Korte proza

Bril

Het brilmeisje op TV kijkt er wat vies bij. Ze heeft een strenge knot en een hip dik montuur. Ze kijkt zuinig. Het onderwerp gaat blijkbaar over het fenomeen dat mensen waarmee je uit bent, tussendoor op hun telefoon kijken. Er zitten dan, volgens het zuinigkijkmeisje, ineens allemaal andere mensen in het gezelschap waarmee de ander zit te praten. En zij niet. Dat vindt ze duidelijk maar niks. Ze vraagt zich af hoe de ander het zou vinden als ze daar ter plekke een boek zou openslaan. ‘Even een alinea lezen.’ De presentator zegt dat dat een goede vergelijking is. Hij zegt dat het gesprek zo hier even op doorgaat, maar eerst kijkt hij even naar de meldingen van Twitter. Niemand lacht om de ironie.
Lees meer

Klein

De Opperpater is onze kapitein en Club P. is zijn schip. Wij zijn maar passagiers. En hebben ons te schikken. Opperpater is wel een hele goede kapitein en zorgt dat we niks tekort komen. Zolang het tenminste om bier gaat, dat we zelf hebben meegenomen. De geluidsdempende muur is dicht en we praten zo zachtjes mogelijk. Tevreden beziet onze Opperpater het geheel en vindt dat de Club zo op dit moment af is. Te gast zijn Willem met de WK Trauma’s, en ik. Ik ben het stilste. Mijn geld raakt langzaam op en mijn meest kansrijke sollicitatie is ook op een afwijzing uitgekomen. Ik weet niet wat ik moet doen.
Lees meer

Zonnebrillen (2)

En natuurlijk had ik al jarenlang op veel ergere plaatsen gewerkt. Plekken waar mensen schaapachtig heel de dag déden alsof ze werkten, of erger, andermans werk saboteerden. Maar dat mijn collega’s eigenlijk heel serieus en zo strak in het gareel hun werk deden, was absurd. Ze waren er ook in hun eigen tijd mee bezig. Ik ook, overigens. Ik was geen haar beter dan de rest. De zonnebrillen die we verkochten, waren blijkbaar enorm belangrijk. Alleen de Franse collega deed exact wat hij zelf wou. Ik keek naar de anderhalve regel tekst die ik bij de eerste zonnebril had geschreven. Het was verschrikkelijk. Alsof een hijgerige opticiën, hongerig naar zijn eindejaarbonus, je koste wat kost een bril wou aansmeren. Maar misschien vonden mensen het wel lollig. Wie weet werkte het.
Lees meer

Zonnebrillen

Zonnebrillen, dat waren ze. Daar pas zag ik in hoe belachelijk mijn baan was geworden. Ik zat teksten over zonnebrillen te schrijven. Wist ik wat de huidige zonnebrillenmode was ? Nee. Ik heb een zonnebril op sterkte en daar zit ik door de hoge prijs wel een aantal jaar aan vast. Wist ik eigenlijk iets van onze andere producten ? Ook niet echt. Ik gebruikte ze zelf niet. Het was idioot dat ik producten moest beschrijven die ik niet gebruik. Achteraf zette dat besef het eerste barstje. Het maakte ook niet echt uit. Ik kon de grootst mogelijke onzin schrijven die in mijn kop op zou borrelen. Het enige dat ertoe deed, was dat mensen de zonnebrillen zouden kopen. Hoe meer mensen ze zouden bekijken, hoe meer kans daarop was. Hoe opvallender de teksten, hoe meer mensen ze zouden bekijken. Hoe idioter de omschrijving, des te meer mensen zouden elkaar erop wijzen. Ik leunde achterover in mijn stoel en bedacht me dat mijn leven zinloos was. Of misschien was al het leven zinloos. Toch zeker als het doel ervan is dat iemand zonnebrillen verkoopt.
Lees meer

Schaamplek

Buiten gebeurt vast vanalles, te horen aan bedrijvige autowielen en af- en aanwaaiende basdreunen in de verschillende vertes. Ik zit binnen prima. Dit is een goede schaamplek. Even in mijn eigen hoekje wegkruipen, omdat ik weer van alles een puinhoop gemaakt heb. De schade beperken is binnenblijven. Dan kan er niet veel misgaan. En gaat er iets mis, is enkel de kat er ooggetuige van. Zij ligt voor op mij: het aantal onhandige net-niet sprongen dat ik haar heb zien maken – en waarna ze, kat eigen, zichzelf zo nonchalant mogelijk likt alvorens een geslaagde tweede sprong te wagen – is groter dan de missers waar zij toeschouwer van was. Bovendien snapt ze van de helft van mijn fouten niet dat het fouten zijn. En zelfs bij bijvoorbeeld een struikel over mijn eigen voeten, gaat ze niet staan lachen. Nee, dan slaat ze eerst een stuk op de vlucht, om van een veilige afstand geschrokken te kijken wat er in vredesnaam gebeurde. Ze is mijn ideale gezelschap.
Lees meer

Uitgekreukeld

Nog altijd kreukel ik te makkelijk. Een gestolen fiets, notabene, en ik ben een dag uit de running. De hele dag lag ik gisteren op de bank en kon de wereld de pot op. Ik was er dan ook weer te gehecht aan geraakt. Altijd als ik écht dol ben op een fiets, wordt die gestolen. Dat mag dus blijkbaar niet, dat ik een vervoersmiddel heb waar ik blij mee ben. En ditmaal is hij zelfs uit een bewaakte stalling gestolen. Onbegrijpelijk, maar dat kan dus blijkbaar ook. Ik ben er eigenlijk nog steeds niet goed van, maar dat verandert er verder niks aan. Wat wel blijkt, is dat gekreukel.
Lees meer

Bijna

Het duurt nog maar een paar uur. Dan is het eindelijk zo ver. Ik staar uit het raam. Het voelt alsof ik elke wolk al talloze keren eerder heb gezien. De wijzers van de klok gaan al bijna achteruit. Schiet op, tijd ! Ik loop wat heen en weer door het huis. Daar win ik een minuut mee. Het is verschrikkelijk. De zenuwen, vooral. Wat als hij tegenvalt ? Dat kun je natuurlijk nooit zeker weten. Kan best. Zeker als je er al zo lang op wacht. Ik kijk uit het woonkamerraam. Het is net of ik alle voorbijgangers al talloze keren eerder heb gezien.
Lees meer

Stil

De benedenbuurvrouw van de Opperpater heeft geklaagd. We mogen van haar best in Club P zitten, maar of we het stil kunnen doen. De Opperpater wil liever geen gedonder, want de benedenbuurvrouw heeft gedreigd de woningbouwvereniging te bellen. Zij moet bijna altijd vroeg op. Wij niet. Daarom is het in Club P normaal gezien één uitbundig feest tot het holst van de nacht. Vandaag dus niet. De Opperpater wil graag hier blijven wonen. We moeten dus stil zijn. Het is een hele uitdaging, maar we doen onze best.
Lees meer

Woensdag de Dertiende

Woensdag de Dertiende eist respect en erkenning. Met een luide hamerklop opent hij de vergadering. Augustus 2014 zit voor. “Mensen praten altijd enkel over Vrijdag de Dertiende,” spreekt hij zijn toehoorders toe, “maar wij worden als onschuldige en makkelijk genegeerde dagen neergezet. Dat moet maar eens afgelopen zijn !” Instemmend gemor klinkt uit de zaal. November 2013 roept: “De Vrijdagen hebben boeken, films, een breed gedragen media-aandacht die eeuwen terugreikt. Wat kunnen wij daar tegenin brengen ?” Februari en Maart mopperen hem tegen: “Ho ho, in 2013 waren wij in de meerderheid. De Vrijdagen waren maar met twee, de Woensdagen met drie. En dat in het ‘jaar 13’, zo’n overmacht moet toch wel iéts uitmaken ?” Luid gemompel in de zaal. Augustus 2014 klopt het gezelschap tot orde.
Lees meer

Tandvlees

Vrouwen met doorlopend ontbloot tandvlees, daar heb ik het moeilijk mee. Bedek dat nou toch, denk ik dan. Zelf ben ik van de minzame grinnikjes. Een schaterlach hoor je bij mij zelden. Of ik moet dronken zijn. Of ik, als ik dronken ben, veel tandvlees toon, weet ik niet. Zo ja, dan ligt dat echt aan de alcohol. Tandvlees is mijn ultieme taboe. Ik vind het verschrikkelijk bij een ander, en verberg angstvallig en beschaamd het mijne. Tandvlees is intiem. Het is gevoelig, het is sensueel, en nog belangrijker: mensen die doorlopend hun tandvlees tonen, komen mij enorm onintelligent over. Hetzelfde als mensen die de hele tijd hun bek open laten hangen. Alsof hun hersenen bij alledaags gebruik al extra koeling behoeven. Dus nee, vrouwen met klokrond schaamteloos tandvleesgekoketteer, daar blijf ik wars van. Dat verschrikkelijke tandvleesexhibitionisme.
Lees meer