Krouwt of klauwt of weetikhet
De collega praat met volle mond en zijn woorden schieten kruimels over de tafel. Het is een vurig betoog. Dus wordt er ook fors wat afgekruimeld. Hoe slim ik ben dat ik in deze tijd mijn verhaaltjes op internet schrijf. Dat heeft de toekomst, kruimelt hij. Ik moet in de klauwt, zegt hij. De klauwt heeft de toekomst. Tussen de medeklinkers door zie ik zijn lunch in brokken rond zijn mond tuimelen. Een tikje bedremmeld kijk ik naar mijn nagels. Ze zijn vies. Ik doe weer eens werk waar je nagels vies van worden. Van alle werk worden mijn nagels vies. Behalve als ik schrijf. Dan zijn mijn nagels schoon. Geen idee hoe dat komt. Een kruimel spat op mijn nagel en ik kijk weg, naar de muur.
Lees meer
