Wie denk je dat je bent
Dit is gewoon mijn week niet, denk ik berustend terwijl zijn hand mijn keel grijpt. Zo sta je in een lange rij voor de geldautomaat, zo staat er een groep opgefokte kindjes – jongeren mag dit groepje amper heten – oorlogsverklaringen naar je te brullen. Omdat ze zelf voordrongen en jij het lef had er iets van te zeggen.
“Wie denk je dat je bent,” spuugt hij in mijn gezicht, dreigend zijn kop voor de mijne. Ik hou mijn rug recht en zeg kalm terug dat ik denk dat ik iemand ben die in de – hij onderbreekt me en schreeuwt wie ik denk dat ik ben, alsof ik zijn vraag niet gehoord heb. Ik verlies iets van mijn resterende kalmte en brul: Ik denk dat ik iemand ben die gewoon net als iederéén in de rij stond, lul !
Lees meer