Gaus


Verhaal door René van DensenOmdat er mensen hebben gevraagd om meer verhalen over de logeerhond, houd ik de logeerhond strak in de gaten. Als de logeerhond iets doet dat het navertellen waard is, zal het mij niet ontgaan. De logeerhond ligt in zijn mand en smelt in de zon. Heel langzaam. Het is niet bepaald spannend. Ik vraag de logeerhond of hij nog iets spannends gaat doen. Loom kwispelt de logeerhondstaart éénmaal. Dan smelt de logeerhond verder.

Ik rook een elektronische sigaret. Iemand heeft mij de elektronische sigaret gegeven. De elektronische sigaret smaakt best vies. Maar hij is nog niet op. Heb ik dat. De logeerhond gaapt.

Buiten hoor ik sirenes en zie ik een ambulance en een politiewagen voorbij snellen. Maar ja, om verhalen over ambulances en politiewagens hebben de mensen niet gevraagd. De mensen willen verhalen over de logeerhond. Ik geef de logeerhond een por. Hij kreunt zachtjes. Ik geef hem een schop in zijn zij. Mijn voet komt klem te zitten in smeltende logeerhondbrij.

Langzaam zink ik weg in de smeltende logeerhondbrij. De logeerhondbrij is van een comfortabel warme temperatuur. Al snel zit ik tot mijn buik in de logeerhondbrij. Ik kan niet bewegen en zink maar door. Even vraag ik me af of dit Martin Gaus ook wel eens overkomen is. Net voordat ik met mijn hoofd kopje onder ga in de smeltende logeerhondbrij, durf ik daar ernstig aan te twijfelen.

Oorspronkelijk geschreven op 2 augustus 2013, de logeerhond-saga dreigde verloren te gaan in de Facebook archieven

Veelvoud


Verhaal door René van DensenVanwege de logeerhond sta ik vroeg op. De logeerhond blijkt namelijk niet naar de kattebak te gaan. Dat is een tegenvaller waar ik geen rekening mee hield toen ik beloofde op de logeerhond te letten. De kat kijkt me raar aan want normaal slaap ik nu nog. Ze blijft op bed liggen. Ik zie een zonsopgang in de zomer. Normaal overkomt me dat alleen net voor het slapen gaan.

Een groepje jonge kerels staat bijeen in het midden van een grasveld. Ik heb geen idee wat ze daar doen. Ik heb nog geen koffie op dus ik sjok over de straatstenen. De jongen met de irritantste stem roept tegen de rest dat sommige mensen op dit tijdstip hun hond uitlaten. De logeerhond rent meters voor me uit. Ik mis mijn bed. Gelukkig past de kat daar op.

Als ik elke dag zo vroeg op ga staan, kan ik niet meer zo laat opblijven als ik normaal opblijf. Ik voel me bij thuiskomst geconfronteerd met een veelvoud aan ochtend. Zelfs een wandelronde later is de ochtend pas net begonnen. De kat confisqueert de bovenverdieping en wil niets meer van mij of de hond weten. Ze slaapt lekker in de zon. Ik heb net even gekeken. Van pure ellende ga ik dvd’s kijken op de bank. De logeerhond staart me aan vanuit zijn mand. Hij kwispelt onophoudelijk.

Ik besluit de dvd’s die ik kijk, weg te geven. In het gemene ochtendlicht zijn de films niet heel erg goed. Misschien geef ik ze aan een dakloze. Of aan een buitenlander. Alle films hebben Nederlandse ondertiteling. De kwispelende logheerhondstaart klapt op het laminaat. Klap, klap, klap. Het klinkt alsof de logeerhond applaudiseert voor de slechte films. Ik kan niet wachten tot de logeerhond weg is.

Oorspronkelijk geschreven op 1 augustus 2013, de logeerhond-saga dreigde verloren te gaan in de Facebook archieven

Logeerhond


Verhaal door René van DensenHet is de tijd van het jaar dat veel mensen dingen ondernemen waarbij huisdieren niet handig zijn. Zo loop ik een logeerhond op. Mijn kat is het niet met de komst van de logeerhond eens en verstopt zich in de boekenkast. Ik bel met een vriend die ik lang niet meer gesproken heb.

De eigenaar van de logeerhond kent me ook op Facebook. Ik leg mijn idee aan de telefoonvriend voor om de logeerhondeigenaar te bestoken met verzonnen berichtjes van gevaarlijke situaties waar ik de logeerhond in plaats. Dat ik de logeerhond in het bos uitlaat tijdens onweer. Of dat ik de logeerhond opfok om met een pitbull vier deuren verderop te gaan vechten.

Mijn vriend zegt dat dat niet aardig van mij is. Ook de daaropvolgende ideeën kunnen rekenen op zijn afkeuring. Zelfs de heteluchtballonvaart met de logeerhond roept geen enthousiasme op. Het bezoekje aan een chocoladefabriek levert zelfs een misnoegd snoeven aan de andere kant van de lijn op. De reacties van mijn telefoonvriend zijn funest voor mijn inspiratie, want al snel heb ik geen ideeën meer.

Mijn vriend zegt dat ik volwassen moet worden. Ik kijk een tikkeltje beteuterd naar mijn schoot. Op mijn schoot ligt mijn dichtbundel. Ik heb de dichtbundel teruggekregen van een medewerkster van een fatsoenlijke boekenwinkel. De medewerkster vond het toch niet haar ding. Ik heb de medewerkster haar geld teruggegeven. Nu heb ik geen geld voor brood.

Mijn vriend zegt dat mijn problemen niets voorstellen. Hij ligt zelf met een gebroken voet op de bank. Ik heb geen gebroken voet. De logeerhond kauwt op een van mijn gedichten. Het is een gedicht over een dode kat. Vanuit de boekenkast kijkt mijn boze poes het tafereel aan. Dan strekt ze zich uit. Er vallen een paar boeken op de logeerhond.

Oorspronkelijk geschreven op 31 juli 2013, de logeerhond-saga dreigde verloren te gaan in de Facebook archieven

Brokken


Verhaal door René van DensenOp het hele huishouden moet worden bezuinigd. Ook bij jou, poes, zeg ik tegen mijn poes. Dus begin ik een experimentje met goedkopere brokken. Natuurlijk lust ze ze niet. Ze wordt magerder. Twee keer per week krijgt ze een traktatie, en ze wacht liever tot die snack dan dat ze deze meuk eet. Om haar toch niet te doen verhongeren, gooi ik wat van haar lievelingsvoer bij de goedkope brokken en hussel het door elkaar. Maar daar trapt ze mooi niet in. Ze ruikt het direct. En dan schept ze haar bekje vol, dumpt de brokken naast haar bakje, en sorteert de lekkere brokken eruit. De rest laat ze liggen. Zo spreidt zich al snel een flinke hoeveelheid ‘moet ik niet’ brokken uit.

In het begin stofzuig ik die op. Tot ik besef hoe idioot dat is. In feite is mijn stofzuigerzak op den duur gewoon weer een zak van dat goedkope kattevoer. In een luie bui laat ik het een paar dagen voor wat het is. De brokken spreiden over de hele vloer. Al snel is de vloer onzichtbaar. Overal liggen moetiknietbrokken. Een flinke laag. Het is even wennen, maar ik vind het wel mooi. Het knespert lekker onder je voeten. Ook isoleert het verrassend goed, en het dempt je stappen. Wel knespers, maar geen stompstomp meer. Omdat het los ligt, kun je er met een stokje ook patronen in vormen. Ik maak allemaal kringeltekeningen en Oosterse patronen. Als je je ogen dichtknijpt, lijkt het net een echt tapijt.

Ondertussen filtert de kat maar door. De laag van moetiknietbrokken groeit gestaag. Dan verdwijnt langzaam maar zeker het TV-meubel. De banken. Het keukenblok. Mijn hele huishouden dompelt onder. Ik kan het huis niet meer uit. Tevreden zit ik op de groeiende laag en kijk rond. Er is geen sprake meer van een huishouden. Mijn kat heeft goed begrepen wat ik haar gezegd heb. In feite had ik jaren geleden aan die brokken moeten beginnen. Met een stokje roer ik in de brokken en bereken wat ik vandaag zoal bespaard heb.

Boze zon


Verhaal door René van DensenEen beetje tureluurs wordt hij wel van ons, die zon. Dan staan we weer dichtbij, dan draaien we weer verder weg. En constant maar rondjes draaien. Laat staan al die satellieten en wolken die we constant tussen ons en hem in schuiven. Hij is het eigenlijk wel een beetje beu, die afstandelijkheid van dat rotplaneetje. Dus hij is zijn koffer aan het inpakken. Hij zegt toedeloe. Zoek maar een andere idioot om een beetje de zon uit te hangen, zegt hij. Ik heb er genoeg van. Voor niks doe ik dit. Jullie hebben er zelfs een gezegde over. En maar stroom leveren aan die lelijke panelen. En maar toerisme ondersteunen. Nee, ik heb er genoeg van. Ik krijg er niks, echt niks, voor terug.

In blinde paniek wordt er gezocht naar een nieuwe kandidaat. ZON GEZOCHT, staat er op alle ramen van de uitzendbureaus. Maar de minimumvereisten zijn te hoog voor de meeste werkzoekenden. Die hebben het zonzijn niet in zich. Je kunt er ook geen opleiding voor volgen, natuurlijk. Dat vindt men oneerlijk. Als je zoiets de arbeidsmarkt op kegelt, moeten mensen wel een eerlijke kans maken, uiteraard. De mensen zijn boos. Ze willen best de hele dag zon zijn. Het is natuurlijk een unieke, en zeer belangrijke positie. En niemand staat boven de zon. De zon is wel een beetje het hoogste dat je kunt bereiken. Nu de functie toch vrij is, wil iedereen wel zon worden. Maar de mensen zoeken wel echt een waardige vervanger. Je moet niet willen dat er een zon komt die niet een beetje kan stralen. Dat is maar een halfbakken zon. Nee, dan nog beter geen zon dan zo’n zon.

Uiteindelijk wordt er een geschikte vervanger gevonden. Een echte superster. Direct nadat hij zijn rol invult, wordt het zomer. Iedereen geniet. Maar toch is het anders. Men kijkt naar de zon, en voelt het. Dit is een andere zon. Hij is boos. Het is een boze zon. Hij kijkt niet noodzakelijk boos, maar wat een sjacherijn.  Je vóelt het gewoon. De vorige zon was veel vrolijker, zegt men. En de handdoeken worden weer opgerold. Iedereen gaat in hun tuin miezeren. Niets wordt zoals het vroeger was.

Nieuw fruit


Verhaal door René van DensenEr ligt nieuw fruit in de schaal. Ik weet niet wat het is. Mijn gebruikelijke fruit was er niet. Daar sta je dan, met je lijstje. En dan grabbel je iets wat op het beste alternatief lijkt. Om dan bij de kassa ineens te zien dat het iets heel anders is. En dat je geen idee hebt wat het is. Maar ik ben dan weer zo’n slappe lul die dat niet durft terug te leggen. Overmoedig denk ik dan bij mezelf, och, eens iets nieuws proberen. Ik ben benieuwd, houd ik mezelf voor. Om mezelf nog extra voor de gek te proberen te houden, neurie ik zacht een liedje. De kassamevrouw kijkt me geïrriteerd aan en ik geef haar een brede glimlach. Terwijl ze het nieuwe fruit over de pieppiep haalt.

En nu ligt het daar. Ik ben helemaal niet benieuwd. Ik wil het eigenlijk helemaal niet proberen. Ik ken dit niet. Het is waarschijnlijk vies. Ik ben een boer. En wat die niet kent, u weet de rest wel. Ik laat de kat aan het fruit ruiken. Die trekt een vies gezicht, snorharen vooruit. Zie je wel, denk ik. De kat moet het ook al niet. Dat de kat mijn gebruikelijke fruit ook niet moet, laten we even buiten deze bewijsvoering. Ik prik in het fruit. Het is keihard. Ik laat één exemplaar van het fruit vallen. Kijken of het stuitert. Het fruit slaat een gat in mijn vloer. Daar had ik niet op gerekend.

Ik kijk in het gat. Het gaat eindeloos door. Ik kan de bodem niet zien. Zie je, denk ik. Dat krijg je dus met dat rare fruit. En nu mag ik de reparatie van die vloer weer betalen, zeker. Ik ben half-half van mening dat dit mijn schuld niet is. Ik kon dit niet weten. Ik heb immers nog nooit eerder met dit fruit gewerkt en kende het niet. Het is de schuld van dat rare fruit. Als ik val, sla ik geen gat in mijn vloer. Ik weet dat heel zeker. Ervaring mee. Het is beslist het fruit z’n schuld. En de mensen maar beweren dat het gezond is, denk ik bij mezelf, fruit. Ik hmpf. De andere exemplaren in de schaal staren me expressieloos aan. Het zijn er nog zes. Ik wil ze wel weggooien, maar twijfel aan de gevolgen. De bodem van onze vuilcontainer is niet zo stevig. Daar zit ik dus mooi weer mee. Ik zal nog eens fruit kopen.

Een op de drie


Verhaal door René van DensenHet is een bizar goedkoop geschoren poedel. Onwillig wordt hij door de man meegesleept. De man heeft die typische zaterdagmiddagblik die alleen winkelende mannen van middelbare leeftijd met een boodschappenlijstje in andermans handschrift op zak kunnen hebben. Hij slaat aanvankelijk amper acht op de hond aan zijn zij. De hond ook amper op hem. De man wil afrekenen en weg. Goddank dat er nog altijd mannen met winkelvrees zijn. De poedel met de slechte coupe is jong. Al het voer in de dierenwinkel is luchtdicht verpakt, dus begrijpt ook hij niet wat ze daar doen.

Bij de uitgang staat een schaaltje hondensnacks op de grond. De man bukt. Dit is de eerste actieve handeling die ik hem heb zien uitvoeren. Hij pakt een hondensnoepje. Hij laat de hond ruiken. De hond is geen fan. Met een ‘meen je dit nu echt’ blik kijkt hij de man aan. De man haalt zijn schouders op, en met het snoepje nog in de hand loopt hij de zaak uit. Buiten gooit hij het op de parkeerplaats. De hond slentert mee. Hij kijkt zelfs niet op of om naar de twee honden die nu met hun baasjes naar binnen gaan. “Mogen hier wel honden binnen ?” vraagt de oudere man. De jongere vrouw met haar tekkel lacht schamper en loopt door de deur. Ze heeft een pony en een paardestaart. Ik vraag me even af waarom we een paardestaart niet gewoon een ponystaart noemen. Zelden vraag ik me dat soort dingen lang af. Alle mensen doen immers maar wat.

Ik kan niet blijven kijken. De regen buiten prikkelt mijn blaas. Ik haast mij naar een café nabij. Er is niemand in de zaak, behalve één oud baasje, witte snor, dat kromgebogen aan de bar TV zit te kijken. Wielersport. Alcoholvrij biertje naast hem. Ik vraag of ik het toilet mag gebruiken, zonder enige notie of hij kastelein of klandizie is. Hij wijst vrolijk naar de hoek die ik om moet. Na mijn toiletbezoek – propere pispot, blinkend schoon wastafeltje – kijk ik hem vragend aan. Wij kroegmensen verstaan elkaar meteen. Hij schudt zijn hoofd en zwaait. Geen betaling of consumptie nodig. Ik knik en verlaat de zaak.

De man en vrouw verlaten net de dierenwinkel. De tekkel moet ook de snoepjes niet. De hond van de oudere man duwt zijn snuit enthousiast in de bak en schranst. De riem moet hem de zaak uitsleuren, kauwend en trekkend. Één op de drie, denk ik. Maar bij drie dan ook een daverend succes.

Kraaien


Verhaal door René van DensenZelf eet ik geen vetbollen. Ik heb dat voer niet voor niks gekocht, brom ik. Dus hang ik, winter of geen winter, de vetbollen aan het vogelhuisje in de tuin. Op een ochtend sta ik daardoor bij mijn keukenraam oog in oog met een reusachtige kraai. Hij kijkt me betrapt aan terwijl hij aan het vogelhuisje bungelt. Een netje pinda’s aan zijn snavel.

Het worden er al snel meer. Een dagelijks groeiende zwerm kraaien plundert het huisje. Met veel tumult en kabaal. Het is een bescheiden vogelhuisje, dus sommige dagen tref ik het omgegooid aan. Sowieso leg ik elke dag met een zucht de netjes vogelvoer terug in het huisje. Ze liggen uitgestrooid over de tuin.

De kraaien zijn heel vernuftig. Ik heb al met metaaldraadjes knopen gelegd in de netjes om ze steviger te bevestigen, maar dat krijgen ze toch ook los. En ineens kreeg er ééntje door dat de voorraad voer binnenshuis ligt. Zo zat er één, vervolgens vijf, vervolgens twintig bij mijn achterdeur. En als ik thuiskom, fladderen ze plots allemaal weg en tref ik krassen aan op mijn achterdeurslot.

Ik had ook rekening moeten houden met de volharding van kraaien. Vanochtend scheen de zon in mijn ogen. Sjacherijnig vroeg ik me af waarom ik de gordijnen niet gesloten had. En toen zag ik het. Het huis lag een stukje verderop. Op zijn zijkant. Overal lagen zwarte veren. En het hoekje met het vogelvoer was helemaal geplunderd. Komend najaar, winter of geen winter, krijgen die rotvogels helemaal niks meer.

Rocky


Verhaal door René van Densen“Hij doet niks hoor,” zegt de man zo goeiig mogelijk. De kleine hond gromt. Met een soort van hortend blaffen. “Dat is gewoon angst,” zegt de man. “Wij hebben dat beestje nu, hoe lang, lieverd ? Een maand, ongeveer. Ja, een maand. En je weet niet hoe die behandeld is geweest op zijn vroeger adres hè. Maar die heeft schrik van alles en iedereen, dus het zal niet goed zijn geweest.”

Hij schenkt zijn bier zijn glas in terwijl de hond de leiband rond zijn benen wikkelt. En blijft grommen naar me. “Rocky, kom op, nu is het genoeg,” zegt de man. Hij duwt de hond naar mij toe, waarop die nog harder schrikt, begint te kefgrommen en onmiddellijk weer achter zijn benen vlucht. “Je mag dat niet forceren he, dat weet ik eigenlijk ook wel.”

Hij vraagt aan de bediening of ze iets suikervrij hebben. Koffie, is het antwoord. Of water. Daar kunnen ze eventueel een citroen in doen. En, na nog één keer nadenken: ijsthee. “Doe dan maar een cola,” zegt de man. Hij keert zich weer naar mij. “Mijn lief heeft diabetes,” wijst hij naar zijn vriendin aan tafel. “Ik vind dat zo zielig voor haar, want ze mag niets meer. Bij alles wat we eten of drinken zit zij er droef bij, van, dat mag ik allemaal niet meer. Maar ja, op den duur mag je niks meer. Dus cola voor jou, hè schat.”

Nog altijd gromblaft de hond. “Rocky, kom op, het is al goed. Die doet echt niks hoor. Een grotere kans dat jij hem iets aandoet dan hij jou. Maar pas op, ik zeg niet dat je het zou doen he, maar zou je hem iets aandoen, dan heb je met mij te maken. Dan ga ik ook niet zachtzinnig zijn. Dan gooi ik je op het spoor, mannetje. Dan sla ik je kop in. Nee, en nogmaals, ik zeg niet dat je het zou doen he, maar dat moet je niet doen hoor.”

Grrrrrrwoef woef grrrrrwoef. “Dat is echt van die vroegere ervaring geweest. Die zal heus wel geslagen zijn. Net als mijn vriendin,” hij wijst nog eens, “ook in haar vorige relatie. Dat heelt niet hè. Dat blijf je dan met je mee dragen.” Wanneer hij een slok van zijn bier neemt, is het ’t eerste moment dat hij zwijgt. Enkel de hond is nog te horen.

Duizendeneen toepassingen van de kat


Verhaal door René van DensenHoe je het ook wendt of keert, zo’n kat gaat echt lang mee. Ze is ook breed inzetbaar. Of je nu de afwas schoonborstelt, de tuin aanveegt of je rug eens goed wil inzepen, ze is overal voor geschikt. Keertje goed uitwringen en klaar. Droog- en schoonlikken doet ze daarna zelf wel. Maar de toepassingen stoppen daar zeker nog niet. Staat de tafel of de piano een beetje scheef ? Steek gewoon de staart eronder en presto. Zo heeft zo’n kat duizendeneen toepassingen.

Toegegeven, het aangekoekt vuil van mijn fiets krijgt ze wat moeilijker uit haar vacht. Ze is al een halve dag aan het likken en nog is het niet schoon. Ik geef de schuld aan al dat wegonderhoud overal. Dat asfalt koekt snel aan, en je moet flink kracht zetten om de boel weer blinkend en roestvrij te maken. Maar niet getreurd, een half uurtje in de wastrommel en daarna even in de zon aan de lijn hangen en ze zal wel goed als nieuw zijn.

Ondertussen is het wachten natuurlijk wél irritant. Serieus, hoe moet ik mijn schoenen nu glimmend oppoetsen voor mijn gesprek vanmiddag ? En de dakgoot, daar kan ik ook beter een professional voor bellen. Het kost klauwen vol geld als zo’n kat het even niet doet. Ik hoop dat ik vanavond wel met haar kan stofzuigen. Zo wordt het natuurlijk niks met die voorjaarsschoonmaak. Overal rollen kattenharen.