Kwijtgeraakt


Verhaal door René van DensenWe gingen op een vrijdag. Dat was besloten zodat de Opperpater mee zou kunnen. We gingen déze specifieke vrijdag. Dat was omdat de man die telkens het hele land op de kast kan jagen, alleen deze vrijdag zou meekunnen. Allebei de mensen waar de planning al maanden terug op afgestemd was, gingen uiteindelijk niet mee. De Opperpater mocht niet en wou  vooral niet. De kastman had hoge belangen te verdedigen die vóór vriendschappen gingen. Wat ik geen van de mensen vooraf vertelde, is dat dit misschien de laatste keer is dat ik zoiets met hen onderneem. Nog één gek, idioot idee. Één memorabele tocht. En dan komt de nieuwe baan in de weg van onze vriendschappelijke bijeenkomsten. Misschien dat ik ze nog eens in een weekend zal zien. Maar zeker niet zoals voorheen, wekelijks. Ik voel het zelf ook: het begin van het einde van mijn tijd in deze stad is aangebroken.

Dus van de vijf zijn er nog maar drie. Er is een andere vriend bijgesprongen die graag mee wou, dus toch nog vier. Elk woord dat ik nu tik doet pijn. Van die trage, holle pijn die kenmerkt dat het gezellig was. We zijn geslaagd. Twaalf cafés. Onze Golden Mile is volbracht. Onmiddellijk terug in eigen stad zijn we nog een café in gedoken. En daar ben ik de rest kwijtgeraakt. Zij gingen in een achterzaaltje naar een optreden of weet ik wat er was. Ik zat alleen aan de bar. Mijn gedachten schoven naast me aan. En we hebben daar samen een tijd zo gezeten. Toen besloten we te gaan. Ik was de rest kwijtgeraakt.

En zo kwakkelde ik in mijn eentje nog even door het nachtleven van de stad. Een van de laatste keren, wellicht. Ik werkte aan mijn huidige koppijn. Het werd steeds gezelliger. En ik raakte steeds meer kwijt. Alles kwijt. Alles en iedereen. Tot er niks meer resteerde en het tijd werd om naar huis te gaan.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *