Per mail be(v)rucht

perneel_namoor_permail
Toevallig weet ik iets van deze voorstelling. Nog naast dat ik de beide dichters persoonlijk ken. Op het niveau dat als zij ergens zijn, en ik ben ergens, dan zeggen we hallo en trakteren elkander wat. En als ze ergens optreden waar ik toevallig niet ver vandaan ben, dan zal ik niet nalaten de boel te komen checken. Anna Perneel én Romaan Namoor zijn beiden namelijk erg goed.

Maar ik weet toevallig ook wat van de tekst in hun voorstelling. Aan het begin van de voorstelling hoort u een stem die misschien bekend klinkt. Wat dat betreft vind ik het jammer dat ik er niet bij kan zijn: mijn debuut als voice-over. Het lijkt me wel lekker apart om mezelf te horen spreken terwijl ik gewoon in het publiek zit. Maar eventjes naar Brugge, dat is dit weekend geen optie.

Is het voor u wel een optie ? Dan moet u zeker even gaan kijken ! Drie uur ’s middags is ook geen heel gek vroeg of laat uur, dus ik zou het u zeker aanraden. Lukt het niet, morgen ? Geen nood. Op 13 april is er in Gent, tijdens La Ville Perdue, om 16u een preview/teaser van deze voorstelling gepland. U weet wel, diezelfde dag dat we toch een paar uur later Poëzie Met De Hoed doen. Gewoon wat vroeger komen dus. Tot dan !

Nieuw op de site: videos

front-040414-videos-202x130Er blijken heel veel filmpjes te bestaan met René van Densen erin. Dus hebben we de beheerders van deze site maar aan het werk gezet en die zijn YouTube gaan uitkammen. Er kwam een veelvoud aan video’s tevoorschijn, dus hebben we die maar in een overzichtje bijeen gezet. Misschien komen er nog meer bij, maar de beheerders keken erg vermoeid toen het huidige overzicht compleet was. Ééntje moest huilen. Het was heel zielig. We hebben zijn thuisfront maar even gebeld om hem op te komen halen.

13/4, Poëzie Met De Hoed, editie #2

13 April 2014, Gent: Poëzie Met De Hoed
En opnieuw gaat de hoed rond in Gent ! Op zondagavond 13 April zal een groep dichters samen met één hoed zorgen voor wederom een onvoorspelbaar evenement. De spelregels zijn en blijven simpel: wie de hoed krijgt, draagt een gedicht voor, en geeft daarna de hoed aan een willekeurige andere dichter. Niemand weet kortom wanneer en zelfs óf ze zullen voordragen. Een volledig nieuw poëzieconcept ! Entree nu nog gratis. Nu nog wel.

Meer informatie, klik hier

Graties alles van mij lezen !

ISSUUGeld is overschat. Mensen verspillen het vooral. Je kunt er in principe veel mee, maar kijk wat iedereen er doorgaans mee doet. De fantasieloosheid ! Ook ik ben schuldig. Ik spaar niks, ik drink al mijn geld op. Dus dan kan ik me er beter niet meer druk om maken. Och ja. U mag, kortom, gratis alles van mij lezen. Ja, alles dat ik ooit uitgebracht heb. Lees alles van mijn hand graties op ISSUU !

Optreden: Poëzie Met De Hoed, 15/02, Gent

Poëzie Met De Hoed, 15-02-2014, Gent

We gaan met de hoed rond in Gent, de dag na Valentijnsdag. Niet om te ontvangen, maar om te geven… De aanwezige dichters zullen om beurten, met de hoed op het hoofd of in de hand, een gedicht voordragen. Een dynamische en spannende avond waarbij uiteraard iedereen met dichterlijke aspiraties even de hoed mag kapen! En jawel, ook René van Densen zal er weer optreden, tijdelijk terug in zijn favoriete stad.

Informatie, zie: https://www.facebook.com/events/816573155026264/

Optreden: Het Voorprogramma, 02/02, Tilburg

Image

Zondag 2/2 vieren we in Tilburg poëzie én muziek! Poëzie rondom muziek, en poëzie op muziek. Breng ook zeker uw eigen favoriete gedicht over muziek mee. Voordrachten door Caspar Lauwerijssen en René van Densen, met als muzikale primeur Elco Wareman die gedichten van laatstgenoemde op melodie heeft gezet. Entree gratis, en geen Brabants kwartiertje dus kom op tijd.

Meer informatie: https://www.facebook.com/events/546049425509264/

Een kwartier lang vouwen

Verhaal door René van DensenIk nam een diepe slok van mijn halfliterblik bier en een trek van mijn sigaret terwijl onder scherp schijnend lantaarnlicht Bukowski me vertelde van een grote poëet die in een fles piste. Aan de overkant van de straat zag ik een man lopen. Ik maakte geen oogcontact, want het was een andere man. Je wist nooit.

Binnenin de wasserette klonk gepiep. De droger was klaar. Met een zucht gooide ik mijn sigaret op straat, liep naar binnen, parkeerde mijn blik bier op een wasautomaat en gooide mijn droge was op de vouwplank. Ondergoed, sokken, handdoeken, beddegoed. Het was weer zondag. Plots overviel de roep der natuur me en met al het bier dat ik deze zondag al gedronken had, was de roep luid en urgent. Mijn benen kruisen zou niet meer helpen, dus liet ik mijn boek, bier, en gedroogd wasgoed voor wat het was en spoedde me de donkere straat op. De nabijgelegen cafés zouden geen soelaas brengen aangezien de urgentie te groot was en in een natte broek had ik geen zin. Aan de overkant waar zojuist nog de man gelopen had, deed ik mijn behoefte achter een geparkeerde auto. Want ik ben opgevoed met de gedachte dat in je broek pissen toch wel vrij ernstig is, en dus koste wat kost voorkomen dient te worden.

Vanuit mijn ooghoek zag ik een wagen met strepen passeren van links naar rechts en ik dacht, fuck. Een snelle inspectie vanuit mijn net niet schaduwrijke plekje leerde me, jawel, dat was een politiewagen. Ik leegde mijn blaas terwijl ik ze rustig door zag rijden en dacht, als ze maar niet. Zo kalm en nonchalant mogelijk ritste ik weer dicht en liep terug de wasserette in. Nog voor ik mijn beddegoed kon vouwen zag ik koplampen buiten het raam stoppen en dacht, shit, zul je altijd zien, dit.

Twee agenten liepen de wassalon binnen. Duidelijke air van zie ons nu eens. Stopten bij mij, als enige klandizie in de verder verlaten wasserette. Kuchten. Ik draaide me om en staarde ze kalm aan.

“Zagen wij u niet zojuist aan de overkant van de straat ?” Retorische vragen zijn altijd aan mij verspild. Ondanks dat ik een uiterst herkenbaar hawaiian shirt droeg dat ze onmogelijk gemist konden hebben, wilden ze blijkbaar toch bevestiging. Ik antwoordde kalm dat ik mijn was aan het vouwen was en geen idee had waar ze het over hadden. “Maar meneer, we hebben u duidelijk aan de overkant van de straat uw behoefte zien doen.” Is dat zo, antwoordde ik ? Meteen besefte ik me dat de zware bierlucht van mijn zondagsbezigheden met dat antwoord ook hun kant op was gedreven.

“Heeft u soms gedronken, meneer ?” Ik antwoordde maar van ja, want daarover liegen was zinloos. Is het tegen de wet om een pintje te drinken bij de was, stelde ik de wedervraag. De agenten – een mooi Belgisch compromisgezelschap van één vrouw en één jonge kerel die duidelijk nog niet lang in zijn functie was – keken elkaar een kort moment onzeker aan, onvoorbereid op deze vraag. “Neen, maar in de straat urineren is een ernstig vergrijp in deze stad, bent u zich daarvan bewust ?” Ik antwoordde kalm dat ik me daarvan bewust was, en of ik deze vraag als een beschuldiging diende op te vatten.

De agenten poogden hun onzekerheid te verbergen en drongen aan: “Dat was u dan niet, aan de overkant van de straat zojuist, die daar stond te urineren ?” Ze wezen. Uit de schaduw van de auto trok mijn urine enkele dunne streepjes over het asfalt. Ik vroeg met de kalmte en laksheid van een netjes aangeschoten aspirant schrijver hoe zeker ze waren van hun zaak dat ik dat zogenaamd geweest zou zijn. Hun houding verslechterde, want het weerwoord, gecombineerd met mijn nederlands accent, hadden ze toch niet verwacht. Ze leren ze daar ook niets, op die politieschool he. Nog voor ik kon aandringen dat zonder concreet bewijs dat ik al dan niet aan de overkant geurineerd zou hebben, maakte de duidelijk ervarenere agente de zaak kort met een waarschuwing. Ik haalde mijn schouders op en herhaalde van niets te weten. In mijn hoofd waren al hele teksten paraat, tot en met informeren wat het Nederlands Consulaat zou vinden van het zonder bewijsmateriaal in beschuldiging stellen van hun burgers. Maar de agenten maakten zich haastig uit de voeten en kropen terug hun auto in. Ik besloot nog een sigaret en de rest van mijn bier te nuttigen.

Terwijl ik buiten stond zag ik de strepen van onder de auto al de helft van de straat bereikt hebben. Bukowski vertelde me nog even over de grote poëet die nu in een natte goot gevallen was, maar het interesseerde me niet zo. In de verte repeteerde een bandje. Enkel de drums klonken nog helder over de wind. De drums klonken onindrukwekkend. Een prachtige jonge vrouw met wild krullend ros haar liep de wasserette in met billen die door haar jeans heen schreeuwden.

Ik schoot mijn opgebrandde sigaret richting de natte strepen en een auto reed over beiden heen. Toen ging ik naar binnen en vouwde de rest van mijn was op. Ik was al een kwartier aan het vouwen, met al die nonsens die zich af had gespeeld. Ik verliet de wasserette en de twee schreeuwende billen en wandelde voort.

Een jongeman passeerde me aan de overkant van de straat zonder oogcontact te maken. Uit mijn ooghoek zag ik ‘m met een boog rond de pisvlek lopen en omkijken naar mij. Maar hij had geen oogcontact durven maken. Groot gelijk had hij. Ik was immers een andere man, je wist nooit.