“Het is wel een beetje een sekte hoor,” zegt de mevrouw op het feestje. Ze heeft het over mijn vriendengroep. Elke donderdag, althans, de meeste donderdagen, komen wij bijeen op het terras. Even lekker ‘onszelf zijn’. Iedereen die onze groep kent, vindt ons maar rare jongens, maar wij vermaken ons er goed bij. De mevrouw in kwestie was er eens bij en wist niet hoe vlug ze weg moest gaan. Volgens mij lag dat gevoel puur bij haar, maar ik kan me vergissen. Voor mij hoefde ze alvast niet weg. Voor mij hoeft niemand weg.
We vragen niet veel van de leden van ons groepje. Jezelf zijn, vooral. En je niet beter voelen dan een ander. En gewoon je eigen biertjes betalen. En een beetje interessant zijn. Ja oke, we offeren af en toe ook eens een maagd, dus je moet wel tegen bloed kunnen. En hoe sneller je onze psalmenbundel uit je hoofd leert, hoe eerder we je kunnen initiëren in De Waarheid. Dat allemaal natuurlijk wel. Ook wordt het enorm op prijs gesteld als de jaarlijkse contributie bijtijds voldaan wordt. Betalingsachterstanden leiden tot vervelende situaties. We gaan niet metéén benen breken, maar het beste is om er niet achter te komen wat er gebeurt.
Dat valt volgens mij allemaal reuze mee. Dus om ons nu een sekte te noemen, pfff. Dat valt reuze mee. Dat bloed was je achteraf zó weer uit je kleren. En het is toch verdorie gewoon gezéllig.

