Korte proza

Moeilijke koffie

Het zou een moeilijke koffie worden. Dat merkte hij aan zijn korstige, halfopen ogen. Los sloften zijn pantoffels rond zijn voeten mee. Sleutel, deur. Een reep zonnestralen stormde binnen. Neussnuffend en keelschrapend slofte hij door het gras. Ja, hier was een prima plek. De sloffen stopten. Boxer omlaag. Een straal donkergeel klatergoud voelde blij dat de nacht voorbij was.
Lees meer

Dikke bult

Soms ben ik net een man. Lang niet altijd. Maar soms wel. Meestal als ik koppig ben. Het is mijn hardnekkigste eigenschap. En daardoor is vaak ook wat me overkomt, gewoon mijn eigen schuld. Dikke bult. Dan kun je best tandenknarsen. En heel erg hard iemand anders de schuld willen geven. Maar het is gewoon de jouwe. Dombo. Wanneer ik dan weer eens ontdek dat het toch écht dikke bult is, draag ik die zo sportief mogelijk. Ik pronk niet met mijn dikke bult. Dat gaat te ver. Maar ik erken mijn dikke bult. Ik geef mijn dikke bult een biertje. Samen met mijn dikke bult zit ik in de zon. We zwijgen en denken na. Liever zaten we niet met elkaar opgescheept. Maar het zijn de aarden van de beestjes.
Lees meer

Rage

Na twee dagen niet mogen werken, staan de mensen nu ongeduldig achter elkaar in rijen en files. Hun werklust is niet in te tomen. Weinigen hebben de vrije tijd gebruikt om zich spiritueel te bezinnen. Sommigen bleven zelfs gewoon bereikbaar voor werk. Althans, dit geldt voor de Plastic Mensen. De Plastic Mensen is de nieuwste rage onder het speelgoed. Talloze kindjes hebben inmiddels een lade vol met Plastic Mensen. De Plastic Mensen rijden over een speelgoedsnelweg en maken échte toetergeluiden (excl. batterijen). Je kunt ze ook laten foeteren. Met een app. Foeters kosten wel wat, die moet je los kopen. In een foeterstore. Kinderen kopen massaal hun road rage geluiden, vloekwoorden en razende rhaaa’s in de foeterstore.
Lees meer

Halfweg

“Dan zien jullie er nog goed uit,” was het dubieuze compliment dat ons ten deel viel. Halverwege. Halfweg, zoals de zuiderburen zeggen. En wat is er dan beter he, tja. Het gaat om hetzelfde woord, en ‘onze’ vervoeging klinkt enorm ouderwets. Lekker simpel en modern: halfweg. Half-weg. Nog niet helemaal, maar wel half. Wij waren wel halverwege, maar nog niet half weg, dat was ongeveer het compliment wel. Wat een mens toch kan nadenken over taal. Zeker als je ligt te bekomen. Of bij te komen ? Waarbij dan ? En is dat een terugkeer van gáán ?
Lees meer

Kwijtgeraakt

We gingen op een vrijdag. Dat was besloten zodat de Opperpater mee zou kunnen. We gingen déze specifieke vrijdag. Dat was omdat de man die telkens het hele land op de kast kan jagen, alleen deze vrijdag zou meekunnen. Allebei de mensen waar de planning al maanden terug op afgestemd was, gingen uiteindelijk niet mee. De Opperpater mocht niet en wou  vooral niet. De kastman had hoge belangen te verdedigen die vóór vriendschappen gingen. Wat ik geen van de mensen vooraf vertelde, is dat dit misschien de laatste keer is dat ik zoiets met hen onderneem. Nog één gek, idioot idee. Één memorabele tocht. En dan komt de nieuwe baan in de weg van onze vriendschappelijke bijeenkomsten. Misschien dat ik ze nog eens in een weekend zal zien. Maar zeker niet zoals voorheen, wekelijks. Ik voel het zelf ook: het begin van het einde van mijn tijd in deze stad is aangebroken.
Lees meer

Roze mile

Wanneer enkele vrouwen horen van onze Golden Mile, willen ze dat ook. Althans, ‘ook’. Want dat we stevig gaan zuipen, dat is dan weer niet ‘hun ding’. De dames willen koffietjes. En wijntjes. En fruitsapjes. Maar twaalf cafés hoppen, dat is dan wel weer leuk. Althans, ‘een aantal’. En ‘met terrasjes, toch’. Vraagteken. Ze menen dit. De vrouwen menen dit allemaal uiterst serieus. De dames vragen of ze met ons mee mogen. Natuurlijk niet ! Ze vragen of ze dan zelf een keer mogen gaan. Ik zie daar geen been in. Idealen zijn voor jonge mensen. Als de dames willen, mogen ze gerust met hun pinkje omhoog koffies en fruitsapjes drinken op hun Pink Mile. Maar wij, idiote en dappere mannen, wij gaan voor goud. Wij gaan voor authentiek. Wij gaan de uitdaging aan. Wij, mannen, wij zullen niet rusten voor we omvallen. We gaan lallend ten onder.
Lees meer

Golden Mile

Wel in een vrij troosteloos stadje, dat wel. Overal hangen ‘te koop’ bordjes, en naar Belgische standaarden zijn veel gevels hier op standje ‘alles opgegeven’ aan het hangen. En toch is het er leuk. Ik kom er graag. Enkele vrienden zeiden dat ze ook graag eens mee gingen. Dus gaan we met een groep. En aangezien we allemaal van drinken houden, gaan we een kroegentocht doen. Gemodelleerd naar de film The World’s End: een Golden Mile. Oftewel – 12 cafés, 12 bier. Ik heb de toer uitgestippeld. Er is zelfs een mooi routekaartje ontworpen. Met vakjes om de cafés af te vinken. Alsof we de tel kwijt zouden raken. Het gezelschap is illuster. De man die alle WK trauma’s compleet heeft. De man die eindelijk zijn boek af heeft. De man die telkens het hele land op de kast krijgt. Ik. En De Opperpater. Vijf vrienden. Vijf kameraden. Vijf drinkebroeders. Vijf stoere kerels tegen de hele wereld. Met elk een glas in de hand.
Lees meer

Namaak

Namaak poes

Wanneer de Opperpater teveel lawaai maakt, fluit zijn vogeltje. Letterlijk. De Opperpater heeft een vogeltje. In een kooitje. Het vogeltje stoot fluitgeluit uit als een bepaald aantal decibel overstegen wordt. Het vogeltje is namaak. Het is gekocht omdat de benedenburen klaagden over het lawaai. De Opperpater is zelf al niet de stilste man ter wereld. Sommige van zijn gasten zijn nog lawaaieriger. Het vogeltje is er dus om gelazer met de buren te voorkomen.
Lees meer

Eersteklas

Ik zwaai wat vaag met mijn mobiel. Natuurlijk heb ik netjes per SMS betaald, maar niet alle buschauffeurs hebben zin om dat te controleren. De chauffeur knikt en lacht. Wanneer hij me ziet worstelen met mijn valies, roept hij, als geschrokken van zijn onhoffelijkheid, dat hij de tweede deur wel even opent. Ik vind dit nu al een fantastische chauffeur. Vind die in Nederland nog maar.
Lees meer