Ze is beeldschoon en feeëriek. Hij wil niet staren maar doet het toch. Zeker als ze, zich onbewust van haar toeschouwer, lacht. Haar lach maakt hem keer op keer weerloos. Alsof ze met een toverstaf zwaait en hem verlamt. Dan de vleugels spreiden zal en hoog en fier boven hem zal uitstijgen. Hij slobbert uit zijn bierglas. Lees meer
Het was niet zo’n kaasschaaf met een lange platte plaat, maar zo’n korte. Daar is hij geen held mee, nooit geweest. Dus heel zorgvuldig, voorzichtig, heeft hij plakje voor plakje de schaaf over zijn ziel gehaald. De plakjes voorzichtig op een schaaltje in de koelkast. Lees meer
Vurig verdedig ik dat het een soort rite of passage was. Het moment dat me eindelijk werd verteld dat Sinterklaas niet bestond. Bij mij aan tafel: iemand die het jaren eerder dan zijn leeftijdsgenoten al wist, iemand die het als een opluchting zag na jaren bang zijn van Sinterklaas en Zwarte Piet, en ik zelf. Ik wou het eerst heel lang niet geloven en ben nog op de vuist gevlogen met andere kinderen, want hoe durfden ze, natúúrlijk bestond Sinterklaas ! En toen het eenmaal verteld was, zat ik in het complot. Mijn jongere broer mocht het immers nog niet weten. Het was een ruw wakker worden: als men wilde, kon heel de wereld samen tegen je jokken.
Haar ogen registreren tranerig ale clichés van de drukbezette barman. Zijn handelingen, zijn klanten, zijn kont. Zwaaiend wervelen er wat festivalbandjes aan haar arm die niet getuigen van kamperen in de modder. Alles is pose, tot haar strakke haarknot toe. Iedereen in dit café is onorigineel. Ik ken de originele afdrukken van wie ze waren: ze waren tien jaar jonger en ze kenden mijn naam. Dit zijn hun nieuwe-generatie imitaties. Mensen die niet in Sinterklaas geloven. Lees meer
Dan kun je wel vloeken dat je écht nooit meer zoveel drinkt, maar daar hang je dan. In een bondagekelder. Koppijn van jewelste en geen idéé waar je bril is. Of hoe je hier terecht bent gekomen. Schuchter vraag je of er iemand anders is. Geen gehoor. Lekker dan, dit.
Terugdenken. Het laatste dat je weet: je was op een of ander dichtersavondje. Uiteraard was je weer op een dichtersavondje. Dichters zijn de beste drankebroeders, dat weet een kind. Althans, een kind weet dat uiteraard niet, dankzij de nieuwe drankwetten in dit land. Het witschuimend goud klaterde dan ook weer lustig en aandacht voor andermans teksten had allang niemand meer. Lees meer
Er stond altijd iets tussen ons. Eerst was het nog een set zuilen. Daarna de emotionele muren die we opwierpen. Vervolgens de kleuren van Benetton. De graaiende torens vol kopende en verkopende kapitalisten. En nu: dat er niets meer is.
Er gaapte altijd iets tussen ons. Was het geen cultuurverschil, dan een generatiekloof. Was het onbegrip om schoenen aan in huis, of een onpeilbaar ravijn aan gekoesterde geheimen. De afstand tussen geven en nemen. Uitslapen in het bed van iemand die elke dag de zon ziet opkomen. Er gaapten hele tijdzones tussen ons in. Lees meer
Ze hadden altijd wat, die meisjes. “Alleen die bríl,” of “alleen die puistjes, hè.” Of: “Die schoénen, die kunnen dus èèèèèèècht niet.” Er was een minimum van één slechte kwaliteit aan mij, en als die er niet was, dan was ik misschien overwogen. Want “verder” was ik “eigenlijk” nog “best een leuke jongen of zo”. Lees meer
Op een ochtend word ik wakker en blijk ik plat te zijn geworden. Volledig plat. Alsof er tijdens mijn slaap een stoomwals over mijn bed gereden heeft. Mijn vingers zijn plat. Mijn voeten zijn plat. Plassen kan nog wel eens een probleem worden, is het eerste dat door mijn hoofd schiet. Ik ben een zeer praktische jongen.
Overeind komen valt ook niet mee. De lucht drukt me effectief tegen mijn bed aan. Met uiterste inspanning pel ik me los van de lakens. Overeind zitten lukt niet: ook mijn ruggegraat is plat. Ik krab even aan de rand van mijn hoofd hoe dit nu allemaal moet. Een stekende pijn in mijn platte vingertoppen. Ik kijk verbaasd naar mijn vingers en zie dat ik me aan mijn eigen kop gesneden heb. Lees meer
Je ziet het niet omdat het zo langzaam gebeurt, maar je wordt ouder. In de spiegel denk je telkens dezelfde persoon te zien, maar op een bepaald moment moet je toegeven dat die terugkijkende persoon fors verouderd is. Nou ja: jij, he. Ik niet, natuurlijk. Ik blijf er superjong uitzien. Dat zie ik zelf toch, in de spiegel.
Toen ik achttien was, schatte iemand me veertig. Ik had een enorme geitensik aan mijn kin hangen. Misschien lag het daaraan. En lang hippiehaar. Het bespaarde allebei enorm op scheermesjes en kapperskosten. En ik wou er natuurlijk lekker anders uit zien. Lees meer
De zon schijnt, maar dat maakt het enkel erger voor de tragicus. Hij staart naar het biertje dat ik hem gaf, uit medelijden. De tragicus zucht. Hij klaagt dat het biertje lauw is, en dat dat weer typisch is. Dan staart hij met toegeknepen ogen naar de zon. Daar komt ongetwijfeld dit jaar nog huidkanker van, meent de tragicus. Het is althans wel de verwachting. Ik zeg niet veel. De tragicus doet zo goed zijn best, dat ik het niet wil verpesten door een beetje mee droevig lopen te doen. Je moet een vakman wel de eer van zijn beroep laten. Lees meer
Dat is even fors wakker schrikken. Een heuse bezoeker ! Met een blik die ergens tussen extremen van onverschilligheid, leegheid, ongeduld en onbegrip bungelt, schuifelt hij binnen. Kijkt rond. Ik knik. Goedendag, meneer, zeg ik zachtjes. Hij kijkt me aan met halfverbaasde krentige varkensoogjes en kijkt dan verder rond. Het is wel even wennen. Een bezoeker op mijn website. Ik heb me hier de afgelopen maanden prima in mijn eentje vermaakt. Ik tel snel de stapel boeken die ik hier in verrukkelijke rust heb gelezen. Negenentwintig. Ik had verdorie bijna mijn dertigste uit. Ach ja. Het is natuurlijk goed, dat er een bezoeker is. Daar is de website voor opgezet. Voor bezoekers. Niet specifiek voor die ene bezoeker, natuurlijk. Maar óók voor hem. Lees meer