Prozacstad 3

Niet uit zichzelf


De deurbel rinkelt. Niet uit zichzelf, maar door een kunstenaar die zijn kunstwerk komt brengen. Ik heb het kunstwerk gekocht. Niet dat ik er het geld voor heb, maar als de kunst erdoor blijft bestaan eet ik wel pindakaas op brood. Al deze verduidelijkingen wekken hopelijk de indruk dat ik niet passief in het leven sta want bij sollicitaties komt dat negatief over.

De kunstenaar is dronken. Bijna alle kunstenaars die ik ken zijn dronken. Het kunstwerk is intact, hij heeft het netjes ingepakt. Maar hij was heel deze zondag al op wielrit, legt hij lallerig uit. Ik laat hem binnen want die mag hij binnen uitleggen.
Lees meer

Om vijf uur

“Nee ik ga vandaag niets meer doen, dat heb ik vanochtend om vijf uur besloten,” stelt de overbierman terwijl we over straat slenteren. Dat slenteren klinkt misschien als een activiteit, maar de overbierman strompelt zo zigzaggend dat dit geen doen meer mag heten. Bij doen stel ik me tenminste een minimumhoeveelheid vaardigheid voor, en zijn voortgang lijkt meer op een herhaaldelijk niet voorovervallen. Hij valtniet huiswaarts. In feite is het naar het café gaan het enige die dag dat je hem als doen kunt aanwrijven, en zelfs daar zat een mordicum meeslepen mijnerzijds bij.
Lees meer

Geauto

Stralend zit een jonge blonde vrouw te lachen aan het loket wanneer de automatische deur eindelijk opent en ons binnenlaat. In een rij schuifelen we naar haar toe. Ze vraagt steeds of we een afspraak hebben, en dat is voor ons allemaal zo, daarom zijn we hier op het moment dat de deur opent. Ze wijst naar een groot scherm een meter verder. Daar moeten we onze aanwezigheid bevestigen en dan mogen we naar de wachtzaal.
Lees meer

Rommelmarkt

‘s Nachts hadden ze er plots wakker van gelegen. Want stel je voor. Het was niet het ‘markt’ dat een probleem was. Integendeel. Dat was wat het zo’n goed idee leek. Het huis moest toch dringend opgeruimd worden, en als je dan nog wat terug kunt verdienen op de dingen die je anders zou wegsmijten, des te beter. En je doet er ook nog een ander een plezier mee. Dus toen aangekondigd werd dat er een grote rommelmarkt in de straat kwam, hadden ze zich meteen ingeschreven. Maar nu dus wakker. Om het ‘rommel’-gedeelte.

Want straks, vanaf 8:00, zit je daar, voor je huis. Je woning. Met je hele hadden en niet meer houwen uitgestald. Je hebt zo je best gedaan. Op een prachtige gerenoveerde gevel. Een perfect bijpassende deur, in een fris verflaagje. Je loopt er altijd, misschien niet mega modieus, maar toch netjes bij. Haartjes keurig geknipt. De hele buurt weet, hier woont een keurig mens. Maar zometeen ziet de hele straat je shit. Je troep, je schaamte, je rommel. Wat zouden ze wel niet denken ? Het léken zulke keurige mensen…. Nee, dat gaat echt niet. Resoluut staan ze op en trekken de rommel de gang uit, terug de living in.
Lees meer

Terug

Ik zie de stad wegtrekken. De betonnen torens, als grauwe klauwen in een grijze lucht, weerspiegelen op de rails. Ik ga terug. Ik was er, en nu ben ik er niet meer. Dag, mensen die ik ooit kende, het was tof jullie weer te zien. Als een geïnformeerde tourist die zijn vakantiehuisje weer verruilt voor waar thuis is. We hebben bijgepraat en moeten zeker eens afspreken binnenkort.

De meute was zo vriendelijk om me naar het station te brengen. Ik moest beloven nooit meer over Prozacstad te schrijven. Ik beloofde dit, want beloftes onder bedreiging tellen niet. Zo kwam ik met slechts enkele kleerscheuren de stad weer uit.
Lees meer

Warm

Het is zo warm dat de woorden smelten. Dus zit een groep schrijvers samen in een achtertuin. Normaal staan ze graag in de aandacht, maar vandaag gaat het om de schaduw. Met argusogen zien ze de schaduw krimpen en weten dat ze er vroeg of laat om zullen moeten vechten. Maar nu is er nog net plek genoeg.

De schrijvers eten stilletjes friet. Ik ben een van de schrijvers. We schrijven in onze boeken over elkaar. Behalve één van ons, maar zijn boek is dan ook nog niet gepubliceerd. Dat krijg je ervan. Hij krijgt de meeste frieten op zijn bord want schrijvers zijn solidaire mensen.
Lees meer

Devotion

Vanavond ben ik bij de nieuwe locatie van Club P., wat nu wéér een andere naam heeft maar nog steeds gewoon bier zuipen en film kijken bij de Opperpater thuis is. Ik heb het adres eindelijk gevonden. Eerste keer dat dat lukte.

De Opperpater heeft een nieuwe verloofde, zegt hij. Hij laat een foto zien van een jonge dame met mooie make-up. Ze is één van zijn drie nieuwe verloofden zegt de Opperpater. Toevallig zijn het allemaal strippers in de lokale paaldansclub. Wat een toeval, zeg ik. Ik vraag of ze elkaar kennen. Dat weet de Opperpater niet.
Lees meer

Plaksnor

Nu de mensen boos zijn op iemand die elke dag internetfilmpjes plaatst en iets doms heeft gezegd, zie ik mijn kans om aan hen te ontsnappen. Het kan ze niet veel schelen, ze schreeuwen moord en brand om de internetfilmpjespersoon. Vooral degenen die nooit internetfilmpjes kijken. De Opperpater maakt zich stil uit de voeten, zegt dat hij me straks wel op het terras ziet. “Dorst, knikker.”

Ondanks alles wil ik niet het risico lopen herkend te worden. Ik vermom mezelf met een snor uit een budgetwinkel. In Prozacstad wemelt het van de budgetwinkels. Er zijn ook heel veel babyoutlets. Ik merk aan de hoeveelheden mensen met baby’s op straat dat die blijkbaar in de aanbieding zijn. Kan nooit veel kosten, zo’n kind. Ik plak de snor op mijn snor en ben vermomd.
Lees meer

Meute

Ik kijk uit het treinraam. Over een aantal minuten arriveer ik in Prozacstad. Ik woon er al enige tijd niet meer, maar reis nu toch terug. Ik ben in een andere stad gaan wonen, in een ander land. Wel ging ik gewoon door met verhaaltjes schrijven over Prozacstad. Tien jaar geleden publiceerde ik zelfs een boekje met die kortverhalen. Iedereen stond erin. Ook de Opperpater, maar die was als enige niet boos. De Opperpater is bijna nooit boos. De Opperpater vindt het prima wat ik over hem schrijf en gaat stabiel en soepel door met zijn leven.

De mensen in de coupé staren als verlamde koeien uit het raam. Het is niet onprettig dat ze hun monden open hebben. Vandaag is een toevallig warme dag en in de coupé tocht het nu flink. De geur neem je er dan maar bij. Een krakende luidspreker kondigt onze aankomst aan. Pr. Z. St. We zijn er dus. Ik pak mijn zakken en roltrap het station uit.
Lees meer