Prozacstad 3

Key buddy

Ik kijk verstoord naar de deurmat wanneer ik mijn fiets binnenrijd. Het is bloedwarm buiten, zweet stort zich van alle windloze richtingen mijn lijf af en er ligt een briefje van de postbezorger. Dat ik niet thuis was. Mijn pakketje is drie deuren verderop afgeleverd. Ik verwacht geen pakketje. Geërgerd zet ik mijn fiets in de hal, gooi er mijn rugzak naast, gris het papiertje en loop de deur uit. Dan meteen het pakketje maar ophalen. Ik trek de deur dicht en denk shiiiiiiiiiiii-

Door het raam zie ik de sleutelbos uit het fietsslot bengelen. Daar sta ik dan. De deur is duidelijk in het slot. Er zijn geen grote ramen open waar ik door binnen kan klauteren. Binnen hoor ik de kat miauwen. Ik krab even op het achterhoofd. Gelukkig heb ik een key buddy vlakbij wonen. Ik grabbel mijn gsm uit de broekzak en stuur hem een bericht of hij thuis is. In de ongenadige zon sjok ik naar zijn deur. Sissend verdampt het zweetspoor achter me. Ik vervloek mezelf om dat stomme buitensluiten. Maar goed. We kunnen het oplossen.
Lees meer

De tijd door

Vroeger, als kind, zelfs als tiener, ja, toen nog wel. Inmiddels vraag ik me dat echter niet meer af. We weten nu zelf hoe het is, hoe de mensen zijn, hoe de mensheid zich tijdens een pandemie gedraagt. Dus dat zal ongeveer wel hetzelfde zijn geweest tijdens een tulpenbollenwinter, polioplaag of pakwegjarige oorlog.

Om maar te zeggen, dagelijkse beslommernissen, verveling, horkerigheid, maar ook verdwaalde vrolijkheidjes, spelletjes in de lentezon. Discussies dat men vroeger nog wél wist wat fatsoen was of zich wél aan de regels hield of dat alles nooit meer hetzelfde. Samen, met wijdopen ogen naar een sterrenhemel, je afvragen hoe hierna de wereld eruit gaat zien. En hoe het dag-in-dag-uitleven langzaam het besef van de situatie overneemt. Want er moet immers ook dit, en dat. Smeten ze afval op straat ? Deed de jeugd stiekem aan feestjes ? Spraken de ouwe lullen er schande van ?
Lees meer

Kip

“Zo,” blaast de bevriende acteur zijn sigarettenrook, “ik heb mijn goede daad voor vandaag weer gedaan. Heb zojuist iemand een kip gegeven.”
Ik, grappig bedoeld: “Een levende zeker ?” Maar de acteur knikt nog ja ook. Hola, wat ?
“Een levende kip, ja. Ik was daarmee aan het fietsen, en mensen zagen de kip en vonden hem schattig en wilden hem hebben. Dus heb ik hen de kip gegeven.”
Eigenlijk waren mijn terrasgezelschap en ik net middenin een volledig ander gesprek maar dit verhaal is nu al verwonderlijk genoeg dat we het gesprek direct vergeten zijn. Maar dan mag de acteur toch ook eerst even uitleggen waarom hij met een kip aan het fietsen was. “Ik heb die kip net een week gehad, maar dat kakt zoveel he, dat ging gewoon niet meer in mijn kleine tuintje. En dat staat zo steeds bij de trap te wachten tot ze naar binnen mag en wil de hele tijd bij mij zijn. Het zijn sociale beestjes he. Een kip alleen, dat gaat in feite niet.”
Oke, maar het is ons nog altijd niet helder: hoezo had hij een kip dan ? Lees meer

Damnit, Bruce

We hebben er toch vaak om moeten lachen, om de gekke regels en wetten in de wereld. En we fantaseerden wat de mensen bezield moet hebben om zo ver te gaan dat anderen de regel moesten instellen. Dat er in Samoa een wet is tegen het vergeten van je vrouw’s verjaardag. Of het verbieden van seksspeeltjes in Reno, Nevada, het corrigeren van je kruis in Milan, het ‘verdacht’ vasthouden van een zalm in Engeland, bezitten van waterpistolen in Cambodia, of het vermoorden van Bigfoot, er moet iemand zijn geweest die het nodig maakte. Iémand was een goede reden voor de Britse koningin om altijd een gijzelaar te eisen als ze het Parlement gaat toespreken. We grinnikten er smakelijk om, zeker toen ik voorstelde dat het altijd dezelfde kerel zou zijn. Stel je voor. Elke rare wet ter wereld… komt door Bruce.
Lees meer

Badkuip

Al sinds ik acht ben wil ik elke ochtend niet ontwaken. Ik wil dood. Ik moet door een kluwen van realiteit heen om mezelf uit bed te trekken. Daarna doorsta ik de dag op wilskracht. Weinig mensen weten dit. Als er uiteindelijk bedtijd aanbreekt wil ik niet slapen omdat er weer een worsteling om te leven op me wacht. Ik wil door op de kracht die ik heb en dan slapen en niet meer ontwaken. Dit is al mijn hele leven mijn strijd en ik word veertig dit jaar. Ongeveer maandelijks is er een week dat het extreem zwaar is. Mensen die geloven in de maan hebbben me ware dingen verteld over de flow van dingen en het merendeel van de tijd kan ik mijn leven daar inmiddels op inrichten.
Lees meer

Hoi lieverd

In een benauwde treincoupé bedenk ik me ineens dat ik mijn verzonden berichten nog niet opgeschoond had. Ik heb een nieuwe tweedehands GSM. De nummers en ontvangen sms’jes heb ik al netjes gewist. Mensen vergeten hun eerstehands berichten altijd te wissen wanneer de telefoon tweedehands gemaakt wordt. En jawel, er staat een flinke boel berichten in naar nummers die ik niet ken. Vrijwel allemaal naar hetzelfde nummer. Ene Guus. Guus, ik tel 127 lege stoelen. Guus, ik tel 87 lege stoelen. Guus, ik tel 104 lege stoelen. Iets over een lijnmanager. Ik lees de sms’jes niet maar je ziet wel steeds het begin in de lijst. 105 stoelen, 84 stoelen, 122 stoelen. Geen idee of het veel of weinig lege stoelen zijn. Was dit van een conducteur die doorgaf hoeveel ruimte er nog in een bepaald deel van de trein was ?
Lees meer

Veil

Als het nu nog was om een openstaande drankrekening, maar het ging om zoiets stoms als mijn internetverbinding. Dat nekte me. Nu zit ik hier en men zegt te zwijgen. Had ik maar meer cijfers van de ene inlog naar de andere kunnen verschuiven. Dan waren mijn woorden gewoon vanouds de mijne gebleven. Nu kan het niet anders meer. Of de mensen rijzen tegen me op. Ik moet alles veilen.

Een voor een lopen mensen met beter gevulde portemonnees binnen en bekijken mijn letters, betasten mijn leestekens, strelen mijn woorden. Laagje stof hier en daar dat kritisch bestudeerd wordt en dan weggeblazen. Ik weet het beschaamd. Sommige woorden zijn wat oud en minder gebezigd. Stil kuch ik het stof mee weg.
Lees meer

Beet

Ze kijkt me verbaasd aan als ik de keuken inloop. “Kon je niet meer slapen ?” Ik schudde nee: “Het werd zó slecht, lieverd.”
Zij, verbaasd: “Wat werd zo slecht ?”
“Hij werd dan dus eigenaar van die aasfabriek-”
Ze lacht: “Oh djiez, je hebt het over dat filmverhaal dat je aan het dromen was ?”
“Ja, dat ging nog even door, en het werd zo’n hollywoodcliché, vreselijk.”
“Oké vertel op.” Ze smeerde ondertussen boterhammen en schudde met de honingfles.
“Nou die ene kerel dus, zo’n echt Jason Bateman type-”
“Die uit Ozark, dat zei je ja.”
“Ja precies die. Dat is dus de eigenaar van een klein viswinkeltje. Typisch zo’n net drijvend blijvend zaakje, geen echte toekomst, en op een dag merkt hij verbaasd dat het aas dat enkele van zijn vaste klanten het fijnst vinden, niet binnengekomen is.”
“Ja, de doos was leeg, geen aas, hij vraagt zijn medewerker hoe en wat. Dit vertelde je net halfwakker toen ik opstond.” Lees meer

Fostia

Ik kus mijn vriendin. Ze zegt “sst,” want ze zit helemaal in de film die we kijken. Ik kijk de film mee en zeg: “O, dit is die Duitse film, Fostia.” Boos kijkt ze me aan en zegt: “Nee, dit is die Amerikaanse film Fostia.” Ik twijfel even welke Fostia we aan het kijken zijn. Dan bedenk ik me dat we in bed liggen. Nooit, nooit kijken we films in bed. “Oh nee he,” tetter ik boven het geluid van één van de twee Fostia’s heen. “Wat is er ?” vraagt mijn vriendin. “We zitten in een droom,” mompel ik. “Echt ??” vraagt mijn vriendin. Ik knik en sta op. Met een haastig aangetrokken broek en T-shirt loop ik het huis uit.
Lees meer