Zaradi Tebe, editie 4
Zaradi Tebe
Pierkespark, Gent (jaarlijks ecologisch-cultureel festival).
Een fragment van de voordracht van René komt langs in een reportage van AVS, de regionale televisie.
Zaradi Tebe
Pierkespark, Gent (jaarlijks ecologisch-cultureel festival).
Een fragment van de voordracht van René komt langs in een reportage van AVS, de regionale televisie.
Er galmt een voice-over. Een vermoeide vrouwenstem kondigt aan dat de volgende halte, tevens het eindstation. Bagage en uitchecken. Al de gebruikelijke shit. Dan vervolgt ze: “Ook wensen wij u veel kijkplezier bij de wedstrijd vanavond en toi toi toi, dat we winnen mogen.” Passagiers lachen. De vrouwenstem klonk bij deze woorden nog net zo vermoeid. Ik heb medelijden. Maar mijn biertje is leeg en eigenlijk moet ik er hier ook uit. Bagage, uitchecken, al de gebruikelijke shit. Wanneer ik het blikje wil weggooien, zie ik het pas. Een flesje dat uit de treinvuilnisbak steekt. Ik zit er al minimaal veertig minuten naast en nu zie ik het pas.
Lees meer
reminder: morgen sta ik dus live op Zaradi Tebe in Gent ! Hieronder een plaagstootje naar het festival.
Je ruikt het van verre. Hier vindt een ecofestival plaats. Alles ruikt naar jute, modder en gerecycled karton, hele woonwijken van het park af. Ik ga weer eens naar een optreden toe. Men plant mijn optredens op zo slecht mogelijk bezochte tijdstippen. Vandaag mag ik vroeg op de namiddag, op een koopzaterdag terwijl de stad bakt in de zon, mijn ding komen doen. Voor een handvol jongens en meisjes met dreads die eigenlijk enkel voor de muziek en het zitten in het zonnig gras komen. Op het tijdstip dat ik optreed, verwacht ik eigenlijk hooguit twee zwervers, een junkie, en de tevens weinig te benijden artiest die na mij het programma mag vullen.
Lees meer
Omdat er verder niets meer aan mij te plukken valt, besluit de regering mijn goede moed extra te belasten. Elke dag dat ik goede moed erin houd, is het weer kassa. Ze vinden altijd iets. Het is de goede moed die me door de week heensleept, maar dat kan zo’n regering niet schelen. Als ze het netjes betalen van belasting zouden kunnen belasten, zouden ze het nog doen. Licht morrend betaal ik dan ook braaf. Ironisch genoeg kan ik de rotbuien die ik voel tijdens deze belastingpuzzel, dan wel weer aftrekken. Het doel zal wel het nivelleren van de ellendigheidsbeleving onder de burgers zijn. Iedereen moet immers participeren in het zuur, en zonder hoop op zoet. Het komt nooit meer zoet. Dat weet u ook best.
Lees meer
Er zit een ninja in de wachtkamer, zegt de doktersassistente. Verstoord kijkt de dokter op. Hij wil grappen hoe ze dat kan weten. Ninjas zijn immers meesters in zich verbergen. De enige geloofwaardige ninja in een wachtkamer is er eentje die je niet kunt zien. Hij heeft geen zin in grapjes vandaag dus zegt hij het niet. Traag bromt hij iets over binnenvragen. De doktersassistente hangt op. Even later loopt de ninja zijn praktijkruimte binnen. De dokter staat op en schudt de hand van de ninja. Dan vraagt hij wat er aan de hand is.
Lees meer
Een man laat zijn dorst uit. Het is een bijzonder gezicht. Man, dorst. Je ziet het niet elke dag. Samen met zijn dorst slentert hij over de straten. Overal moet de dorst aan snuffelen. De dorst kijkt erg hongerig. De man kijkt slapjes. Misschien laat hij nu al voor de zoveelste keer zijn dorst uit vandaag. Het zou natuurlijk goed kunnen. Zo’n dorst behoeft wel veel aandacht uiteraard.
Lees meer
Toen ik achttien was, schatte een meisje me veertig. Ik kon er goed mee lachen en was een beetje gevleid. Sindsdien werd ik steeds jonger geschat. Inmiddels word ik jonger geschat dan ik ben. Het gaat, kortom, de interessante kant op. Als ik veertig ben, schat misschien iemand me een keer achttien. Dan zijn we vertrokken.
Lees meer
Op de rommelmarkt vind ik vanalles wat ik niet zoek. Al snel loop ik rond met een potsierlijke rieten hoed die me voor geen meter staat. Even later loop ik een enorm slecht moppenboek op. Vijftig cent. Geen geld. De moppen zijn echt verschrikkelijk. Ik blader er even wat doorheen en krijg bijna pijn van het lezen. Geniaal, dit. Geen geld. Overal om me heen wemelt het van mensen die nutteloze troep hebben gekocht. Velen hebben het aangetrokken. Paarse berenpakken, WK-supportkledij uit godweetwelkjaar, jongens joelend in roze jurken. Althans, ik hoop dat ze dit aangetrokken hebben na aanschaf, en niet dat ze zo naar deze rommelmarkt toe zijn gekomen. Alles kan. En ik moet niet moeilijk doen over mijn afkomst: ook ik loop schaamteloos voor schut met mijn hoed en mijn boek.
Lees meer

Katerig word ik wakker door de deurbel. De striptekenaar staat in mijn voortuin. Hij zwaait. Ik denk, oh ja. Die had ik gisteren bij Club P. uitgenodigd om langs te komen. Ik kwam aan bij Club P na een afpeigerende week met beduidend wat overuren. Volgens mij heb ik zes biertjes gedronken. Zeker negen uur muurvast geslapen. Ik zie dat mijn kat een speeltje in mijn schoen heeft gelegd. Ze hoopte waarschijnlijk dat ik die weggooide. Dan brengt zij hem terug. Mijn kat apporteert. Maar niet als ik niks weggooi. Ik heb dwars door het spelletje heen geslapen. Ik zeg dat de striptekenaar door de achterpoort binnen mag komen, dan kan hij zijn fiets even stallen.
Lees meer
Geld voor de voedselbank is er niet, maar de regering heeft een andere mooie deal weten te sluiten. De armen van Prozacstad mogen gratis naar de voorstelling ‘Yell Art‘ in het museum. Met hongerige magen schuiven ze in kolonne het gebouw binnen. Gratis is gratis. Ze willen niet ondankbaar overkomen. Er wordt tenminste nog iets voor hen gedaan van het gemeenschapsgeld. Dat mag je niet in de bek kijken. Ironisch genoeg is dit precies wat de voorstelling toont. Overal om hen heen zijn afbeeldingen van grote schreeuwende monden. Als ze de monden passeren, komen daar luidruchtige soundbites uit geschreeuwd.
Lees meer