Handdoek

Verhaal door René van DensenOp sommige ochtenden begraaf ik mijn hoofd in een handdoek. Dat moet dan liefst geen záchte handdoek zijn, maar zo eentje die al tachtigduizend keer gewassen is. Een handdoek van schuurpapier-maché, zogezegd. Waarvan je elke vezel over je gezichtshuid voelt schrapen. Ik steek mijn neus er diep in en sluit mijn ogen.

Zo verbeeld ik me dat ik net de zee uit ben komen rennen, en mijn gezicht afdroog. De zon op mijn altijd verblindend witte, vadsige huid. Al dat ruwe geschraap, dat is van het strandzand natuurlijk. Hoort erbij. Je wordt hier nooit echt droog of schoon, want alles wat droogt, gaat wel weer zweten.

Je hebt ook nooit iets leuks bij je om te doen. Een of andere suffe plastic bal. Zo’n ding wat zelfs goedkoop aanvoélt. Of een of ander felgekleurd drijfding voor op het water. Een boek dat je thuis óók niet uitlas. En overal voel je ondertussen zand prikken.

Natuurlijk is het er stervensdruk, op dat strand. Vettige, zweterige lijven overal. Wanstaltig ontkleed. En de dunne lapjes parachutestof die ze wel dragen, zouden zelfs een kleurenblinde pijn aan de ogen doen. Allemaal mond open. Als vissen op het droge. Zo dom en herkauwig mogelijk voor zich uitstarend.

Heen zaten ze natuurlijk in zo’n volbepakte familieauto. Met misschien wel een witte boot er bovenop, die teveel moeite was, eigenlijk, om helemaal mee het strand op te slepen. Het leek zo’n goed idee toen ze vertrokken. En nu zitten ze hier, net als ik. Eigenlijk te hopen dat ze hier niet waren.

En ik begraaf mijn gezicht nog wat dieper. Dan open ik mijn ogen en haal de handdoek weg. Gelukkig, ik ben gewoon thuis. En het is lekker grauw herfstweer buiten. Geen enkel excuus om op een strand te gaan zitten. Heerlijk.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *