Dorst


Verhaal door René van DensenEen man laat zijn dorst uit. Het is een bijzonder gezicht. Man, dorst. Je ziet het niet elke dag. Samen met zijn dorst slentert hij over de straten. Overal moet de dorst aan snuffelen. De dorst kijkt erg hongerig. De man kijkt slapjes. Misschien laat hij nu al voor de zoveelste keer zijn dorst uit vandaag. Het zou natuurlijk goed kunnen. Zo’n dorst behoeft wel veel aandacht uiteraard.

Ik vraag of ik de dorst mag aaien. Dat is niet verstandig, antwoordt de man. De dorst is niet tam. Hij gromt naar me. Op zich ben ik dol op dorst, maar ze moeten wel een beetje lief voor me zijn. Dus houd ik afstand. Geen dorst voor mij, vandaag. De man wacht, met een doodse blik in zijn ogen, tot de dorst gekalmeerd is. Ik krijg niet de impressie dat hij blij is met zijn dorst. De dorst zal hem wel een beetje aangedaan zijn. Waarschijnlijk is de dorst van zijn vrouw. Of van zijn kroost. En is hij nu met de zorg voor de dorst opgezadeld. Zelf zat hij duidelijk liever zonder dorst.

Plots ontglipt de dorst de man. De dorst snelt er vandoor. De man kijkt zijn dorst na. Hij beweegt niet. Heel, heel langzaam trekken zijn mondhoeken lichtjes omhoog. Hij is verlost.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *