Zo zit ik tussen Serieuze Dichters. Enkelen van hen kennen me. Van vorige gelegenheden. Niet de organisator. Die kan ik wel beetpakken met grappen over zijn penislengte – hij heeft eerder vanavond al gegrapt over de mijne.
Ik bedenk mij dat weinig mensen weten hoe het er aan toe gaat tussen dichters. Dus bij deze. De jaren, net als bij eiken, tellen het meeste. Als je een dichter doormidden snijdt, ken je zijn waarde. Tel gewoon zijn ringen en je weet wat je aan hem hebt. Als je bovendien meerdere bomen rondom hem telt met ook meetellende ringen, dan is het een dichter van waarde.
Ik zit naast de biljarttafel. Er is geen kruk meer voor mij. Ik bekijk iedereens voeten. Ik zie de Dichters, degenen met vermoedelijk veel Ringen, ritmes tikken met hun voeten, bij de teksten van Nieuwe Mensen. Daar kun je de Veelbelovende Dichters aan herkennen.
Ik, ik ben hier enkel om te luisteren en te klappen. Daartoe ben ik uitgenodigd. Je hebt je rol in je plek en dat heb je te respecteren. Ik ben niet zo respectvol dus zit ik me te verschuilen onder de biljarttafel. Je moet ergens je bestaan definiëren. De organisator roept iets over kringetjes. En plots stopt de muziek.
Vanonder het biljart zie ik plots alle schoenen en pantoffels mijn richting op schoffelen. Ik verstop me op het midden. Maar de muziek stopt niet. Opeens wordt het biljart opgetild. Ik schrik van het licht. Ik ben ben nieuw onder de dichters. Verschrikt laat ik mijn blanke buik zien.
Even wordt er getwijfeld over mijn offer.

