Beest en natuurtjes

Loewak

Bij de uitgang van het station van zijn stad is mijn goede vriend Joubert Pignon nog blij om me te zien. Zijn warrige blonde haar piekt glunderig in alle windrichtingen. We schudden warme handen. Bijna 24 uur later is het eigenlijk meer lastig dat ik er nog ben. Ik vertrek ook spoedig, zo ben ik wel. Joubert is te lief en te beleefd om te zeggen dat hij liever had dat ik op zou rotten. Om de tijd te doden vertel ik over de Loewak. De loewak is een soort boomkat in India. Ik weet dit omdat mijn huisgenoot in Prozacstad dit op TV keek en ik was er toevallig bij. De kat produceert koffie. Op een bijzondere manier. Hij eet koffiebonen maar verteert enkel de vrucht. Omdat de loewak enkel de lekkerste vruchten opeet, bevat zijn poep de beste geselecteerde bonen. De koffie is heel duur want er moeten telkens bonen uit kattepoep geplukt worden. En ook nog gewassen, hoop ik.
Lees meer

Midzomernacht haat

De benauwde zomernacht kruipt in mijn kop als een gekmakende koorts. Ik onderdruk de neiging om mijn haren af te scheren en schreeuwend in huis rond te rennen. Overal zijn mensen en muggen. Op straat kletsen twee vrouwen met elkaar. Elke klank kerft een brandende snee in mijn humeur. Ze moeten blijkbaar per se voor mijn woning praten. Ik ben gemaakt voor de herfst en de winter. Mijn huid glanst van het zweet. Voor de zeventiende keer dit uur zet ik mijn ventilator aan. En dan weer uit. En de vrouwen maar praten. Beesten fladderen door mijn kamer. Het zijn er maar een paar, maar in mijn kop is het een zwermende plaag. Een mug die zo dom was in mijn zicht op de muur te landen, sla ik dankbaar dood. Ik ben meestal een dierenvriend, maar nu even niet.
Lees meer

Kroetcultuur

Er zit kroet in mijn ogen. Mijn huis is leeg op wat koffie en suiker na. Mijn baard is het stadium van hippe stoppels ver voorbij. Ik ben zelf het soort mens waar ik van afvraag hoe die zo kunnen leven. Maar de kroet, die is het ergste. Door de warmte wil het mijn ogen niet uit. Met waterige, kleverige ogen zit ik aan mijn bureau. Met koffie. Me af te vragen hoe mijn leven nog ooit op z’n pootjes terecht moet komen. Ik zou mijn gezicht kunnen wassen. En mezelf dan meteen kunnen scheren. En als ik toch bezig ben, meteen een hele douche. De mogelijkheden zijn eindeloos. De eindeloosheid beangstigt me. Ik besluit te blijven zitten met kroet in mijn ogen.
Lees meer

Afspraken

Hardop spreek ik met de poes af dat ze zich gedraagt. Ik spreek met mezelf af dat ik wakker ben. Ik spreek een heleboel af en nog zonder koffie. Ik zit aan mijn schrijfbureau en de poes gaat naast mijn laptop liggen. Het irriteert me, ook al doet ze het nog zo lief. De achterdeur is open en nu kan ze nog in de tuin rondrennen. Het is net zoiets als de hele nacht: ze had het volledige huis als speelruimte, gaat ze ergens in mijn directe buurt slapen. Mijn poes is enorm clingy. Ze komt ermee weg omdat het zo’n schatje is, en omdat ik af en toe per ongeluk op haar ga staan. En dan klinkt er zo’n paniekerige miauwschreeuw. Het klinkt gemener dan het is: meestal sta ik op haar omdat ze achter mijn voeten is gaan zitten terwijl ik naar de vijver sta te kijken. En dan doe ik een stap achteruit, en hoppa.
Lees meer

Stom van me

Vrolijk lachend werpt ze. Telkens weer een stukje. Ze pulkt het af van haar broodje en gooit het. Naar de gulzig schrokkende duif naast hun tafeltje. De vrouw wordt blij van de schranzende vogel. Ze pulkt nog wat. De duif gooit met zijn snavel het brood in de lucht, in een poging het te scheuren. Het stuitert naast zijn voeten en onmiddellijk slaat de snavel weer toe. Het is een geoefende stadsduif. De vrouw kan nog net het kirren laten, maar ze oogt alsof ze zou willen kirren. Er komt nog een duif toegelopen op het voedselstrooien. Dat spoort de vrouw alleen maar aan tot nog meer broodgooien.
Lees meer

Hoempapavogel

Een beest waarvan ik blij ben dat die niet bestaat, is de hoempapavogel. Met die ene zin weet ik al bijna zeker dat u, lezer, het met me eens bent. Maar voor de mensen thuis met te weinig voorstellingsvermogen, beeld u een vogeltje in dat carnavaleske schuiftrompetmuziek fluit. ‘s Ochtends vroeg, bij het eerste gloren, vanuit de boom voor uw raam, keihard: Hele grote bloemkolen ! Of wanneer u in uw tuin in de zon even bij wil komen van de noeste arbeid, wetende dat de pensioensleeftijd toch nog altijd een eindje vóór u uit ligt, vanuit de struiken: Mien, waar is mijn feestneus….
Lees meer

Wamoetje

Hebt u dat wel eens, dat u ‘s ochtends pas negentien minuten op bent ? Zo’n blik geef ik de poes wanneer die moeiijk komt doen. De poes wil iets. Ik kijk morsig terug. Mijn blik zegt: wacht nog maar even, poes. Over korte tijd ben ik beter aanspreekbaar. De poes trekt zich er niets van aan. Miauw, zegt ze. Ik kijk nog wat morsiger want inmiddels is het nog steeds pas twintig minuten. Ik kan beter niet aan rumoer blootgesteld worden. De poes schat mij veel veerkrachtiger in en miauwt indringend.
Lees meer

Dorst

Een man laat zijn dorst uit. Het is een bijzonder gezicht. Man, dorst. Je ziet het niet elke dag. Samen met zijn dorst slentert hij over de straten. Overal moet de dorst aan snuffelen. De dorst kijkt erg hongerig. De man kijkt slapjes. Misschien laat hij nu al voor de zoveelste keer zijn dorst uit vandaag. Het zou natuurlijk goed kunnen. Zo’n dorst behoeft wel veel aandacht uiteraard.
Lees meer

Gaus

Omdat er mensen hebben gevraagd om meer verhalen over de logeerhond, houd ik de logeerhond strak in de gaten. Als de logeerhond iets doet dat het navertellen waard is, zal het mij niet ontgaan. De logeerhond ligt in zijn mand en smelt in de zon. Heel langzaam. Het is niet bepaald spannend. Ik vraag de logeerhond of hij nog iets spannends gaat doen. Loom kwispelt de logeerhondstaart éénmaal. Dan smelt de logeerhond verder.
Lees meer