Korte proza

Goede moed

Omdat er verder niets meer aan mij te plukken valt, besluit de regering mijn goede moed extra te belasten. Elke dag dat ik goede moed erin houd, is het weer kassa. Ze vinden altijd iets. Het is de goede moed die me door de week heensleept, maar dat kan zo’n regering niet schelen. Als ze het netjes betalen van belasting zouden kunnen belasten, zouden ze het nog doen. Licht morrend betaal ik dan ook braaf. Ironisch genoeg kan ik de rotbuien die ik voel tijdens deze belastingpuzzel, dan wel weer aftrekken. Het doel zal wel het nivelleren van de ellendigheidsbeleving onder de burgers zijn. Iedereen moet immers participeren in het zuur, en zonder hoop op zoet. Het komt nooit meer zoet. Dat weet u ook best.
Lees meer

Ninja

Er zit een ninja in de wachtkamer, zegt de doktersassistente. Verstoord kijkt de dokter op. Hij wil grappen hoe ze dat kan weten. Ninjas zijn immers meesters in zich verbergen. De enige geloofwaardige ninja in een wachtkamer is er eentje die je niet kunt zien. Hij heeft geen zin in grapjes vandaag dus zegt hij het niet. Traag bromt hij iets over binnenvragen. De doktersassistente hangt op. Even later loopt de ninja zijn praktijkruimte binnen. De dokter staat op en schudt de hand van de ninja. Dan vraagt hij wat er aan de hand is.
Lees meer

Dorst

Een man laat zijn dorst uit. Het is een bijzonder gezicht. Man, dorst. Je ziet het niet elke dag. Samen met zijn dorst slentert hij over de straten. Overal moet de dorst aan snuffelen. De dorst kijkt erg hongerig. De man kijkt slapjes. Misschien laat hij nu al voor de zoveelste keer zijn dorst uit vandaag. Het zou natuurlijk goed kunnen. Zo’n dorst behoeft wel veel aandacht uiteraard.
Lees meer

WK-kansen

Op de rommelmarkt vind ik vanalles wat ik niet zoek. Al snel loop ik rond met een potsierlijke rieten hoed die me voor geen meter staat. Even later loop ik een enorm slecht moppenboek op. Vijftig cent. Geen geld. De moppen zijn echt verschrikkelijk. Ik blader er even wat doorheen en krijg bijna pijn van het lezen. Geniaal, dit. Geen geld. Overal om me heen wemelt het van mensen die nutteloze troep hebben gekocht. Velen hebben het aangetrokken. Paarse berenpakken, WK-supportkledij uit godweetwelkjaar, jongens joelend in roze jurken. Althans, ik hoop dat ze dit aangetrokken hebben na aanschaf, en niet dat ze zo naar deze rommelmarkt toe zijn gekomen. Alles kan. En ik moet niet moeilijk doen over mijn afkomst: ook ik loop schaamteloos voor schut met mijn hoed en mijn boek.
Lees meer

Zeemeermin


Katerig word ik wakker door de deurbel. De striptekenaar staat in mijn voortuin. Hij zwaait. Ik denk, oh ja. Die had ik gisteren bij Club P. uitgenodigd om langs te komen. Ik kwam aan bij Club P na een afpeigerende week met beduidend wat overuren. Volgens mij heb ik zes biertjes gedronken. Zeker negen uur muurvast geslapen. Ik zie dat mijn kat een speeltje in mijn schoen heeft gelegd. Ze hoopte waarschijnlijk dat ik die weggooide. Dan brengt zij hem terug. Mijn kat apporteert. Maar niet als ik niks weggooi. Ik heb dwars door het spelletje heen geslapen. Ik zeg dat de striptekenaar door de achterpoort binnen mag komen, dan kan hij zijn fiets even stallen.
Lees meer

Yell-Art

Geld voor de voedselbank is er niet, maar de regering heeft een andere mooie deal weten te sluiten. De armen van Prozacstad mogen gratis naar de voorstelling ‘Yell Art‘ in het museum. Met hongerige magen schuiven ze in kolonne het gebouw binnen. Gratis is gratis. Ze willen niet ondankbaar overkomen. Er wordt tenminste nog iets voor hen gedaan van het gemeenschapsgeld. Dat mag je niet in de bek kijken. Ironisch genoeg is dit precies wat de voorstelling toont. Overal om hen heen zijn afbeeldingen van grote schreeuwende monden. Als ze de monden passeren, komen daar luidruchtige soundbites uit geschreeuwd.
Lees meer

Sabbatical

Soms zap ik door mijn droom heen: jahaaaa, al eerder gezien. Saai. De loop en het eind zijn dan al bekend. Een beetje meer variatie had ik toch wel van mijn dromen verwacht. Ik spreek dan mijn dromen altijd even streng toe: over de hele dag genomen werken jullie strikt het kortst, dus is er geen excuus om er met de pet naar te gooien. De dromen zeggen altijd bedremmeld sorry, en dan doen ze het soms de nacht erop verdomme wéér.
Lees meer

Doosjes

Ik werk de ganse dag met doosjes. Ik stapel ze op. Dan moet ik de doosjes verplaatsen. Iemand anders stapelt ze dan weer af. Vervolgens stapelt weer iemand anders ze weer op. Zelf stapel ik de doosjes ook weer van andere stapels af. We houden elkaar zo de hele dag goed bezig. Overal in het pand vind je dan ook doosjes. Opgestapeld en afgestapeld. Je krijgt er sterke armen van, al hebben veel medewerkers ook inmiddels een tennisarm. Ik vooralsnog niet. Dus stapel ik lustig -op en -af. Ik wil ook een tennisarm. Zonder ooit één keer getennist te hebben.
Lees meer

Ver zwelgen


Op het eind zijn ze verdwenen. Niemand weet waar ze heen zijn. Maar eerst zit Charles op een bankje. Je schrijft Charles maar spreekt zijn naam uit als Sjarrel. Sjarrel zit wat voor zich uit te staren. Hij zou het liefst verzwolgen worden. Niks ziet hij meer zitten. Ook zichzelf niet. Ondanks het bankje. Sjarrel zit er doorhéén. Hij wil niet meer, hij kan niet meer, en het enige dat hij kan denken is wat er na dit leven gebeurt. Hoe je lijf verteerd wordt en weer onderdeel uitmaakt van alle andere leven. Dat zou hij nu wel willen. Zo zit Sjarrel te zwelgen over verzwolgen worden.
Lees meer