Op sommige ochtenden begraaf ik mijn hoofd in een handdoek. Dat moet dan liefst geen záchte handdoek zijn, maar zo eentje die al tachtigduizend keer gewassen is. Een handdoek van schuurpapier-maché, zogezegd. Waarvan je elke vezel over je gezichtshuid voelt schrapen. Ik steek mijn neus er diep in en sluit mijn ogen. Lees meer
Een hele week. Een hele week even lekker niks. Dat gaat natuurlijk niet lukken, dat snapt iedereen die dat wel eens geprobeerd heeft. Maar toch ga ik een poging wagen. Althans: ik zoek natuurlijk ook nog steeds werk. En het huishouden verdient ook wat aandacht. En eigenlijk moet mijn fiets een grondig- nee, nee, nee, kijk, daar ga je al.
Demonstratief ga ik op de bank liggen met mijn armen gevouwen. Ik beweeg niet. Is dit wellicht niets ? Hoe weet je of je niets aan het doen bent ? Wat telt er in feite als ‘doen’ ? Mijn hart klopt en mijn haren en nagels groeien. Ik adem. Zijn dat allemaal dingen die ik doe ? Want dan ben ik op dit moment superdruk bezig. Bloed raast door mijn aderen. Mijn maag knort. Ik moet gapen. Met dit alles heb ik het potverdorie maar druk.
Het is om gek van te worden. Binnenkort neem ik even vakantie van al dat niksdoen. Want zelfs erover nadenken is vermoeiend.
De dag is er om van te genieten. Dat heb ik ook gedaan. Onverwacht kwam een goede vriend – wat zeg ik, een pennebroeder – langs. De zon bakte de herfst bruin en we blaakten in volle teugen. Biertje, paar peuken, vrolijkheid en vergeten zorgen. Vlinders die fladderen alsof het pas lente is. Het is een dag dat ik niet rouwig ben dat ik niet aan een bureau onder TL-licht zit te zwoegen. En als alles toch vroeg of laat naar de kloten gaat, heb ik er niks van gemerkt. We hebben zo weinig dagen voor ze op zijn, dus een goeie mag tellen voor tien. Lees meer
Waarom, waaróm ben ik hierheen gekomen ? Ik haat deze plek. In feite ben ik nog liever dood dan dat ik hier ben. En het is zo verschrikkelijk druk. Ik sterf van de hitte, van al die lijven. Niet over nadenken. Niet over dat die hitte cumulatieve lichaamswarmte is, met vettige en zweterige huiden, compleet met meeëters en eventueel besmettelijke ziektes, compleet met jeukerige…. Juist, niet over nadenken zei ik al, slimpie. Wat maakt het uit wat voor ongedierte er misschien tussen die talg en dat zweet aan het smullen is ? Lees meer
“Het is wel een beetje een sekte hoor,” zegt de mevrouw op het feestje. Ze heeft het over mijn vriendengroep. Elke donderdag, althans, de meeste donderdagen, komen wij bijeen op het terras. Even lekker ‘onszelf zijn’. Iedereen die onze groep kent, vindt ons maar rare jongens, maar wij vermaken ons er goed bij. De mevrouw in kwestie was er eens bij en wist niet hoe vlug ze weg moest gaan. Volgens mij lag dat gevoel puur bij haar, maar ik kan me vergissen. Voor mij hoefde ze alvast niet weg. Voor mij hoeft niemand weg. Lees meer
Ik loop over straat met mijn hoed op tegen de regen en de zon. De deur zwaait open en de Abraham neemt gretig mijn felicitatie aan. Kinderen gillen me na: “Kijk, daar, daar loopt een kooijbooij ! Een kooijbooij !!” De Abraham wijst me waar de drank is. Ik slenter in feite maar wat – ik weet waarom ik mijn huis heb verlaten, maar het is niet om de kooijbooij uit te hangen. De gastheer kijkt rond en bedenkt zich dat ik, inderdaad, waarschijnlijk niemand hier zal kennen. De kindjes rennen achter me aan: Meneer kooijbooij, meneer kooijbooij, ga je boeven of indianen schieten ? Hij schrikt lichtjes: nee, je kent inderdaad niemand hier. Lees meer
Ik knuffel wat met de stilte, maar die is er toch niet echt bij. Piekerend staart de stilte omhoog. Ik vraag of de stilte echt moet gaan. Hij knikt. Verplichtingen. De stilte moet altijd ergens zijn. Haast, haast, haast. Er is veel vraag naar de stilte. En waar de stilte weer verdwijnt, zwelt direct het geluid op. Waardoor ook daar onmiddellijk de vraag naar de stilte weer ontstaat. In feite neemt die vraag hand over hand toe. De stilte zucht wat. Lees meer
Veel hoekiger, en met een dakraam. Het is maar één voorbeeld. De werkelijkheid, andermans geheugens en zelfs de foto’s spreken me tegen, maar zo herinner ik me de auto die we hadden toen ik opgroeide. Als dat nu de enige verkeerde herinnering was, kon ik mezelf wel vertrouwen. Maar mijn inwendig fotoboek is vergeeld en alle plaatjes zijn volledig subjectief ingekleurd. Misschien zat er inderdaad geen autodak in, maar heb ik jarenlang gedagdroomd hoe het zou zijn dat er een autodak in zat. Dat open kon. Verfrissing, en uitzicht op het blauw en de wolken boven ons. Mijn werkelijkheid wordt prima, en in hoog detail, opgeslagen in die walnoot bovenaan mijn nekwervels. Maar dat is blijkbaar niet noodzakelijk de werkelijkheid van anderen. Lees meer
Vrouwen met doorlopend ontbloot tandvlees, daar heb ik het moeilijk mee. Bedek dat nou toch, denk ik dan. Zelf ben ik van de minzame grinnikjes. Een schaterlach hoor je bij mij zelden. Of ik moet dronken zijn. Of ik, als ik dronken ben, veel tandvlees toon, weet ik niet. Zo ja, dan ligt dat echt aan de alcohol. Tandvlees is mijn ultieme taboe. Ik vind het verschrikkelijk bij een ander, en verberg angstvallig en beschaamd het mijne. Tandvlees is intiem. Het is gevoelig, het is sensueel, en nog belangrijker: mensen die doorlopend hun tandvlees tonen, komen mij enorm onintelligent over. Hetzelfde als mensen die de hele tijd hun bek open laten hangen. Alsof hun hersenen bij alledaags gebruik al extra koeling behoeven. Dus nee, vrouwen met klokrond schaamteloos tandvleesgekoketteer, daar blijf ik wars van. Dat verschrikkelijke tandvleesexhibitionisme. Lees meer
Ik ben ineens onvindbaar. Zo was ik er. Zo was ik er niet meer. Ik heb overal gezocht maar vind niks van mezelf terug. Nog geen schim. Geen DNA-restje. Je zou er licht ongerust om kunnen worden, want het duurt nu al meer dan een dag. Straks blijf ik weg. Dat zou erg dol zijn. Maar vooralsnog ben ik niet weg, maar onvindbaar. Vroeger zei men in mijn ouderlijk huis: ‘kwijt kan niet’. Dus ik ben niet kwijt. Ik ben nog ergens. Dat moet haast wel. Maar ja, ga maar eens zoeken. Lastiger dan je denkt. Als je tenminste onvindbaar bent. En ik doe zelden half werk, dus ik ben direct volledig onvindbaar. Ga er maar aan staan. Zowel aan dat onvindbaar zijn, als vervolgens het zoeken. Ik kom mijn dag alvast wel weer door. Lees meer