Aan zijn zij

Vuurwerk

Het komt niet uit met dit weer, maar zijn zool laat weer los. Het geeft niet, denkt hij, doorbijtend. Even vannacht doorkomen. Trots loopt zijn metgezel aan zijn zij. Naamloos, want zij moet haar eigen naam maar kiezen en dat heeft zij niet gedaan. De nageltjes takken op de stenen en in de restanten bevroren sneeuw.

Dat haar vacht een effen kleur heeft, helpt niet, vindt hij. Nu ziet ze er, met wat kleurenblinde fantasie, uit als een snelkruipende baby. Een maf vierpotig naakt kind. Hij is zo dol op haar. Geen idee wie haar verlaten heeft, maar hij kan het gezelschap goed gebruiken. Het is zo eenzaam, waar hij slaapt. Op zich is dat wel geruststellend, want hij moet ook geen gedoe ’s nachts, maar toch.

Mensen kijken hem en de hond na. Schichtig haast hij zich de bocht om. Hij moet niks meer van ze hebben. Mensen met kinderen zijn het ergste. Sowieso is niemand met een huis te vertrouwen. Doodeng. Hij wurmt zich door de struiken nabij de brug. Kwispelend en moeiteloos loopt de hond achter hem aan.

Als hij de deken over hen beiden heen trekt, doet hij even alsof de rest van de wereld er niet is. Dat de wereld door de gaten in de stof alsnog een beetje binnenschijnt, deert hem niet. Hij staart in de glanzende ogen van zijn metgezel. Daar ligt ze, aan zijn zij. Zij en hij, tegen de wereld.

En dan beginnen de knallen. Eerst dof en onverwacht. De hond spitst de oren. Dan start het nerveuze geknetter en de grond dreunende explosies.

Woest blaffend stormt ze weg, onder de deken uit. Vanonder de stof ziet hij haar, langs het kanaal, richting de kleurrijke luchtspetters. De wereld baadt in een zee van lichtchaos. Hij roept haar niet na. Of ze terugkomt en nog aan zijn zij zal lopen, weet hij niet. Waarschijnlijk is hij nu weer helemaal alleen. Vermoeid trekt hij de deken weer over zijn kop en knijpt zijn ogen dicht.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *