Klein


Verhaal door René van DensenDe Opperpater is onze kapitein en Club P. is zijn schip. Wij zijn maar passagiers. En hebben ons te schikken. Opperpater is wel een hele goede kapitein en zorgt dat we niks tekort komen. Zolang het tenminste om bier gaat, dat we zelf hebben meegenomen. De geluidsdempende muur is dicht en we praten zo zachtjes mogelijk. Tevreden beziet onze Opperpater het geheel en vindt dat de Club zo op dit moment af is. Te gast zijn Willem met de WK Trauma’s, en ik. Ik ben het stilste. Mijn geld raakt langzaam op en mijn meest kansrijke sollicitatie is ook op een afwijzing uitgekomen. Ik weet niet wat ik moet doen.

Willem met de WK Trauma’s zegt dat ik stom ben geweest, dat ik van het begin recht had op een uitkering en dat ik die had moeten nemen. Ik zeg dat ik er binnenkort aan moet geloven, maar misschien zelfs gestraft word omdat ik die niet direct heb aangevraagd. De realiteit is zelfs dat ik daardoor misschien een maand op die uitkering gekort word. Ik zeg dat dat absurd is. Dat is Willem met me eens. Ik verdien verdomme een beloning, grom ik, dat ik het eerst op eigen kracht en eigen centen heb geprobeerd. Ja, zegt Willem, maar dit is niet ons spelletje, het is hun spelletje. Speel het op hun manier, zegt Willem met de WK Trauma’s. Ik zucht en drink mijn bier.

Het lijkt net of het bierblik groter wordt. Verbaasd kijk ik ernaar, maar het blijkt echt waar te zijn. Al snel kan ik het niet meer in mijn hand klemmen. Dan pas merk ik dat mijn stoel ook groeit. Alles groeit, wacht, nee, ik krimp. De Opperpater en Willem kijken naar de film op TV en merken niks. Ik word kleiner en kleiner. In paniek grijp ik me aan vanalles vast, inmiddels aan de stofvezels van mijn stoelkussen. Dan bungel ik ineens tussen de vezels in, boven een snel wijder gapende afgrond. Mijn vingers verkrampen. Ik weet niet hoe lang ik het houd. Ik hoor de Opperpater verbaasd vragen waar ik heen ben. Willem weet het ook niet.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.