Prozacstad 3

Jakkeren

Ik moet jakkeren, ik voel het in mijn bloed. Razen over de velden en loeien door de wolken. Ik moet hagelen en donderen tot het de aardkloot duizelt. De nieuwe tijdsperiode is aangebroken en ik probeer de energie vast te houden die ik voel borrelen. Het moet ergens heen, het moet eruit. Schreeuwend als een natuurramp wil ik denderen achter wegvluchtende volkeren aan. Maar vooral moet ik jakkeren. De jakkernood is hoog.
Lees meer

Aan zijn zij

Het komt niet uit met dit weer, maar zijn zool laat weer los. Het geeft niet, denkt hij, doorbijtend. Even vannacht doorkomen. Trots loopt zijn metgezel aan zijn zij. Naamloos, want zij moet haar eigen naam maar kiezen en dat heeft zij niet gedaan. De nageltjes takken op de stenen en in de restanten bevroren sneeuw.

Dat haar vacht een effen kleur heeft, helpt niet, vindt hij. Nu ziet ze er, met wat kleurenblinde fantasie, uit als een snelkruipende baby. Een maf vierpotig naakt kind. Hij is zo dol op haar. Geen idee wie haar verlaten heeft, maar hij kan het gezelschap goed gebruiken. Het is zo eenzaam, waar hij slaapt. Op zich is dat wel geruststellend, want hij moet ook geen gedoe ‘s nachts, maar toch.
Lees meer

Vier tegelijk

De jonge schrijver rolt een joint in mijn woonkamer. Ik drink bier. Cannabis werkt bij mij niet, ook weer zoiets. De jonge schrijver praat honderduit. Over boeken van anderen, over boeken van mij.

Ik knik met een blik waarvan ik hoop dat die vanzelfsprekendheid, zelfs een beetje een blasé houding uitstraalt. De jonge schrijver kijkt naar me op. Geen idee waarom. Soms, vaak wanneer ik dronken ben, vraag, nee, roep ik dat ook. Waaróm, roep ik dan.
Lees meer

Fietsbel

Mijn leven is zo verlopen dat ik nu optreed met een fietsbel. Het is een mooie fietsbel hoor, daar niet van, maar het voelt toch een beetje voor schut. Sta je daar. Met zo’n fietsbel. Ding ding. Hij zegt ook niet echt veel. Ik ratel hele reeksen prachtige woorden af, hij: ding ding. Nou nou. Snel verdiend, denk ik zo. Zo’n fietsbel heeft het maar makkelijk in het leven. Telkens een dingetje of twee en we hebben het weer gehad. Zelfs mijn geïrriteerde gedachten erover bevatten meer woorden. Zou de fietsbel in dingdings denken ?
Lees meer

Meningmensen

Dat de gebeurtenis zelf niet veel om het lijf had, namelijk enkel een man die op de stoep uitgleed, dat vergeten we snel. De meningmensen zitten namelijk verlegen om ergens iets van te vinden. Alles is zo’n beetje afgevonden. Paniek in meningenland. Maar gelukkig is er nu: StoepGate. De meningenmensjes spreken er schande van op de televisie. De stoepen in dit land zijn le-vens-ge-vaar-lijk. Een bijna bejaarde meningenmeneer foetert bijna zijn glas wijn omver en zwaait met zijn arm dat dit ‘niet normaal meer is’. Een andere meningenmeneer leunt achterover en plukt aan zijn kin, zegt vervolgens dat dit onder de vorige regering nooit gebeurd zou zijn. De tafelheer maakt zichzelf zo relevant mogelijk door de meningenmeneren vooral zoveel mogelijk Belangrijke Vragen te stellen. Voor de vorm zit er een meningenmevrouw bij, die probeert tegen de meningenmenerenstorm op te schreeuwen.
Lees meer

Stadsstrand

Nabij mijn huis wordt een stadsstrand aangelegd. Zand. Dat is natuurlijk het eerste waar u aan denkt. Ik ook. De mensen van het standsstrand pakken het echter helemaal anders aan. Eerst komen de strandhuisjes. En de stoelen. En de entree. Palmboompjes. Desgevraagd zeggen ze dat het zand het laatst erin komt. “Het is rond die tijd in de aanbieding,” zeggen ze. Ook zijn ze niet overtuigd van de noodzaak van zand. “Andere stranden hoeven ook niet speciaal zand neer te leggen, dat is er gewoon al.”
Lees meer