Kaftloos

Onvindbaar

Ik ben ineens onvindbaar. Zo was ik er. Zo was ik er niet meer. Ik heb overal gezocht maar vind niks van mezelf terug. Nog geen schim. Geen DNA-restje. Je zou er licht ongerust om kunnen worden, want het duurt nu al meer dan een dag. Straks blijf ik weg. Dat zou erg dol zijn. Maar vooralsnog ben ik niet weg, maar onvindbaar. Vroeger zei men in mijn ouderlijk huis: ‘kwijt kan niet’. Dus ik ben niet kwijt. Ik ben nog ergens. Dat moet haast wel. Maar ja, ga maar eens zoeken. Lastiger dan je denkt. Als je tenminste onvindbaar bent. En ik doe zelden half werk, dus ik ben direct volledig onvindbaar. Ga er maar aan staan. Zowel aan dat onvindbaar zijn, als vervolgens het zoeken. Ik kom mijn dag alvast wel weer door.
Lees meer

AL-Team

In 1972 werd er een team gearresteerd wat nergens echt goed in was. Dat team bouwde hun talenten uit. Vervolgens werd het ergens terecht veroordeeld voor oorlogsmisdaden. Toen een ander team uitbrak uit de hoogbeveiligde gevangenis waar ze in zaten, ontsnapten ze mee. Tegenwoordig worden ze nog steeds gezocht, maar een heel stuk minder hard want na ruim veertig jaar is alles wel verjaard. Als je een probleem hebt, als je eigen helden niet toereikend genoeg zijn, en als je kunt vinden, kun je ze misschien inhuren: Het AL-Team.
Lees meer

Brood

Niet-begrijpend kijkt hij me aan. Ik herhaal mijn stelling dat ik niet het volledige bedrag voor het brood zal betalen. “Het is twee euro,” herhaalt hij opstandig. Ik zeg dat ik dat wel begrijp, maar dat ik een start-up ben. “Een wat ?” vraagt hij. Ik zeg dat ik als een gewoon mens functioneer maar verwacht veel minder te hoeven betalen voor alles dat ik nodig heb. Dus ik geef liever niet meer dan vijfenzeventig cent uit. “Daar krijg je niet eens een half brood voor,” zegt de bakker kwaad. Ik zeg dat ik later waarschijnlijk wél de volle twee euro kan betalen voor een brood. Hij moet er gewoon vooral in geloven. “Dus later betaal je me de rest van de prijs van dit brood ?” vraagt hij. Neenee, zeg ik. Nu betaal ik vijfenzeventig cent. Maar daardoor loopt de bakker de kans dat ik in de toekomst wél het volledige bedrag zal betalen. Voor een volledig brood. De bakker snoeft en pakt het brood weer van de toonbank.
Lees meer

Piewpiewpiewfilm

Het volgende programma is een piewpiewpiewfilm. Ik heb daar geen bezwaar tegen, een piewpiewpiewfilm op mijn beeldscherm. Je zou zelfs kunnen stellen dat als er tenminste een piewpiewpiewfilm op teevee is, ik de wereld een leukere plek vind. Dat, of een voetbalwedstrijd die het bekijken waardig is. De rest van de tijd is de teevee redelijk zinloos. Geef me echt maar een piewpiewpiewfilm of een goede balstrijd of het weerspiegelend zwart. Dan ben ik blij met het bakbeest van nutteloosheid.
Lees meer

Midzomernacht haat

De benauwde zomernacht kruipt in mijn kop als een gekmakende koorts. Ik onderdruk de neiging om mijn haren af te scheren en schreeuwend in huis rond te rennen. Overal zijn mensen en muggen. Op straat kletsen twee vrouwen met elkaar. Elke klank kerft een brandende snee in mijn humeur. Ze moeten blijkbaar per se voor mijn woning praten. Ik ben gemaakt voor de herfst en de winter. Mijn huid glanst van het zweet. Voor de zeventiende keer dit uur zet ik mijn ventilator aan. En dan weer uit. En de vrouwen maar praten. Beesten fladderen door mijn kamer. Het zijn er maar een paar, maar in mijn kop is het een zwermende plaag. Een mug die zo dom was in mijn zicht op de muur te landen, sla ik dankbaar dood. Ik ben meestal een dierenvriend, maar nu even niet.
Lees meer

Ome Rob

Ditmaal is de Opperpater laat: wanneer ik mijn fiets voor zijn woning op slot zet, komt hij haastig aangepeddeld. Hij fietst sneller dan ik zou verwachten. Hij roept dat hij eraan komt, rijdt door een poort achterom. Ik wacht kalm. Daar komt hij. Minder imposant dan normaal, want een beetje schuchter lachend. Terecht: het is al bijna tien uur. Club P. begint normaal gezien om negen uur. De Opperpater steekt de sleutel in zijn slot en zegt: ‘Welkom in Club P, knikker.” Hij vertelt, terwijl we de trap oplopen, dat hij uit eten was gegaan bij de Scheplepel, en daarna met wat bekenden nog naar het café was gegaan.
Lees meer

Ventilator

Ik wou alleen maar een ventilator. Een goedkope. Het wordt nog meer zomer deze zomer, en mijn vorige goedkope ventilator is op. Het eerste zomerslachtoffer. Dus ik loop de goedkopespullenwinkelketenwinkel binnen. Even, éven, een ventilator halen. Dat valt vies tegen. Sinds mijn zware concentratieproblemen vorig jaar begonnen, vind ik niet alles meer op dezelfde plek als waar ze horen te staan. Een beetje alsof het universum stukjes mist. Dat is natuurlijk niet zo: ik mis stukjes. Het universum is er nog best okee aan toe. Dat gaat mij wel overleven. Garantie afsluiten niet nodig.
Lees meer

Wie ik ben

Verstoord kijk ik de tankstationbediende aan. Ik heb nu al allures. Weet hij soms niet wie ik ben ? Nee, geeft hij toe, dat weet hij niet. Ik ben een fenomeen, help ik hem dan maar een beetje. O, zegt de bediende. Nee, natuurlijk heb ik geen interesse in zijn aanbieding, zeg ik. Okee, zegt de bediende, en fijne dag verder nog. Ik loop het winkeltje uit met mijn sigaretten, blij dat ik de man een beetje in zijn algemene kennis heb kunnen helpen. Dat er nog mensen zijn die me niét kennen, je snapt het soms niet.
Lees meer