Veel hoekiger, en met een dakraam. Het is maar één voorbeeld. De werkelijkheid, andermans geheugens en zelfs de foto’s spreken me tegen, maar zo herinner ik me de auto die we hadden toen ik opgroeide. Als dat nu de enige verkeerde herinnering was, kon ik mezelf wel vertrouwen. Maar mijn inwendig fotoboek is vergeeld en alle plaatjes zijn volledig subjectief ingekleurd. Misschien zat er inderdaad geen autodak in, maar heb ik jarenlang gedagdroomd hoe het zou zijn dat er een autodak in zat. Dat open kon. Verfrissing, en uitzicht op het blauw en de wolken boven ons. Mijn werkelijkheid wordt prima, en in hoog detail, opgeslagen in die walnoot bovenaan mijn nekwervels. Maar dat is blijkbaar niet noodzakelijk de werkelijkheid van anderen.
Tijdens sommige gesprekken, zeker op terrassen, komt dat vreemde gevoel ook wel eens opborrelen. Dat mensen dingen serieus met mij bespreken. Mij voor een verstandig mens aanzien, waarmee te redeneren valt. Blijkbaar speel ik het spel overtuigend mee. Niet zelden weet ik daarna niets meer van hetgene dat besloten is, of heb ik het volstrekt verkeerd onthouden. Soms heb ik nog de tegenwoordigheid van geest om een notitie te maken tijdens het gesprek, en dat ook nog even af te stemmen met de ander. Dat heeft de kleinste foutkans. Vaak ben ik direct daarna weer afgeleid, bijvoorbeeld door passerend vrouwelijk schoon. Soms vind ik de notitie uren later terug tussen de bierviltjes en glazen op tafel: “Oh ja, dit mag ik niet vergeten.” Zelfs dat hardop zeggen is geen garantie.
Het ergste zijn de mensen die later zeggen dat ze je iets al eerder verteld hebben. Of nog erger, mensen – niet zelden vrouwen – die me begroeten en zeggen dat het laatst een heel gezellig gesprek was. Dan denk ik, oei. En bluf ik. Ik praat dan in vage termen mee, vis in haar reacties naar aanwijzingen. Over het eerdere gespreksonderwerp. Over haar identiteit. Over de locatie en het tijdstip. Over mijn mate van beschonkenheid. Al decennia kom ik hiermee weg. Zelf vind ik me steeds handelingsonbekwamer. Heb ik het gevoel dat er steeds minder informatie kloppend wordt opgeslagen. Ik droom mijn dagen weg. Het is nu dag, toch ? Ach, natuurlijk wel. Het is érgens dag. Zo gaan die dingen. Terwijl de bladeren, de foto’s, de dagen en herinneringen vergelen.

