Opperpater

Gil

De Opperpater en ik kijken naar een film waar een jonge blonde vrouw in speelt. En een hele grote aap. De aap oogt de ene keer als een man in een rubber pak, de andere keer nog best realistisch. Ik zeg dat de film eigenlijk best oud is. De hoofdrolspelers zijn inmiddels zo ongeveer aan hun pensioen toe. De Opperpater beaamt verschillende dingen terwijl hij bier drinkt en staart naar de toen nog prachtige jonge blonde actrice.
Lees meer

Delen

“Wat heb jij nou bij je, knikker ?” vraagt de Opperpater verbaasd. De gasten van Club P moeten altijd hun eigen drank meebrengen, en mijn selectie van vanavond verwondert hem. “Iets nieuws, dat ik toevallig in de winkel zag vandaag,” antwoord ik. “44 centiliter blik. Ik snap de logica ook niet echt, of dat nu zoveel scheelt met een halve liter, maar daarom probeer ik het een keer uit.” Ik zet de blikken in zijn koelkast en kies een stoel.
Lees meer

Mot

“Ik geef niet meer dan een tientje, knikker,” bromt de Opperpater. Hij wil mijn nog te verschijnen nieuwe boek wel, maar dan “tegen een vriendenprijsje”. Ik zeg dat iederéén een vriendenprijsje krijgt. Ik kom met mijn boekjes doorgaans amper uit de drukkosten. En dan leveren al mijn eigen geïnvesteerde uren dus nog niks op. “Ja, dat is niet slim, knikker,” zegt de Opperpater. Hij zegt dat ik wel een biertje “on the house” mag. Als hij terugkomt uit de keuken, is hij dat echter alweer vergeten en reikt hij een van mijn zelf meegebrachte biertjes aan.
Lees meer

De Opperpater terug op het terras

Als hij komt aanlopen, flanéért hij. Je ziet het meteen. Hier komt iemand mensen met zijn aanwezigheid vereren. De Opperpater. Hij komt voor het eerst in maanden weer eens aanschuiven bij onze wekelijkse donderdaggroep.

“Ja knikkers,” tikt hij iedereen met zijn gebalde vuist aan. De leden van de groep zijn verguld met zijn aanwezigheid. Ik ben er ook voor het eerst in enkele maanden weer eens bij, maar ik ben natuurlijk geen Opperpater. Dus ik hou me relatief stil en geniet van de gezellige drukte.
Lees meer

Kom je weer naar Club P.

Of ik binnenkort weer eens naar de Opperpater kom, vraagt de striptekenaar. De striptekenaar zit in de kroeg. Ik ook. Ik wist dat vroeg of laat iemand het zou vragen. Het was vooral afhankelijk welke van de andere gasten van Club P. ik het eerst tegen zou komen. Club P. is de woonkamer van de Opperpater, waar twee keer per week een kleine groep mensen welkom is om film te kijken en bier te drinken. Ik antwoord, naar waarheid, dat mijn huidige werk in de weg zit. Ik werk tot laat en heb dan te weinig puf om nog film te gaan kijken bij de Opperpater. Liever til ik mijn pijnlijke voeten op de rand van de bank en blijf zo een paar uur liggen. Kat op schoot. Bijkomen.
Lees meer

Kwijtgeraakt

We gingen op een vrijdag. Dat was besloten zodat de Opperpater mee zou kunnen. We gingen déze specifieke vrijdag. Dat was omdat de man die telkens het hele land op de kast kan jagen, alleen deze vrijdag zou meekunnen. Allebei de mensen waar de planning al maanden terug op afgestemd was, gingen uiteindelijk niet mee. De Opperpater mocht niet en wou  vooral niet. De kastman had hoge belangen te verdedigen die vóór vriendschappen gingen. Wat ik geen van de mensen vooraf vertelde, is dat dit misschien de laatste keer is dat ik zoiets met hen onderneem. Nog één gek, idioot idee. Één memorabele tocht. En dan komt de nieuwe baan in de weg van onze vriendschappelijke bijeenkomsten. Misschien dat ik ze nog eens in een weekend zal zien. Maar zeker niet zoals voorheen, wekelijks. Ik voel het zelf ook: het begin van het einde van mijn tijd in deze stad is aangebroken.
Lees meer

Golden Mile

Wel in een vrij troosteloos stadje, dat wel. Overal hangen ‘te koop’ bordjes, en naar Belgische standaarden zijn veel gevels hier op standje ‘alles opgegeven’ aan het hangen. En toch is het er leuk. Ik kom er graag. Enkele vrienden zeiden dat ze ook graag eens mee gingen. Dus gaan we met een groep. En aangezien we allemaal van drinken houden, gaan we een kroegentocht doen. Gemodelleerd naar de film The World’s End: een Golden Mile. Oftewel – 12 cafés, 12 bier. Ik heb de toer uitgestippeld. Er is zelfs een mooi routekaartje ontworpen. Met vakjes om de cafés af te vinken. Alsof we de tel kwijt zouden raken. Het gezelschap is illuster. De man die alle WK trauma’s compleet heeft. De man die eindelijk zijn boek af heeft. De man die telkens het hele land op de kast krijgt. Ik. En De Opperpater. Vijf vrienden. Vijf kameraden. Vijf drinkebroeders. Vijf stoere kerels tegen de hele wereld. Met elk een glas in de hand.
Lees meer

Namaak

Namaak poes

Wanneer de Opperpater teveel lawaai maakt, fluit zijn vogeltje. Letterlijk. De Opperpater heeft een vogeltje. In een kooitje. Het vogeltje stoot fluitgeluit uit als een bepaald aantal decibel overstegen wordt. Het vogeltje is namaak. Het is gekocht omdat de benedenburen klaagden over het lawaai. De Opperpater is zelf al niet de stilste man ter wereld. Sommige van zijn gasten zijn nog lawaaieriger. Het vogeltje is er dus om gelazer met de buren te voorkomen.
Lees meer