Korte proza

Niksdag

Ik maak altijd wat mee. Maar vandaag toevallig niets. Waar ik ook ga, wat ik ook probeer, er gebeurt niets noemenswaardigs. Geen gebeurtenis die er uitspringt, geen mens die opvalt. Geen vogeltje zoeft vervaarlijk laag over mijn hoofd en geen gekke brief valt op de mat. He-le-maal-niks. Er is ook niets bijzonders op teevee, er drijft niks geks in mijn koffie, en zelfs de poes doet niets ongewoons. Het is een ultieme niksdag. Je merkt het aan alles. Er gaat niks gebeuren, er valt niks aan te onthouden: deze dag zal onzichtbaar in de grijze brij vergetelen. Hij zal uit je geschiedenisboekjes weggelaten worden. Het is een dag die er ook moet zijn, maar waarom, dat kan niemand je uitleggen.
Lees meer

Kroetcultuur

Er zit kroet in mijn ogen. Mijn huis is leeg op wat koffie en suiker na. Mijn baard is het stadium van hippe stoppels ver voorbij. Ik ben zelf het soort mens waar ik van afvraag hoe die zo kunnen leven. Maar de kroet, die is het ergste. Door de warmte wil het mijn ogen niet uit. Met waterige, kleverige ogen zit ik aan mijn bureau. Met koffie. Me af te vragen hoe mijn leven nog ooit op z’n pootjes terecht moet komen. Ik zou mijn gezicht kunnen wassen. En mezelf dan meteen kunnen scheren. En als ik toch bezig ben, meteen een hele douche. De mogelijkheden zijn eindeloos. De eindeloosheid beangstigt me. Ik besluit te blijven zitten met kroet in mijn ogen.
Lees meer

Tachtig

Tachtig werd hij. En het volk stroomde toe. Ik stond erbij terwijl een keur aan artiesten én publiek luidkeels zijn liedjes zong. De liedjes van de man, de legende, de vader van de Feesten. Het zijn de vijvenveertigste Feesten en waarschijnlijk zijn laatste. Althans, iedereen die ik ken die aan komt waaien, zegt dat. Zo gaat dat op de Feesten: je komt overal bekenden tegen, even, en dan zijn ze weer in een nieuwe richting voort. En je praat kort en vrolijk en oppervlakkig met elkaar. Maar één ding klinkt unaniem uit hun kelen: Het zijn de laatste Feesten voor Walter.
Lees meer

Snoepwinkel

Meteen als ik haar zie, denk ik: zo’n prachtige jongedame zou zo vroeg op de dag geen snoepwinkel mogen bemannen. Dat ontspoort mij als man direct, de verdere treinreis. Gelukkig loop ik even later naast een bonkige toeriste met een groene pluche kikker uit haar rugzak. Van die aanstellerij: daar ontnuchter ik van. Toch blijft het prachtige gelaat van de dame mij achtervolgen.
Lees meer

Afspraken

Hardop spreek ik met de poes af dat ze zich gedraagt. Ik spreek met mezelf af dat ik wakker ben. Ik spreek een heleboel af en nog zonder koffie. Ik zit aan mijn schrijfbureau en de poes gaat naast mijn laptop liggen. Het irriteert me, ook al doet ze het nog zo lief. De achterdeur is open en nu kan ze nog in de tuin rondrennen. Het is net zoiets als de hele nacht: ze had het volledige huis als speelruimte, gaat ze ergens in mijn directe buurt slapen. Mijn poes is enorm clingy. Ze komt ermee weg omdat het zo’n schatje is, en omdat ik af en toe per ongeluk op haar ga staan. En dan klinkt er zo’n paniekerige miauwschreeuw. Het klinkt gemener dan het is: meestal sta ik op haar omdat ze achter mijn voeten is gaan zitten terwijl ik naar de vijver sta te kijken. En dan doe ik een stap achteruit, en hoppa.
Lees meer

1 Nieuw

“U hebt één nieuw bericht.” Als ik wakker word, is dat het eerste dat ik zie. Het is te vroeg voor nieuwe berichten. Eerst maar één nieuwe koffie. Ik sleep me naar mijn stoel, zet de waterkoker aan en klap de laptop open. Ook daar: 1 nieuwe e-mail. 1 nieuw privé-bericht. 1 nieuw bericht, overal waar ik klik. Ik besluit vandaag berichtenloos te blijven en klap de computer weer dicht.
Lees meer

Luchtballon

Er zijn van die dagen dat je als een luchtballon door het blauwwit zou willen dobberen. Alles liever dan wachten tot andere mensen de dingen die ze afspreken, nakomen. Jij bent er. Zoals afgesproken. De telefoon ligt binnen handbereik. En ook dat ene pakketje mag vandaag best afgeleverd worden. Maar er gebeurt mooi niks. En je hebt ook nog andere afspraken met jezelf na te komen, dus dat kan je best sjacherijnig stemmen. Dan is het prachtig als je naar dat blauwwit staart en denkt: was ik maar gewoon een ballon.
Lees meer

Borstel

Of anderen ze ook hebben, durf ik niet te zeggen. Ik heb ze, zoveel weet ik. De ochtenden dat ik mijn borstel zoek en niet zie. Hij moet liggen waar hij ligt. Maar er ligt chaos in de weg. De chaos kalmeert me op andere ochtenden, maar vandaag ligt ze er vervelend bij. Het zal er veel mee te maken hebben dat ik de borstel nodig heb. Ik moet me presentabel maken. Daar is de borstel op dit moment zo ongeveer onmisbaar bij. Mijn haar besluit namelijk net deze ochtend met een ‘creatieve’ uitstraling te starten. Met andere woorden: het is een chaos op mijn kop, in alle windrichtingen. En aangezien ik al pakweg een jaar geen kapper meer bezocht heb, is het bereik van de chaos groot. Dit zou niet erg zijn als ik nu een dichtvoordracht had. Lekker gek. Maar ik moet mijn Serieuze Arbeidsmarkt Talenten etaleren teneinde mijn schrijnend gebrek aan cashflow in zijn galop te storen. Ik eet ook komende maand nog graag wat brood.
Lees meer

Stom van me

Vrolijk lachend werpt ze. Telkens weer een stukje. Ze pulkt het af van haar broodje en gooit het. Naar de gulzig schrokkende duif naast hun tafeltje. De vrouw wordt blij van de schranzende vogel. Ze pulkt nog wat. De duif gooit met zijn snavel het brood in de lucht, in een poging het te scheuren. Het stuitert naast zijn voeten en onmiddellijk slaat de snavel weer toe. Het is een geoefende stadsduif. De vrouw kan nog net het kirren laten, maar ze oogt alsof ze zou willen kirren. Er komt nog een duif toegelopen op het voedselstrooien. Dat spoort de vrouw alleen maar aan tot nog meer broodgooien.
Lees meer

Dichtpresentatie

Alle dichters zijn verschrikkelijke mensen, maar meestal enorm gezellig op het terras. Ik ken een paar niet-drinkende dichters. Die blowen. En als ze dát doen, zijn ze ook nog altijd leuk in de omgang. In feite ben ik gedichten gaan schrijven zodat ik kon meedrinken met leuke mensen. Ik ken inmiddels veel dichters via de drank. Ook mooie vrouwelijke, maar zeker ook lelijke mannelijke. Eigenlijk vraag ik me bijna af of zij niet ook allemaal dichten om met de rest mee te kunnen drinken. Dan zijn we allemaal posers. En bestaat de totale dichtkunst uit de wens met elkaar iets te kunnen drinken. Het zou wat zijn. Ik geef deze hypothese niet veel kans. Maar wie weet, wie weet. Ik ben natuurlijk zelf wel enorm gezellig om mee te drinken. Dus ik begrijp het wél.
Lees meer