Stilte

Verhaal door René van DensenIk knuffel wat met de stilte, maar die is er toch niet echt bij. Piekerend staart de stilte omhoog. Ik vraag of de stilte echt moet gaan. Hij knikt. Verplichtingen. De stilte moet altijd ergens zijn. Haast, haast, haast. Er is veel vraag naar de stilte. En waar de stilte weer verdwijnt, zwelt direct het geluid op. Waardoor ook daar onmiddellijk de vraag naar de stilte weer ontstaat. In feite neemt die vraag hand over hand toe. De stilte zucht wat.

Vroeger hoopte de stilte dit werk maar een tijdje te hoeven doen. En dan rentenieren. Lekker niks. Maar is het dan geen roeping, vraag ik aan de stilte. Jahaa, dat wel, zegt hij. Maar ook een vloek, hoor. De stilte steekt een sigaret op. Ik heb vooral zo weinig capabele collega’s, zegt hij. Halve stiltes, en relatieve stiltes. Daar koop je niks voor. Dat je denkt dat het stil is, maar dat er in feite slechts één laag rumoer tijdelijk zwijgt. Het brengt geen rust. Dat doet enkel de echte stilte. De stilte waar je deuren voor sluit en oordopjes voor koopt. De stilte waar elke ziel wel eens naar snakt. De stilte die een uitstervend vak is in een chaotische zwelgzee van geluid.

De stilte moet gaan en groet me. Ik vraag me hoe hij reist. Per trein, antwoordt de stilte. In de stiltecoupe, vraag ik nieuwsgierig. Nee, zegt de stilte droef. Nee, júist niet in de stiltecoupé. Die is ook allang verloren. Hij loopt de deur uit. Onmiddellijk rent het rumoer mijn kamer binnen en springt gillend op en neer op mijn bed. Ik trek het me even niet aan. Ergens in het tumulteuze kabaal van het rumoer hoor ik het ritme van regen. Geconcentreerd luister ik daar naar. In relatieve stilte.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *