Hartzeer en andere recepten

Dak

De weg was een tunnel wervelend licht, gewikkeld in duister. Jij stuurde. Geen van ons beiden wist uiteraard de weg en ook je GPS kende dit gebied niet. De dobbelstenen bobbelden op en neer aan de spiegel waarin jouw ogen mij weigerden aan te kijken.

Twee strakke blikken vooruit. Er waren woorden gevallen en die rolden nog luidruchtig na op de vloer. Er lag ook ergens een lege fles drank mee te rollen. Voor mij hoefde het al niet meer. Rechtsomkeerts was ook prima. Maar mijn zwijgen werd medeplichtig aan het doorrijden van de auto. Tengere takjes zwiepten langs de ruit en er was overal zand, zand.
Lees meer

Spiegelbeeld

Mijn spiegelbeeld durft me niet aan te kijken. Stil poetsen we onze tanden. Ik probeer me van hem niks aan te trekken. Als hij iets te zeggen heeft, dan hoor ik het wel. Ik maak me drukker over dat de tandpasta bijna op is. Ik twijfel of het de moeite is om nieuwe te halen. Op mijn slaapkamer staan de verhuisdozen opgestapeld en er moeten er nog een aantal vol.

Mijn spiegelbeeld is een rare snuiter. Ten eerste woont hij alleen in de badkamer. Nergens anders in huis zie je ‘m. Wie woont er nu in een badkamer ? Gekkie. En dan staat hij er ook nog eens vaak half naakt, met ongekamd haar. Of met bovenlijf gekleed maar nog geen broek aan. Mijn spiegelbeeld is een slonzige aap. Ik kijk toe hoe de tandpasta op zijn borsthaar spettert. Aan de andere kant van de spiegel merkt hij helemaal niks.
Lees meer

Jakkeren

Ik moet jakkeren, ik voel het in mijn bloed. Razen over de velden en loeien door de wolken. Ik moet hagelen en donderen tot het de aardkloot duizelt. De nieuwe tijdsperiode is aangebroken en ik probeer de energie vast te houden die ik voel borrelen. Het moet ergens heen, het moet eruit. Schreeuwend als een natuurramp wil ik denderen achter wegvluchtende volkeren aan. Maar vooral moet ik jakkeren. De jakkernood is hoog.
Lees meer

Koffie ?

En, langzaam, valt, de, deur, in, de, groef. Klik. Hij laat zich een opgeluchte zucht ontglippen. Goed, nu hoeft hij niet zo stil meer te doen. Ze kan hem amper horen en slaapt lekker verder. Snel schiet hij zijn schoen aan, hoppend op zijn voet. Sok onmiddellijk zompig van de sneeuw in de tuin. Snertweer ook.

De veter werkt natuurlijk ook niet mee. Ook direct kletsnat. En dan heeft hij nog maar één schoen aan. De ander is minstens zoveel gepruts. Tot overmaat van ramp zit er één veter niet door het laatste gaatje en wil het er ook niet doorheen ook. Half slaperig en binnenmonds vloekend priegelt hij het onding door het metalen ringetje. Als hij vervolgens eindelijk de schoen aan zijn voet heeft en de veter wil strikken, breekt deze. Ja, dat kon er ook nog wel bij.
Lees meer

Date

Ik ben, een tikkeltje nerveus, onderweg naar een date. Er is een kans dat het meisje, waarmee ik een date heb, later deze avond mee zal gaan naar mijn huis. Ik heb daar de hele dag uitvoerige voorbereidingen voor getroffen. Zo heb ik mijn laptop vol met porno gedownload om zo normaal mogelijk over te komen. De contactenlijst in mijn mobiel heb ik gevuld met allemaal vrouwennamen. Achter elke vrouwennaam gaat hetzelfde nummer schuil, dat van mijn moeder, maar dat hoeft het meisje niet te weten.
Lees meer

Dwalen

Je bent mooi. Alles aan je is subtiel in pracht. Je wangen spreken emotie, je lippen zwijgen discreet. Je wenkbrauwen spreken weinig en zeggen veel. En wat een ogen. Donker, nieuwsgierig, maar toch vol van levenswijsheid. Jij hebt wat gezien. Maar mij nog nooit.

Ik merk het aan hoe je ogen dwalen. Keer op keer. In mijn richting. Ik merk zoiets omdat het weinig voorkomt. Ik ben de observeerder. Niet het geobserveerde. Zo werkt het universum toch meestal. Ik word er onwennig van. Je kijkt weer. Staat mijn rits wellicht open ?
Lees meer

Spoken

Ik ben een van de laatsten, en voor een keer niet uit koppigheid. Of uit mijn eeuwige plakgedrag. Ik heb gewoon nergens anders waar ik heen kan. De overige bewoners in de wijk wel. Hun taak zit erop. Ze hebben de wijk van stom naar leuk veranderd. En nu moeten ze weg, want nu willen stomme mensen in de leuke wijk wonen. En de leuke mensen trekken weer door naar een plek waar de woningen goedkoop zijn. Waarschijnlijk weer een stomme wijk. Die ze dan ook weer voor zichzelf gaan verpesten.

Avond na avond spook ik door de straten en de verlaten huizen. De meeste bewoners hebben hun achterdeuren open gelaten. Er staan nog wat spullen binnen. Alles wordt gesloopt. Het idee is: pak van deze spullen wat je wil of nodig hebt, want we nemen het zelf niet mee. In de ene woning staat nog een ingestorte zitbank. In het andere huis een zwartgeblakerde waterkoker. Iedereen heeft hun lampen laten hangen. Gloeilampen. Overal gloeilampen.
Lees meer

Bovenkin

Speels trekt ze aan zijn onderlip. “En dit,” grijnst ze, “hoe heet dit ?” Met haar vingertop strijkt ze over zijn kin. “Hoe heet wat ?” vraagt hij stilletjes.

“Dit,” zegt ze, en ze bijt zachtjes in zijn kin. “Dat stukje tussen je lip en je kin. Dat moet toch ook een naam hebben ? Ik weet niet hoe je dat noemt. Is het een bovenkin ?” Hij grinnikt en trekt zijn arm iets strakker om haar heen. Glimlachend staart ze in zijn ogen. “Nee maar echt,” houdt ze voet bij stuk, “dat héét toch iets ?”
Lees meer

Muziek

Muziek. Dat was, zo bedacht hij zich, toch een flink private aangelegenheid geworden. Sinds de oortjes. Mensen lopen rond, met oortjes in hun oortjes, en beleven zo een muziekervaring waar enkel hun muziekapparaatje en zijzelf van weten. Als een stiekeme, intieme influistering.

Daar loopt een dame in bijna overdreven tuttig mantelpak. Ze is jong, maar draagt een ouderwetse bril en een knot. Haar mond is zuur bijeengetrokken. Takketakketakketakke op haar hakken. Strak tempo. Het zou hilarisch zijn, bedacht hij, als nu ondertussen een oversekste hiphopper in haar oor rapt over seks. Over kontneuken en over billen schudden. Terwijl hiphopmeisjes het refrein erdoorheen kreunen. Stilletjes grinnikt hij.
Lees meer