Delen

Verhaal door René van Densen“Wat heb jij nou bij je, knikker ?” vraagt de Opperpater verbaasd. De gasten van Club P moeten altijd hun eigen drank meebrengen, en mijn selectie van vanavond verwondert hem. “Iets nieuws, dat ik toevallig in de winkel zag vandaag,” antwoord ik. “44 centiliter blik. Ik snap de logica ook niet echt, of dat nu zoveel scheelt met een halve liter, maar daarom probeer ik het een keer uit.” Ik zet de blikken in zijn koelkast en kies een stoel.

Het is een suffig avondje door een verschrikkelijke voetbalwedstrijd op het scherm. De striptekenaar is aanwezig en valt als eerste in slaap. Daarna begint de Opperpater ook te knikkebollen. Bij de film die erop volgt, besluit de striptekenaar naar huis en bed te gaan. De Opperpater heeft ook moeite. “Ik krijg mijn bier niet eens op, knikker,” bekent hij. De Opperpater drinkt bier zoals andere mensen lucht ademen. Dus dit is een klein wonder. Ik heb nergens last van. De 44cl blikken blijven, tijdens het drinken, lang koud, valt me op. Langer dan halve liters. Dat dat zó veel kan schelen. Verbazingwekkend. Het heeft ook wel wat. Niet het lompe, marginale van een halveliterblik. 44 centiliter: zuipen met een klein beetje klasse.

De Opperpater vraagt of ik het goed vind als we een blikje van mijn bier delen. Ik stem verrast in. Hij schenkt een glas vol en geeft mij de rest van mijn blik. We proosten met onze 22cl. Ik vraag me af wanneer die kwantiteit op de markt zal verschijnen. Na één slok hebben we elk nog elf centiliter over. De Opperpater zegt verbaasd dat zijn biertje nog koud aanvoelt. Dat zijn halve liter op deze hoeveelheid meestal al warm is. Ik zeg dat je warm bier niet moet drinken. Dat klopt, zegt de Opperpater wakker en enthousiast. Warm bier is vies.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *