Je bent mooi. Alles aan je is subtiel in pracht. Je wangen spreken emotie, je lippen zwijgen discreet. Je wenkbrauwen spreken weinig en zeggen veel. En wat een ogen. Donker, nieuwsgierig, maar toch vol van levenswijsheid. Jij hebt wat gezien. Maar mij nog nooit.
Ik merk het aan hoe je ogen dwalen. Keer op keer. In mijn richting. Ik merk zoiets omdat het weinig voorkomt. Ik ben de observeerder. Niet het geobserveerde. Zo werkt het universum toch meestal. Ik word er onwennig van. Je kijkt weer. Staat mijn rits wellicht open ?
Je hebt een idealevriendinnentrui. Zo’n trui die enerzijds zegt: eenvoudige smaak. Anderzijds: klasse. Enerzijds: ik loop niet gehuld in beestenbont en ril bij het eerste wolkje voor de zon. Anderzijds: warmte. De trui is donker en effen. Eronder: jeans. Je hebt geen tierelantijnen nodig. Enkel die prachtige lippen, de golvende lokken, en die onweerstaanbare ogen. Mijn god, die ogen.
En weer dwalen ze in mijn richting. Ik heb spinazie tussen mijn tanden. Of modder in mijn baard. Er moet iets zijn. Hangt er een lange snottebel aan mijn neus misschien ? Zo subtiel mogelijk loop ik het na, maar niks. Ik staar, als experiment, terug. Je vangt mijn blik en blijft kijken. Normaal gezien win ik dit spel. Maar je kijkt rechtstreeks binnen en ik draai haastig mijn gezichtsveld rechts van de coupé.
Niks ervan, lijk je te denken. Je zwaait een keer met je haar. Mijn ooghoeken dwalen onmiddellijk naar jou en je vangt wederom mijn blik. Triomfantelijke grijns. Ik sla mijn laptop open en begin opzichtig te tikken. Je probeert het nog een paar keer, zie ik met mijn perifere blik. Maar ik zwicht niet. Ik ben aan het Schrijven, en dat gaat voor de vrouwen. Wanneer ik dit hele verhaal uitgetikt heb, zit je verveeld naar buiten te kijken. De rest van de rit ben ik geen blik meer waardig.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad 2: Het houdt niet op”
Tien jaar na het eerste deel van Prozacstad, dat niet speciaal supergoed verkocht en geen rimpels veroorzaakte, vond René van Densen het ineens nodig om een vervolg te publiceren, en er zelfs twee keer zoveel verhalen in te steken. Niemand vroeg daarom, het kwam er toch. Nieuwe avonturen met de Opperpater en andere kleurrijke karakters in het stadje Prozacstad dat eerder een way of life is (alhoewel) dan een fysieke plaats.
