preloader

Kaftloos

Luchtballon

Er zijn van die dagen dat je als een luchtballon door het blauwwit zou willen dobberen. Alles liever dan wachten tot andere mensen de dingen die ze afspreken, nakomen. Jij bent er. Zoals afgesproken. De telefoon ligt binnen handbereik. En ook dat ene pakketje mag vandaag best afgeleverd worden. Maar er gebeurt mooi niks. En je hebt ook nog andere afspraken met jezelf na te komen, dus dat kan je best sjacherijnig stemmen. Dan is het prachtig als je naar dat blauwwit staart en denkt: was ik maar gewoon een ballon.
Lees meer

Borstel

Of anderen ze ook hebben, durf ik niet te zeggen. Ik heb ze, zoveel weet ik. De ochtenden dat ik mijn borstel zoek en niet zie. Hij moet liggen waar hij ligt. Maar er ligt chaos in de weg. De chaos kalmeert me op andere ochtenden, maar vandaag ligt ze er vervelend bij. Het zal er veel mee te maken hebben dat ik de borstel nodig heb. Ik moet me presentabel maken. Daar is de borstel op dit moment zo ongeveer onmisbaar bij. Mijn haar besluit namelijk net deze ochtend met een ‘creatieve’ uitstraling te starten. Met andere woorden: het is een chaos op mijn kop, in alle windrichtingen. En aangezien ik al pakweg een jaar geen kapper meer bezocht heb, is het bereik van de chaos groot. Dit zou niet erg zijn als ik nu een dichtvoordracht had. Lekker gek. Maar ik moet mijn Serieuze Arbeidsmarkt Talenten etaleren teneinde mijn schrijnend gebrek aan cashflow in zijn galop te storen. Ik eet ook komende maand nog graag wat brood.
Lees meer

Stom van me

Vrolijk lachend werpt ze. Telkens weer een stukje. Ze pulkt het af van haar broodje en gooit het. Naar de gulzig schrokkende duif naast hun tafeltje. De vrouw wordt blij van de schranzende vogel. Ze pulkt nog wat. De duif gooit met zijn snavel het brood in de lucht, in een poging het te scheuren. Het stuitert naast zijn voeten en onmiddellijk slaat de snavel weer toe. Het is een geoefende stadsduif. De vrouw kan nog net het kirren laten, maar ze oogt alsof ze zou willen kirren. Er komt nog een duif toegelopen op het voedselstrooien. Dat spoort de vrouw alleen maar aan tot nog meer broodgooien.
Lees meer

Dichtpresentatie

Alle dichters zijn verschrikkelijke mensen, maar meestal enorm gezellig op het terras. Ik ken een paar niet-drinkende dichters. Die blowen. En als ze dát doen, zijn ze ook nog altijd leuk in de omgang. In feite ben ik gedichten gaan schrijven zodat ik kon meedrinken met leuke mensen. Ik ken inmiddels veel dichters via de drank. Ook mooie vrouwelijke, maar zeker ook lelijke mannelijke. Eigenlijk vraag ik me bijna af of zij niet ook allemaal dichten om met de rest mee te kunnen drinken. Dan zijn we allemaal posers. En bestaat de totale dichtkunst uit de wens met elkaar iets te kunnen drinken. Het zou wat zijn. Ik geef deze hypothese niet veel kans. Maar wie weet, wie weet. Ik ben natuurlijk zelf wel enorm gezellig om mee te drinken. Dus ik begrijp het wél.
Lees meer

Mijn Boze Vriend

U heeft er ongetwijfeld ook wel eentje, maar deze is helemaal van mij. Mijn Boze Vriend. Misschien wil hij ook met u nog wel vriendjes worden, maar dat betwijfel ik. Mijn Boze Vriend legt niet veel contacten. Hij walgt van vrijwel alle mensen die hij nog niet kent. Heilig is hij ervan overtuigd dat ze de moeite niet waard kunnen zijn. Anders had hij ze inmiddels wel onder zijn schaarse vrienden gevoegd. Er is een reden dat hij u niet kent, en dat ligt helemaal aan u. Vindt mijn Boze Vriend. Hij veracht u, ronduit. Bovendien zal u waarschijnlijk wel stinken. Of geld lenen en nooit meer terugbetalen. Mijn Boze Vriend wil niets met u te maken hebben. U bent allemaal hetzelfde.
Lees meer

Geniaal

Op het terras heb ik nog een geniaal verhaal. Uiteráárd heb ik op het terras nog een geniaal verhaal. Ik weet nog hoe ik me voelde: het was het briljantste verhaal dat ik ooit bedacht had. Dat ik dit mooie thema nog nooit eerder had aangekaart ! Zo prachtig, zo elegant, zo verdomde waar. Ik praat met twee vreemden. Eigenlijk weet ik dat als ik met twee vreemden praat, en dat het zelfs een vurig gesprek is, dat ik gewoon dronken ben. Het gaat over iets uitdragen. Of dat nog wel individueel is, of, och, weet ik het. Ik roep vanalles en ik vind het geniaal.
Lees meer

Verslagenheid



Er hangt verslagenheid over de straten als ik naar het centrum loop. Verslagenheid en mist. Het is stil. Af en toe wordt de stilte doorbroken door dronken mensen met neerslachtige buien. Ze hebben vriendinnen, die minder gedronken hebben en hen naar huis loodsen. “We moeten hier oversteken,” zeggen ze. Her en der liggen prullaria die eerder deze avond pronkstukken waren, rondgestrooid langs de weg. Afgedankt. Opgegeven. Onnodig. Woedend terzijde gesmeten. Ze zijn goedkoop gemaakt, goedkoop gekocht, gekoesterd gedragen. Niet eens meer de rommelmarkt waardig, nu. Ik loop kalm. Ik weet niet wat ik moet verwachten. Een paar dagen geleden was ik in een ander land dat eenzelfde teleurstelling voor de kiezen kreeg. Die vierden hun nederlaag. “We zijn toch maar zo vér gekomen,” was het blondklaterend devies. Maar dat is niet het devies van het land waar ik nu loop.
Lees meer

Een zak chipkaarten


Het is wat gepruts, maar ik word er bij elke automaat handiger in. En hoppa, weer een stapel voor in de zak. Ik heb al een flink volle zak chipkaarten. Ze gaan heel veel waard worden. Per morgen zijn ze afgeschaft. Waardevolle verzamelobjecten. En nog helemaal ongebruikt. Ik ga er flink aan verdienen. Wie wat afschaft, heeft wat. Geef het een jaartje en de echte verzamelaars zullen gaan opbieden voor de laatste exemplaren. Ik heb ook nog echte guldens. En de vroegere treinkaartjes. Ik weet nog hoe die afgeschaft werden. Meteen toegeslagen. Er zijn idiote verzamelaars genoeg die veel geld bieden voor vanalles wat uit omloop is.
Lees meer

Schroefje

Ik ben een schroefje. Met vuur en kracht ben ik in deze vorm geperst. Ik heb een nuttige schroefdraad. Een tijdje dien ik een doel. Onvermijdelijk slijt ik eens. En dan moet er een ander schroefje komen. Mijn nut zit er dan op. Het is nog niet zover, maar die tijd komt. Ik kan breken. Mijn kop kan gaardraaien. Ik kan losslijten. Mijn schroefdraad, hoewel sterk, is niet onverwoestbaar. Ik zit nu nog krachtig op mijn plaats en dien mijn doel. Maar niets duurt voorgoed. Ik heb het al gezien bij andere schroeven in mijn buurt.
Lees meer

Delen

“Wat heb jij nou bij je, knikker ?” vraagt de Opperpater verbaasd. De gasten van Club P moeten altijd hun eigen drank meebrengen, en mijn selectie van vanavond verwondert hem. “Iets nieuws, dat ik toevallig in de winkel zag vandaag,” antwoord ik. “44 centiliter blik. Ik snap de logica ook niet echt, of dat nu zoveel scheelt met een halve liter, maar daarom probeer ik het een keer uit.” Ik zet de blikken in zijn koelkast en kies een stoel.
Lees meer