Vannacht schreeuwde er een man in een van de huizen buiten mijn tuinhek. Hij schreeuwde en schreeuwde. Het was eigenlijk meer een brullen. Het klonk kwaad. Ik woon zo bizar rustig in dit huisje dat ik amper flarden hoorde. Enkel dát er geschreeuwd werd. Lees meer
In de bioscoop draait een film met een man met de hamer. De man met de hamer is heel bezitterig. Niemand anders mag de hamer gebruiken. Ook de buren niet. Terwijl die klusjes genoeg in en om het huis hebben, waarbij ze graag even de hamer zouden lenen. De man met de hamer staat niet op geweldige voet met zijn buren. Lees meer
Het overkomt me ‘s avonds vaker de laatste tijd: ik sukkel pardoes in slaap. Het is maar een paar uur, maar knal, ik ben weg. Om daarna duffig te ontwaken, niet zelden rond het tijdstip dat ik eigenlijk naar bed had willen gaan. En natuurlijk blijf je dan toch nog even op. Wachten tot je weer moe bent. Lees meer
Ik zit achterin, naast mijn neefje. Voorin zitten mijn vader en mijn broer, zijn vader. Die twee hebben wel een rijbewijs, wij niet. Ik was amper ingestapt of mijn neefje riep uit: “Nee he, daar heb je die gekke fantasieverzinmeneer weer !” Ja, dat moet je natuurlijk niet tegen mij zeggen. Lees meer
Ik word kriegel van vals weer. Als een onvervalste barometer. Ik prik er dwars doorheen, van dat weer dat het ene belooft te worden maar als het ander uitpakt. Zoals honden grommen naar iemand met valse bedoelingen, betrap ik immer het valse weer. En berg je op zo’n moment, want dan heb ik een ochtend/middag/avond/nachthumeur van jewelste.
Het moet verdomme ook niet gekker worden: je denkt haaaa, nog net een beetje nazomer of desnoods nog een beetje een warme herfstzon, en boemsjakkalakka alles wordt duistergrijs en voor je het weet krijg je donders en bliksems om je oren. Het weer boeit het echt geen reet wat je ervan vindt: het is de ongekroonde rock ‘n roll artiest van het hemeldak. En je krijgt geen geld terug. Lees meer
Ik kom, in feite, uit een enorme familie. Twee na-oorlogse werpingen aan beide kanten. In Katholiek Brabant. Dus er werd flink geworpen, want je wist nooit hoe weinig ervan zouden overleven. En dat zijn dus nog maar de broers en zussen van mijn ouders. Vervolgens gaat iedereen netjes aan de twee punt vier kindjes, uiteraard. Gevolg: ik weet zelf allang alle namen niet meer van wie er familie van me zijn. Lees meer
Meestal blijf ik er ver bij weg, maar zo af en toe, wellicht uit masochistische neigingen, moet ik toch een blik in de beerput werpen. Het is een fascinerend verschijnsel, zo’n beerput. De lucht alleen al die in je gezicht slaat, is nergens mee te vergelijken. Heel warm, vooral. Je huid tintelt. Toch voelt iedere laatste porie dat dit geen gezonde zeebries is.
In de beerput spartelen mensen. Ooit heb ik me wel eens afgevraagd of ik de mensen uit de beerput moest helpen. Maar de mensen zijn graag in de beerput. De beerput is hun hele leven. Ze gooien handenvol stront naar elkaar, en heffen daarna wanhopig hun armen ten hemel en roepen op hoge toon dat iedereen hén moet hebben. En dan pakken ze weer wat stront en wordt er nog een keer gegooid. Lees meer
Ik zou best een rapper willen zijn in een puriteins land. Amerika of zo. Waar ze piepjes of stiltes inlassen wanneer je woorden zegt die je niet hoort te zeggen. Alsof er woorden bestaan die je niet hoort te zeggen. Maar sommige woorden dienen blijkbaar vooral niet gehoord te worden. En daarom mag je ze niet zeggen. Lees meer
Het is superirritant, want nog altijd niet voorbij: ik ben een burnout. Of héb ik een burnout ? De literatuur over mijn ziekte – want dat schijnt het te zijn – loopt op dat punt nogal uiteen.
Héb ik een burnout ? Ja, zo ver ben ik nu wel. Na de ellende in het begin die me keihard met de neus op de feiten drukte. Het is verschrikkelijk om te hebben, want je hoort er schamper over te doen. ‘Van een beetje stress is nog niemand kapot gegaan,’ hoor ik mezelf meermalen in mijn leven denken en zeggen. Daar leefde ik ook naar. Ik ben een kind van mijn wereld.
Je kunt het ook niet zien. Ik loop, ik praat, ik fiets. Een tijdje terug werkte ik ook weer. Het ging niet van harte, en mijn energiepeil van vroeger komt wellicht nooit meer terug. Maar men ziet mij lopen, praten, fietsen, werken. Dus ik ben niet ziek. Men ziet niet hoe ik daarna kapót op de bank lig en minimaal een paar uur echt niets meer kan doen. Lees meer