wat een professionaliteit ! Er ligt ergens een gebruikte condoom. Ook die juich ik toe. Ik gil en scandeer naar de stoeptegels, naar de vlindertjes, naar een plasje regenwater. Je kunt me wat met je juichloze dag ! Ik wil elke dag juichen alsof er geen morgen en spijt meer op zal volgen. Ook het oude mannetje juich ik toe. Hij ademt en staart. En dat doet hij weer-ga-loos.

Baard

Verhaal door René van DensenDe baard is weer aan de beurt. Hij is te lang, te vettig, de huid eronder wordt kriebelig. Dan gaat hij er altijd af. Gewoon, drastisch, hoppakee, alles eraf. Grote plukken haar in het putje, babyface in de spiegel. Ik doe dit opnieuw en opnieuw. De enige reden dat ik een baard heb, is omdat ik te lui ben om me te scheren. Ik verslijt op deze manier ongeveer één scheermesje in de drie jaar. Toen ik in slaap viel, twijfelde ik nog een beetje, maar nu ben ik er zeker van: de baard is weer aan de beurt.

Een volle baard scheren is een genot. Je kunt er alle kanten mee op. Waar begin je ? Wat gaat eerst weg ? Scheer je andere baardstijlen erin, tijdens het proces, of doen we het rechttoerechtaan ? Onvermijdelijk scheer ik uiteindelijk ook even een Charlie Chaplin-snor. Sinds een zekere Duitser deze snor iconisch aan hemzelf verbond, is deze stijl in de ban. Zonde, eigenlijk. Dus draag ik hem binnenshuis. Een paar minuten loop ik er dan mee rond, en dan gaat ook dat laatste plukje er af. Het is allemaal aanstellerij, maar zonder publiek, en dan zou je het speels zelfamusement mogen noemen.

Ooit spaarde ik mijn afgeschoren baardhaar op. Ik wou er een kussen mee vullen. Maar hoewel ik heel knutselig creatief kan zijn, naald en draad zijn niet mijn beste vrienden. Met textiel kan ik niet zoveel. Dus uiteindelijk is al dat haar weggegooid. Ik had nochtans een flink volle plastic zak. En hiermee beëindig ik graag mijn spreekbeurt over mijn baard.

Renk

Verhaal door René van DensenIk lig op de bank. Alles beweegt om me heen. Mijn kat rent naar buiten, dan weer naar binnen. Ze heeft een vlinder gevangen en die gaat er nu aan. Want dat moet aan mijn voeten. Mijn huisgenoot heeft bezoek, vervolgens gaat het bezoek weer weg en zet de huisgenoot de teevee aan. Voetbal. De poes rent nu weer de achtertuin in. Ze komt terug met een veertje. De wind komt ook op bezoek. Hij waait enkele rondjes in de woonkamer en vlucht dan door de open deur. Ik blijf liggen waar ik lig. Soms moet je de wereld gewoon zijn ruimte geven en uit de weg gaan.

Langzaam smelt ik samen met de bank. Eerst is er een soort Renébank. Dan al een renank. Voor je het weet, staat er in de woonkamer een renk. Mijn kat en mijn huisgenoot zoeken me, maar ik ben er niet meer. Wel een of andere vreemde renk. De politie wordt gebeld. Zo was ik er, zo was ik er niet meer, immers. Ze komen onderzoeken. Hun oog valt op de renk. Wat is dat ? vraagt één nieuwsgierige agent. Mijn huisgenoot haalt zijn schouders op. Een renk, antwoordt hij. De agent kan de hele tijd zijn ogen niet van de renk afhouden. Waar hebben jullie die gehaald, vraagt hij. Kwenie, zegt mijn huisgenoot. Hij was er gewoon ineens. Ik wil er ook een, zegt de agent.

Een handige ondernemer springt er enkele dagen later op in en begint renken te produceren. Al snel heeft iedereen een renk. Ze vliegen de winkels uit. Je wordt ermee doodgegooid, met de renken. Alle woonwijken staan er vol mee. Al snel zijn de mensen de renken weer beu. Met bosjes staan ze bij het grofvuil. Iedereen is renkmoe. Ook ik. Langzaam strek ik mijn armen. Zo ga ik van renk naar renank naar René en bank terug. Mijn kat laat van schrik haar vers gevangen sprinkhaan ontsnappen. Heeft er toch iemand baat bij gehad.

Vingers


Verhaal door René van Densen’s Ochtends blijken al mijn vingers weggelopen. Heb ik dat. Dat is niet erg eh, handig, zoals u zich kunt inbeelden. Ik pruts me wat door het huis heen, op zoek, maar nergens kan ik ze meer vinden. Foetsiekabloeb, die vingertjes van mij. De kat wil naar buiten, maar ik krijg mijn deursleutel niet goed vastgepakt. Dus die heeft pech. Mijn slaapkamerraam stond op doorluchtstand, dus ze krijgt nog een beetje frisse lucht, maar voorlopig geen buitenwereld voor de poes. Ondertussen zoek ik het huis nog een keertje af, maar geen vingers in zicht. Ten einde raad zet ik wat koffie en vraag ik me af hoe ik de dag doorkom.

Misschien staken ze wel, de vingers. Vinden ze dat ze ondergewaardeerd worden. Ik wil direct roepen dat ik ze heus wel waardeer, vingers, echt hoor. Ik ben altijd zo blij met jullie, wil ik gillen. Maar of ze het horen en er wijzer van worden, dat weet ik niet. Ondertussen krijg ik jeuk in mijn oor en op andere vervelende plekken. Krabben lukt niet. En wanneer ik een boterham met kaas probeer te maken, eindigt de hele keuken onder de boter. Het allervervelendste is dat het niet lukt om betweterig te zijn zonder vinger. Ik kan er niet mee zwaaien, wijzen of er eentje waarschuwend in de lucht steken. Wat ik niet zou doen voor één vinger.

De vingers blijken me een mailtje gestuurd te hebben, zie ik nadat mijn laptop ook helemaal onder de boter zit. Ze nemen even een dagje vrij. Altijd trouwe dienst, recht op, even uitwaaien, enzovoorts. Ja, dat is leuk, maar het schopt wel heel mijn planning in de war. Hoe moet ik nu schrijven ? Ik mopper wat en lik de boter van het scherm. Ze hebben een foto meegestuurd en liggen ergens op een naaktstrand. Ik zie de vrouwen in de achtergrond van de foto en grijns. Dan sluit ik de laptop. Ze hebben het verdiend, mijn vingers. Die gaan een mooie dag tegemoet. Dát zijn mijn vingers, geen twijfel mogelijk. Koffie, iemand ?

Muurschilderingen

Verhaal door René van DensenMijn huis wordt in rap tempo omsingeld door muurschilderingen. In alle windrichtingen zijn kunstenaars bezig met reusachtige verfprojecten. Als veelkleurige, grijpgrage tentakels komen de muurschilderingen steeds dichterbij. Ik bezie het en begin lichtjes te vrezen dat mijn huis ook opgeslokt gaat worden. Zo zit ik in mijn achtertuin, mij hierover zorgen te maken. Met een koffie in mijn hand. Natuurlijk is het aanstellerij, maar je moet altijd uitkijken met die muurschilderingen. Tijdig bijsnoeien om te voorkomen dat ze gaan woekeren.

Voor ik hiertoe over kan gaan, pakken plots de muurschilderingen elkaar vast. Ze beginnen een gevecht. Rondom mijn huis ontstaat een woelige kleurenstorm. Mijn kat snelt naar binnen. Ik sta beducht rechtop, klaar voor de verdediging. Maar dan zie ik het ineens: de schilderingen zijn niet aan het vechten, ze dansen ! In vrolijke hobbelpas springen ze rondjes om mijn woning. Ik kijk het verwonderd aan. Je ziet het niet elke dag. Eerst is het een soort rondtedans, maar al snel komen andere, klassieke dansvormen aan bod. Één muurschildering danst een rompige foxtrot, terwijl een ander een sublieme samba neerzet. Het is een dansig kleurenfeest. Ik maakte me weer om niks ongerust.

Ik vraag de muurschilderingen of ik wat muziek moet aanzetten. Normaal doe ik dit niet, want ik geniet wel van de stilte. De schilderingen roepen enthousiast ja. Ik schakel de radio aan. Lelijke moderne noten schellen uit het apparaat. De muurschilderingen vinden het een kabaal en trekken afkeurende gelaten. Ik probeer de radio weer uit te zetten, maar hij wil niet. De muurschilderingen zijn gestopt met dansen. Dreigend naderen ze. En ze woekeren. Dat kunnen muurschilderingen als geen ander: woekeren.