Laatst zag ik een film. Het was niet de eerste film die ik zag, mocht u dat soms denken. Ik kijk best vaak films, dus zo bijzonder was het niet. En heel veel mensen kijken wel eens films. Jezus, wat een kutverhaal dit, nu al. Opnieuw.
In een film die ik laatst zag, speelt een man. Ja zie je, dit is al wat beter. Alleen die man he, daar moet je nu meteen iets mee. Want er spelen wel vaker mannen in films. Vaak zelfs meerdere mannen. Sommige films zijn zelfs één groot sausage fest. In die films gaat het vaak ook zo van piew piew kaboem. Maar soms ook niet. Hè, het gaat weer helemaal nergens heen. Weg met die man.
Nou wil ik niet eens meer over die film schrijven, eigenlijk. Maar het staat als als titel boven dit stuk. Dus eigenlijk moet ik nu wel. Stel dat ik nu over een boek zou willen schrijven, of over de mooie reflectie van de zon op een stuk zilverfolie. Kan niet meer. Is te laat. Want titel. Keuzes gemaakt. Conventie.
Komt allemaal door de lezer. Die verwacht dan meteen vanalles. Het komt door u, kortom. Een beetje druk op mij leggen. Zo ‘s ochtends vroeg. René, vertel nou, over die film en over die man. Kom op, vertel, stel je niet zo aan. Vertel nouhou. Jengel jengel. Ik heb er zo helemaal geen zin meer in hoor. Bekijkt u zelf die film maar. En vertel dan zelf maar wat u van die man vond. Of doe het niet. Kan het mij schelen. Ik ga mijn koffie drinken. Zeikerds.

