Zielig


Verhaal door René van DensenEen verzameling schuim aan de linkerwand van het bad reikt met tentakels naar het schuimloos midden. In het midden van dat midden zie ik mijn geslachtsorgaan een beetje deinen en wiegen. Alsof hij slaapt. Het is een slappig dingetje van niks in het badwater.
Het valt me op dat één van de schuimvormen er een beetje uitziet als een hoofd met een heel lange neus. En eronder een open mond. De schuimmmeneer probeert te niezen, lijkt het. De schuimmeneer doet ha – ha – haaaa – ha – ha – haaaa maar er komt niets. Hij blijft maar niesbewegingen maken. Ik vind het een beetje zielig voor de niesmeneer. Maar wat kan ik er aan doen ? Ik kan moeilijk een beetje voor de niesmeneer gaan zitten niezen. Daar is de niesmeneer ook niks mee opgeschoten.

Mijn kat waakt zoals altijd nabij mij. In dit geval staart ze me half slapend aan vanuit de wasmand. Bovenop de vuile was houdt ze me strak in de gaten. Ik lig nog steeds in bad, dus het zijn geen grote updates. Ze sluit haar ogen weer een beetje. Wanneer ik in bad ga, danst ze altijd wat miauwend op de badrand. Ze vindt het zielig dat ik in dat water moet gaan liggen. En ze houdt dus een oogje in het zeil tot ik weer afgedroogd ben en mijn handen weer naar haar ruiken.

In het boek wat ik probeer te lezen zonder afgeleid te raken door een starende kat, probeert de auteur ons te bewegen hem heel zielig te vinden. Ik ken de auteur toevallig en het gaat momenteel fantastisch met hem. Niet alles, natuurlijk, nooit gaat het met fijne mensen eens volledig goed. Maar zielig is hij nu zeker niet. Ik leg het boek weg, rek me uit, trek de stop eruit. Terwijl het badwater wegloopt, klampt schuim zich aan mijn been. Ik vraag me af of de niesmeneer tussen dat schuim zit of nu in het putje wegvloeit. En dan – HAAATSJOE – nies ik, glibber ik omver, vlucht de kat panisch weg, ligt de badkamer bezaaid met wasgoed. Op mijn rug in het resterend badwater lig ik hardop te lachen.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.