Je moet er wat voor over hebben. De eerste dag, toen ging het nog wel. Als kwajongens gniffelden ze onder elkaar. Er was ook nog veel bier, en vooral wijn, aanwezig. De emmers waren nog leeg. Broederlijk zongen ze, arm in arm, dronkemansliederen uit vervlogen tijden. Wat een grap. Zeker nu, bijna een week later.

Hun leider was een week eerder met het idee gekomen. Sterker, alles was al geregeld. Perfect in scène gezet. Een briljante stunt, van een Andy Kaufman kaliber. Alle juiste mensen waren in het complot betrokken. Perfecte acteurs. Maar zij zouden de hoofdrolspelers zijn. Helden. Ze moesten het enkel geheim houden. Dat viel nog niet mee, naarmate de dag naderde. Ondertussen zaten ze al dagen verstoken van buitenwereld. Of de grap een beetje geslaagd was – ze hadden geen benul. En dat maakte het allemaal een stuk zwaarder.

De Dikke, die werkte het eerst op de zenuwen. Met zijn scheten en zijn emmers vol walgelijke stront. Natuurlijk stonken ze al snel allemaal, maar de Dikke was het eerst en het ranzigst. De bunker bevatte allang geen frisse lucht meer. Het donkergrijs hierbinnen, ver van de mensheid, was in hun beleving donkerbruin geworden. De lekkende druppels van de leidingen deden de laatste lach stilvallen. En toen volgde dagenlang zwijgen.

Stil zaten ze bijeen terwijl de seconden kropen en de vliegen zoemden. Je moet er wat voor over hebben, dat is een feit. Zouden de mensen erin getrapt zijn ? Het was natuurlijk de briljantste grap van de eeuw. Een die flinke gevolgen zou kunnen hebben. Zou er gehuild zijn ? Waren er protesten ? Is er gereld ? Was misschien eindelijk het vrije woord in ere hersteld ?

Een dozijn lede ogen staarde naar het slot. Het slot dat niet open kon. Hoe lang zaten ze hier al ? In het duister merkte je geen verschil tussen dag en nacht. Ze moesten afzien. Afzien voor de humor. Opgesloten blijven voor de vrijheid. Wachten tot ze weer daglicht mochten zien. Tot ze de grap aan de wereld mochten onthullen.

Als de grap maar niet gekaapt was door foute politici. Of tot geweld had geleid. Nee, dat kon niet. Het was té gruwelijk, dit zou toch de mensen tot nadenken stemmen. Dit zou de mensheid eindelijk verbroederen. Een einde aan politiek gekonkel, aan humorloos fundamentalisme, aan mensonterend gegraai. Solidariteit, vrijheid, broederschap, dat kon toch de enige mogelijke menselijke reactie zijn hierop. Je mocht de mens niet onderschatten. Zelfs het grootste onmens moest nu toch tot inzicht komen.

Vanmiddag, meende de Dikke, die allang niet meer stonk dan de rest. Vanmiddag zou het slot open gaan. Ze konden erop vertrouwen, toch ? Natuurlijk konden ze erop vertrouwen. Niemand had er belang bij om hen hier te laten verrotten.

Of er nu daglicht door het slot binnen viel, ze wisten het niet zeker. Maar in hun hoofd was er een stralend nieuwe dag aan de andere kant van die deur. Je moet er wat voor over hebben. Voor zo’n grap.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *