Kaftloos

Boeven in de nacht

De wieltjes neigen telkens naar links en ik moet flink bijsturen om hem recht te houden. Mijn huisgenoot trekt aan de voorkant van het karretje. Onze handen zijn smerig, want in deze lading grofvuil zitten ook planken van constructies die ik in onze tuin heb gebouwd. Als ik iets in onze tuin bouwde, dan was het doorgaans voor mijn kat. Het hokje waar deze half rottende planken vanaf komen, was geen uitzondering.
Lees meer

Slot

Je moet er wat voor over hebben. De eerste dag, toen ging het nog wel. Als kwajongens gniffelden ze onder elkaar. Er was ook nog veel bier, en vooral wijn, aanwezig. De emmers waren nog leeg. Broederlijk zongen ze, arm in arm, dronkemansliederen uit vervlogen tijden. Wat een grap. Zeker nu, bijna een week later.

Hun leider was een week eerder met het idee gekomen. Sterker, alles was al geregeld. Perfect in scène gezet. Een briljante stunt, van een Andy Kaufman kaliber. Alle juiste mensen waren in het complot betrokken. Perfecte acteurs. Maar zij zouden de hoofdrolspelers zijn. Helden. Ze moesten het enkel geheim houden. Dat viel nog niet mee, naarmate de dag naderde. Ondertussen zaten ze al dagen verstoken van buitenwereld. Of de grap een beetje geslaagd was – ze hadden geen benul. En dat maakte het allemaal een stuk zwaarder.
Lees meer

Spiegelbeeld

Mijn spiegelbeeld durft me niet aan te kijken. Stil poetsen we onze tanden. Ik probeer me van hem niks aan te trekken. Als hij iets te zeggen heeft, dan hoor ik het wel. Ik maak me drukker over dat de tandpasta bijna op is. Ik twijfel of het de moeite is om nieuwe te halen. Op mijn slaapkamer staan de verhuisdozen opgestapeld en er moeten er nog een aantal vol.

Mijn spiegelbeeld is een rare snuiter. Ten eerste woont hij alleen in de badkamer. Nergens anders in huis zie je ‘m. Wie woont er nu in een badkamer ? Gekkie. En dan staat hij er ook nog eens vaak half naakt, met ongekamd haar. Of met bovenlijf gekleed maar nog geen broek aan. Mijn spiegelbeeld is een slonzige aap. Ik kijk toe hoe de tandpasta op zijn borsthaar spettert. Aan de andere kant van de spiegel merkt hij helemaal niks.
Lees meer

Een gekleurde

Gepubliceerd als column in Tillywood #6 / dec 2014

Het houdt niet op, het rumoer. Even weet ik niet waar ik ben. Niet in mijn bed, alvast. Smaak van schraal bier op de tong. Weer teveel gezopen. Voorzichtig tasten mijn vingers in het rond. Hebbes. Mijn bril. En hij is niet kapot. Even rondkijken.

Ik ben in een half vervallen industrieel pand dat wemelt van in vaalbruine T-shirts en vormeloze broeken gehulde jongmensen. Veel dreads. En vettige vlasbaarden. Ze prutsen aan wat schijnbaar kunstwerken moeten zijn, voornamelijk uit restmaterialen geproduceerd. Ik weet, kortom, nog steeds niet waar ik ben. Zou overal in deze stad kunnen zijn.
Lees meer