Zonnebrillen (2)


Verhaal door René van DensenEn natuurlijk had ik al jarenlang op veel ergere plaatsen gewerkt. Plekken waar mensen schaapachtig heel de dag déden alsof ze werkten, of erger, andermans werk saboteerden. Maar dat mijn collega’s eigenlijk heel serieus en zo strak in het gareel hun werk deden, was absurd. Ze waren er ook in hun eigen tijd mee bezig. Ik ook, overigens. Ik was geen haar beter dan de rest. De zonnebrillen die we verkochten, waren blijkbaar enorm belangrijk. Alleen de Franse collega deed exact wat hij zelf wou. Ik keek naar de anderhalve regel tekst die ik bij de eerste zonnebril had geschreven. Het was verschrikkelijk. Alsof een hijgerige opticiën, hongerig naar zijn eindejaarbonus, je koste wat kost een bril wou aansmeren. Maar misschien vonden mensen het wel lollig. Wie weet werkte het.

Ik keek hoeveel zonnebrillen er waren. Honderdzeventig herenmodellen. Dat viel mee. Honderdzeventig gekke tekstjes. Dat moet ik aankunnen, nam ik me voor. Toen keek ik naar de dameszonnebrillen. Ik leunde achterover en streek over mijn stoppelbaard. Fuk. Het waren er, eh. Ietsje meer. Zogezegd. Ik voorzag een zwaar lijden. Vooral omdat ik al helemaal geen idee had hoe ik een zonnebril aan een vroúw aanpraatte. Ik vroeg me af of er mensen waren met minder zinloze banen. Mensen die nu het gevoel hebben hun leven niet te verspillen. Ze moesten er zijn. Ik kon me, voorbij de hordes foeilelijke zonnebrillen, geen persoon voorstellen die zinnige arbeid verrichte. Brandweermannen, wellicht. Of romantiseerde ik dat beroep ?

Ik maakte weken van minimaal vierenveertig uur. Elke dag werkte ik een uur langer, omdat ik het lef had afgesproken te hebben op donderdag iets eerder weg te mogen. Een half uur eerder. Daarom werkte ik vier uur meer, de rest van de week. En dan nog was het af en toe nodig mij op donderdag ook langer op de zaak te houden. De vier uur was een minimum: niet zelden was ik ’s avonds ook op de zaak. Want er moest vanalles belangrijks besproken worden. En ik woonde vlakbij. Het was niet alsof ik na die bespreking urenlang moest reizen. Drie minuten. Op de fiets. Dus dan kon ik best urenlang nog aan het werk gehouden worden. Ik kreeg een vast maandbedrag voor al deze uren. En de volgende ochtend werd ik weer keihard kwart voor negen op de zaak verwacht. Natuurlijk deed ik het ook allemaal zelf. Ik was er elke stap zelf bij en had gewoon nee kunnen zeggen. Gewoon ‘nee’. Maar ja. Ik was nooit zo goed in gewoon ‘nee’.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.