Bovenkin


Verhaal door René van DensenSpeels trekt ze aan zijn onderlip. “En dit,” grijnst ze, “hoe heet dit ?” Met haar vingertop strijkt ze over zijn kin. “Hoe heet wat ?” vraagt hij stilletjes.

“Dit,” zegt ze, en ze bijt zachtjes in zijn kin. “Dat stukje tussen je lip en je kin. Dat moet toch ook een naam hebben ? Ik weet niet hoe je dat noemt. Is het een bovenkin ?” Hij grinnikt en trekt zijn arm iets strakker om haar heen. Glimlachend staart ze in zijn ogen. “Nee maar echt,” houdt ze voet bij stuk, “dat héét toch iets ?”

Geconcentreerd kijkt ze ernaar terwijl haar vinger er cirkeltjes op draait. Haar nagel ritselt door zijn stoppels. “Bij sommige mensen is dit stuk zo opvallend. Heb je die mensen wel eens gezien ? Dat er zo’n heel stuk kin tussen hun lippen en hun kin zit. Soms is dat zo’n bol stuk, soms is het lang. Het bepaalt hun gezicht zó veel, wanneer ze dat hebben. Sommige mensen hebben dan weer echt helemaal niks. Zo gek. Maar dit moet toch een naam hebben ?”

Hij schraapt zijn keel en geeft toe dat hij het niet weet. “Dan geef ik het een naam,” stelt ze resoluut. Ze trekt kuiltjes in haar wangen. “Bovenkin. Zo heet het dan. Bovenkin. Dat zeg ik, en dus is het zo.” Hij grijnst. “Niet lachen, ik meen het hoor. Dat heet nu een bovenkin. Dus zeg het maar tegen iedereen, dat ik het gezegd heb.” Trots kust ze zijn mond. “Kijk, en dit zijn dus je lippen, die boven je bovenkin zitten.”

En zo had hij ineens een bovenkin. “Jij hebt de mooiste bovenkin van allemaal,” beweert ze. En ze kust de bovenkin. “Lekker plat. Past perfect in je gezicht. Dat is wat jou zo ontzettend mooi maakt.” Stilletjes tintelt zijn bloed terwijl hij naar haar stem luistert. Hij is nog nooit zo blij met zijn bovenkin geweest.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.