Stil

Verhaal door René van DensenDe benedenbuurvrouw van de Opperpater heeft geklaagd. We mogen van haar best in Club P zitten, maar of we het stil kunnen doen. De Opperpater wil liever geen gedonder, want de benedenbuurvrouw heeft gedreigd de woningbouwvereniging te bellen. Zij moet bijna altijd vroeg op. Wij niet. Daarom is het in Club P normaal gezien één uitbundig feest tot het holst van de nacht. Vandaag dus niet. De Opperpater wil graag hier blijven wonen. We moeten dus stil zijn. Het is een hele uitdaging, maar we doen onze best.

Allereerst staat de radio uit en de TV op stil, met ondertiteling aan. De Opperpater speelt een quizspelletje op zijn laptop, ook in volstrekte stilte. Hij fluistert dat het spelletje zo veel moeilijker is. Je moet namelijk muziekfragmenten die afgespeeld worden, raden. Maar als je niks hoort, klik je maar wat in het rond. De Opperpater fluistert dat hij al zes potjes verloren heeft nu. En of nog iemand bier wil. Op gewatteerde sloffen sjokt hij behoedzaam naar de keuken en brengt bier voor ons mee.

We spreken in gebarentaal en houden de deuren dicht. Dat dempt enorm veel geluid. Ondertussen zorgen de sigaretten van mijzelf maar vooral van de Opperpater dat de ruimte heel snel opaakblauw wordt. We zien geen hand meer voor ogen. De gebarentaal is veranderd in morse code met lichtjes. Niemand van ons weet hoe morse code werkt. Dus we knipperen maar wat. Zo gaat er een half uur voorbij. Dan horen we een heleboek lawaai in de gang. De deur wordt ingetrapt. Paniekerig rondschijnende lichten stormen de ruimte binnen. Brandweermannen en ambulancepersoneel. De buurvrouw maakte zich ongerust omdat ze niks meer hoorde. De Opperpater vraagt of de reddingstroepen een beetje stiller kunnen zijn. En of er nog iemand bier wil.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *