Onvindbaar


Verhaal door René van DensenIk ben ineens onvindbaar. Zo was ik er. Zo was ik er niet meer. Ik heb overal gezocht maar vind niks van mezelf terug. Nog geen schim. Geen DNA-restje. Je zou er licht ongerust om kunnen worden, want het duurt nu al meer dan een dag. Straks blijf ik weg. Dat zou erg dol zijn. Maar vooralsnog ben ik niet weg, maar onvindbaar. Vroeger zei men in mijn ouderlijk huis: ‘kwijt kan niet’. Dus ik ben niet kwijt. Ik ben nog ergens. Dat moet haast wel. Maar ja, ga maar eens zoeken. Lastiger dan je denkt. Als je tenminste onvindbaar bent. En ik doe zelden half werk, dus ik ben direct volledig onvindbaar. Ga er maar aan staan. Zowel aan dat onvindbaar zijn, als vervolgens het zoeken. Ik kom mijn dag alvast wel weer door.

Een paar vrienden nemen hun telefoon op en al snel komen ze mee zoeken. We keren eerst het huis binnenstebuiten. Alles optillen, alle laden controleren, ook onder de deurmat zit ik niet. Minitieus wordt mijn tuin uitgekamd, maar ook daar blijk ik me niet te bevinden. Ik vind het wel lang duren, en zwaai met het lang duren in de lucht. Mijn vrienden kijken eens goed. Dat ben jij niet, zegt er eentje. Volgens mij is dat een het lang duren. Oh, zeg ik beteuterd, en plaats de het lang duren terug in de vrije natuur. Hij fladdert.

We krijgen er dorst van en drinken een biertje. Mijn vrienden zeggen dat ik waarschijnlijk vanzelf wel terugkom. Het is zomer, zeggen ze. Dan komt dit wel eens voor. Ik moet me niet te ongerust maken: waarschijnlijk ben ik gewoon een beetje op avontuur. Ik drink mijn bier en mis mezelf.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *